Instelbare dispenser 5–25 ml gebruiken bij mestonderzoek

Bij mestonderzoek volgens de McMaster-methode voeg je een vaste hoeveelheid flotatievloeistof toe aan een afgewogen hoeveelheid mest. Als je regelmatig meerdere monsters onderzoekt, is het onhandig om die hoeveelheid iedere keer opnieuw met een maatcilinder af te meten.
Met een instelbare dispenser doseer je steeds opnieuw een vooraf ingesteld volume rechtstreeks uit de fles met flotatievloeistof. Dat maakt het voorbereiden van meerdere monsters sneller en zorgt voor een praktische en herhaalbare werkwijze.
De dispenser uit ons assortiment is instelbaar van 5 tot 25 ml en wordt geleverd met een laboratoriumfles van 1000 ml.
In de afbeelding hiernaast zijn de belangrijkste (losse) onderdelen van de dispenser weergegeven; 1-Spuittuit, 2-Aanzuigbuis 3-Fles.
Wanneer is een dispenser handig?
Een dispenser is vooral praktisch wanneer je:
- regelmatig mestonderzoek uitvoert;
- meerdere monsters achter elkaar voorbereidt;
- steeds volgens hetzelfde McMaster-protocol werkt;
- niet voor ieder monster opnieuw flotatievloeistof wilt afmeten.
Een dispenser is niet noodzakelijk om betrouwbaar mestonderzoek te kunnen doen. Je kunt het benodigde volume ook met bijvoorbeeld een maatcilinder afmeten.
De meerwaarde zit vooral in snelheid, gebruiksgemak en een consequente werkwijze. Juist wanneer je vaak onderzoek doet, scheelt het behoorlijk wat handelingen als je de gewenste hoeveelheid flotatievloeistof direct uit de fles kunt doseren.
Welk volume stel je in?
De dispenser is instelbaar van 5 tot 25 ml.
Bij onze McMaster-protocollen werken we onder andere met hoeveelheden van 26 ml en 28 ml flotatievloeistof. Omdat deze volumes boven het maximale doseervolume van 25 ml liggen, doseer je ze eenvoudig in twee gelijke stappen:
- voor 26 ml stel je de dispenser in op 13 ml en doseer je tweemaal;
- voor 28 ml stel je de dispenser in op 14 ml en doseer je tweemaal.
Zo hoef je tijdens het voorbereiden van een monster niet tussendoor van instelling te wisselen.
De dispenser voorbereiden
Controleer voordat je begint of:
- de dispenser goed op de fles is bevestigd;
- de aanzuigbuis voldoende diep in de flotatievloeistof staat;
- de uitlooptuit goed is geplaatst;
- er voldoende flotatievloeistof in de fles zit;
- de uitstroomopening vrij is.
Stel daarna het gewenste volume in.
Wanneer de dispenser voor het eerst wordt gebruikt, de fles opnieuw is gevuld of er lucht in het doseersysteem is gekomen, moet de dispenser eerst met vloeistof worden gevuld.
Doseer een aantal keren totdat de vloeistof zonder duidelijke luchtbellen wordt aangezogen en afgegeven. Pas daarna gebruik je de dispenser voor het daadwerkelijk afmeten van flotatievloeistof voor een monster.
Flotatievloeistof doseren
De bediening is eenvoudig:
- Stel het gewenste volume in.
- Plaats het opvangvat, bijvoorbeeld een bekerglas, onder de uitlooptuit.
- Trek de plunjer rustig volledig omhoog.
- Wacht kort totdat de vloeistof volledig is aangezogen.
- Druk de plunjer rustig en volledig naar beneden.
- Laat de volledige hoeveelheid vloeistof uit de tuit lopen.
- Herhaal de dosering wanneer je volgens het gebruikte protocol twee doses nodig hebt.
Werk steeds op ongeveer dezelfde manier. Het doel is niet om de dispenser zo snel mogelijk te bedienen, maar om steeds een volledige en herhaalbare doseerslag te maken.
Let op luchtbellen
Lucht in het doseersysteem kan ervoor zorgen dat er minder vloeistof wordt afgegeven dan verwacht.
Controleer daarom tijdens het werken of:
- de vloeistof zonder grote luchtbellen wordt aangezogen;
- de plunjer soepel beweegt;
- je steeds de volledige slag maakt;
- de aanzuigbuis tijdens het opzuigen onder het vloeistofniveau blijft.
Zie je veel luchtbellen of wordt er zichtbaar geen volledige hoeveelheid afgegeven? Controleer dan eerst de fles, aansluitingen en aanzuigbuis en vul het doseersysteem opnieuw met vloeistof voordat je verdergaat.
Hoe nauwkeurig is de dispenser?
Volgens de productspecificaties bedraagt de maximale doseerafwijking 2%.
De dispenser is daarmee bedoeld om praktisch en herhaalbaar vaste volumes te doseren. Het is geen precisie-instrument voor toepassingen waarbij zeer kleine volumeverschillen analytisch bepalend zijn.
Voor gebruik bij McMaster-mestonderzoek is vooral belangrijk dat je zorgvuldig werkt en bij ieder monster dezelfde werkwijze en hetzelfde protocol volgt.
Magnesiumsulfaat en de dispenser in dagelijks gebruik
Voor mestonderzoek gebruiken we flotatievloeistof op basis van magnesiumsulfaat. Wanneer water uit zo’n oplossing verdampt, kunnen magnesiumsulfaatkristallen ontstaan.
Bij normaal en frequent gebruik van de dispenser levert dat in de praktijk echter weinig problemen op.
De dispenser is grotendeels gesloten, waardoor binnenin nauwelijks verdamping plaatsvindt. Kristalvorming zie je vooral aan de uitstroomtuit, waar een kleine hoeveelheid flotatievloeistof in contact komt met de buitenlucht.
Die kristallen kun je voor gebruik eenvoudig wegvegen. In onze ervaring blijft het binnenwerk bij regelmatig gebruik gewoon goed functioneren. De kristalvorming aan de uitstroomtuit vormt bovendien een soort afsluiting, waardoor verdere verdamping richting het binnenste van de dispenser beperkt blijft.
Controleer voor gebruik daarom kort of de uitstroomopening vrij is en veeg eventuele kristallen rond de tuit weg.
Wanneer schoonmaken of doorspoelen?
Bij normaal frequent gebruik is het niet nodig om de dispenser na ieder gebruik leeg te maken of met water door te spoelen. Dat zou juist een van de voordelen van het werken met een dispenser grotendeels tenietdoen.
Schoonmaken of doorspoelen is vooral zinvol wanneer:
- de dispenser langere tijd niet gebruikt gaat worden;
- je van vloeistof wilt wisselen;
- de plunjer minder soepel gaat bewegen;
- het doseergedrag merkbaar verandert;
- er onderhoud of controle nodig is.
Bij normaal gebruik volstaat het dus meestal om de uitstroomtuit vrij te houden en de werking van de dispenser tijdens het doseren in de gaten te houden.
De meegeleverde laboratoriumfles
De dispenser wordt geleverd met een transparante laboratoriumfles van 1000 ml van borosilicaatglas 3.3.
Het is praktisch om op de fles te vermelden:
- welke flotatievloeistof erin zit;
- de dichtheid, bijvoorbeeld 1,23 g/cm³ of 1,27 g/cm³;
- eventueel de datum waarop de vloeistof is aangemaakt of voor het laatst met een hydrometer is gecontroleerd.
Zo weet je ook wanneer je meerdere soorten flotatievloeistof gebruikt altijd welke oplossing op de dispenser staat.
Dispenser of maatcilinder met spuitfles?
enAls je af en toe één mestmonster onderzoekt, kun je het benodigde volume prima met een maatcilinder afmeten. Daar is niets minder betrouwbaars aan wanneer je zorgvuldig werkt.
Doe je regelmatig onderzoek en/of verwerk je meerdere monsters achter elkaar, dan wordt een dispenser al snel een stuk praktischer. Je stelt het gewenste volume één keer in en kunt vervolgens dezelfde hoeveelheid steeds opnieuw rechtstreeks uit de fles doseren.
Dat is precies waarom we een dispenser bij mestonderzoek gebruiken: niet omdat je zonder dispenser geen goed onderzoek kunt doen, maar omdat hij bij frequent gebruik een stuk efficiënter werkt.
