Je bekijkt nu Benodigdheden mestonderzoek volgens McMaster methode

Benodigdheden mestonderzoek volgens McMaster methode

Wat heb je nodig voor mestonderzoek volgens de McMaster-methode?

Zelf mestonderzoek doen volgens de McMaster-methode vraagt om meer dan alleen een microscoop en een telkamer. Voor een betrouwbare telling moet je het monster zorgvuldig afwegen, met een vast volume flotatievloeistof mengen, goed zeven en de telkamer op een reproduceerbare manier vullen.

Daarnaast moet je natuurlijk weten waarom je iedere stap uitvoert en hoe je de resultaten beoordeelt. De juiste materialen maken het onderzoek mogelijk; kennis, een zorgvuldige werkwijze en oefening bepalen uiteindelijk hoe betrouwbaar je ermee kunt werken.

 

In deze handleiding lopen we de benodigde materialen stap voor stap langs. Daarbij maken we onderscheid tussen wat je nodig hebt en hulpmiddelen die het werk vooral sneller, prettiger of efficiënter maken.

Een geschikte microscoop

Voor McMaster-mestonderzoek gebruik je een biologische doorlichtmicroscoop. De belangrijkste vergroting voor het tellen is 100× totaalvergroting, doorgaans opgebouwd uit:

  • een oculair van 10×;
  • een objectief van 10×.

Bij de microscopen die wij voor McMaster-onderzoek adviseren, geeft deze vergroting een praktisch overzicht van de telstroken in de McMaster-telkamer. Zo kun je de telkamer systematisch afzoeken en verklein je de kans dat je delen overslaat of dubbel beoordeelt.

Daarnaast vinden we de volgende eigenschappen belangrijk:

  • doorvallend licht: de lichtbron bevindt zich onder de preparaattafel en schijnt door de telkamer;
  • een mechanische kruistafel, zodat je de telkamer gecontroleerd in horizontale en verticale richting kunt verplaatsen;
  • voldoende en regelbare lichtsterkte, ook wanneer een monster wat donkerder of vuiler is;
  • een goede scherpstelling en optiek waarmee je langere tijd comfortabel kunt werken.

Mono, bino of trino?

Voor het onderzoek zelf bepaalt vooral de kwaliteit van de microscoop of je prettig kunt werken.

Een monoculaire microscoop kan prima geschikt zijn wanneer je af en toe één of enkele monsters onderzoekt. Werk je langer achter elkaar, dan is een binoculaire microscoop doorgaans comfortabeler omdat je met beide ogen kijkt.

Een trinoculaire microscoop heeft daarnaast een aparte aansluiting voor bijvoorbeeld een microscoopcamera. Dat is vooral interessant wanneer je beelden wilt vastleggen, delen of op een beeldscherm wilt bekijken.

Alle microscopen die we voor deze toepassingen in ons assortiment opnemen, hebben we zelf voor mestonderzoek uitgeprobeerd.

Digitale en stereomicroscopen

Niet iedere microscoop die technisch een vergroting kan geven, is automatisch praktisch voor McMaster-onderzoek.

De LCD- en digitale microscopen die we hebben getest adviseren we niet voor McMaster-tellingen. Daarmee krijgen we geen passende 100×-weergave waarbij een volledige telstrook overzichtelijk in beeld komt. Je moet daardoor steeds delen van een strook afzonderlijk bekijken, wat systematisch tellen lastiger maakt.

Een stereomicroscoop of prepareermicroscoop is voor McMaster eveneens niet de juiste keuze. Die wordt juist gebruikt voor andere mestonderzoekstechnieken, zoals de Dorsman- of Baermann-methode.

Twijfel je welke microscoop past bij hoe vaak en op welke manier je wilt onderzoeken? Dan helpen we je graag om een passende keuze te maken.

Een McMaster-telkamer

De McMaster-telkamer vormt de basis van de telling.

De McMaster-methode is kwantitatief: je telt parasieteneieren binnen een bekend volume en rekent dat vervolgens om naar EPG – eieren per gram mest. Om dat reproduceerbaar te kunnen doen, gebruik je een telkamer met een vaste geometrie en telgebieden.

Onze McMaster-telkamer heeft twee afzonderlijke kamers met gemarkeerde telgebieden. De blauwe lijnen maken de telstroken tijdens het microscoperen goed zichtbaar.

De telkamer moet schoon, onbeschadigd en volledig gevuld zijn. Grote luchtbellen of een onvolledig gevulde kamer kunnen de beoordeling verstoren.

Flotatievloeistof

Bij de McMaster-methode wordt het mestmonster gemengd met een vloeistof met een hogere dichtheid. Daardoor kunnen veel parasieteneieren naar boven drijven en zich tegen de bovenzijde van de telkamer verzamelen.

Voor onze methode gebruiken en adviseren we flotatievloeistof op basis van magnesiumsulfaat-heptahydraat, ook bekend als Epsomzout of bitterzout. Verderop spreken we eenvoudig over magnesiumsulfaat.

Voor de meeste diersoorten waarmee we werken, waaronder paarden, schapen, geiten en kippen, gaan we uit van een dichtheid van ongeveer 1,23 g/cm³. Voor honden en katten gebruiken we als uitgangspunt 1,27 g/cm³.

Je kunt flotatievloeistof gebruiksklaar kopen of zelf maken.

Maak je de vloeistof zelf, dan adviseren we de uiteindelijke dichtheid te controleren met een hydrometer. Een recept is een goede uitgangswaarde, maar meten geeft zekerheid over de vloeistof waarmee je daadwerkelijk werkt.

Lees ook de onderstaande artikelen in de kennisbank:

  • Aanmaken Flotatievloeistof 
  • Gebruik hydrometer

Nauwkeurig wegen

Omdat de McMaster-methode een kwantitatieve methode is, moet je weten hoeveel mest je onderzoekt.

Voor onze gemodificeerde McMaster-methode werken we met 4 gram mest. Daarbij hanteren we bij het afwegen een maximale afwijking van 0,05 gram. Het monster mag dus tussen 3,95 en 4,05 gram wegen.

Daarvoor heb je een voldoende nauwkeurige digitale weegschaal nodig.

Een keukenweegschaal die alleen hele grammen weergeeft is hiervoor niet geschikt. Je wilt kleine verschillen tijdens het afwegen daadwerkelijk kunnen zien.

Het juiste volume flotatievloeistof afmeten

Naast de hoeveelheid mest moet ook het volume flotatievloeistof volgens het gebruikte protocol worden afgemeten.

Dat kan eenvoudig met:

  • een spuitfles;
  • een maatcilinder.

Wanneer je slechts af en toe onderzoek doet, is dat een prima werkwijze.

Doe je regelmatig meerdere onderzoeken achter elkaar, dan kan een instelbare dispenser veel tijd besparen. Daarmee doseer je rechtstreeks uit de fles steeds hetzelfde vooraf ingestelde volume.

Bij onze protocollen van bijvoorbeeld 26 of 28 ml kun je een dispenser van 5–25 ml instellen op respectievelijk 13 of 14 ml en tweemaal doseren.

Materialen voor het voorbereiden van het monster

Voor het afwegen, mengen en zeven heb je daarnaast een aantal eenvoudige hulpmiddelen nodig.

Bekerglazen

Wij werken graag met glazen bekerglazen:

  • een kleiner bekerglas om de mest af te wegen en met flotatievloeistof te mengen;
  • een groter bekerglas om de gezeefde suspensie op te vangen.

Glas is goed schoon te maken en heeft in de praktijk nog een aardig voordeel: wanneer er relatief veel zand in een mestmonster zit, merk je dat tijdens het mengen vaak doordat het zand hoorbaar en voelbaar langs het glas schuurt.

Zeef

Na het mengen wordt grof materiaal uit de suspensie verwijderd.

Een eenvoudige, fijnmazige theezeef werkt daarvoor in onze praktijk goed. Het is vooral belangrijk dat de zeef prettig op het opvangglas past en grovere mest- en plantenresten tegenhoudt zonder het werken onnodig ingewikkeld te maken.

Pincet en lepel/spatel

Een pincet is handig voor het nemen van kleine hoeveelheden mest uit verschillende delen van het monster.

Voor het mengen en het verwerken van het monster door de zeef kun je een lepel of spatel gebruiken.

Het zijn eenvoudige hulpmiddelen, maar juist bij regelmatig onderzoek merk je hoeveel verschil prettig passend materiaal in het dagelijkse werk maakt.

De telkamer vullen

Na het mengen en zeven moet de uiteindelijke mestsuspensie vanuit het bekerglas in de McMaster-telkamer worden gebracht.

Daarvoor kun je verschillende hulpmiddelen gebruiken:

  • een spuit;
  • een Pasteurpipet;
  • een instelbare automatische pipet.

Welke keuze het prettigst is, hangt vooral af van hoe vaak je onderzoek doet en hoeveel controle je tijdens het vullen wilt.

Een eenvoudige pipet of spuit kan prima voldoen wanneer je af en toe een monster onderzoekt.

Werk je regelmatig of verwerk je meerdere monsters achter elkaar, dan geeft een automatische pipet meer controle over het opgenomen en afgegeven volume en werkt die doorgaans efficiënter.

Voor één kamer van onze McMaster-telkamer gebruiken we ongeveer 650–700 µl mestsuspensie.

Lees ook: Automatische pipet gebruiken bij McMaster-mestonderzoek.

Wat heb je minimaal nodig?

Voor een praktische McMaster-opstelling kom je daarmee uit op:

  • voldoende kennis van de methode;
  • een geschikte doorlichtmicroscoop;
  • een McMaster-telkamer;
  • flotatievloeistof;
  • een nauwkeurige weegschaal;
  • materiaal om het vloeistofvolume af te meten;
  • bekerglazen;
  • een zeef;
  • pincet;
  • lepel of spatel;
  • een spuit of pipet om de telkamer te vullen.

Daarmee kun je betrouwbaar leren werken.

Een dispenser, automatische pipet en uitgebreidere microscoop zijn dus geen voorwaarden om te kunnen beginnen. Het zijn vooral logische uitbreidingen wanneer je vaker onderzoekt en sneller, comfortabeler of efficiënter wilt werken.

Liever niet alles zelf bij elkaar zoeken?

Voor wie met McMaster-mestonderzoek wil beginnen, hebben we complete onderzoekssets samengesteld met de benodigde materialen voor de verschillende stappen van het onderzoek.

De sets zijn opgebouwd vanuit onze eigen praktijkervaring en verschillen vooral in uitrustingsniveau, werkcomfort en mogelijkheden. De microscoop kies je apart, zodat je die kunt afstemmen op hoe en hoeveel je verwacht te gaan onderzoeken.

Heb je al een basisuitrusting? Dan kun je de materialen natuurlijk ook afzonderlijk vervangen of gericht uitbreiden.

Bekijk de complete onderzoekssets