Je bekijkt nu Instelbare pipet 100-1000µl
Automatische_pipet

Instelbare pipet 100-1000µl

Automatische pipet gebruiken bij McMaster-mestonderzoek

Met een automatische pipet kun je een vooraf ingesteld volume vloeistof gecontroleerd opnemen en weer afgeven. Bij McMaster-mestonderzoek is dat vooral praktisch bij het vullen van de telkamers: je kunt steeds ongeveer dezelfde hoeveelheid mestsuspensie opnemen en gecontroleerd doseren.

 

De automatische pipet uit ons assortiment heeft een bereik van 100 tot 1000 µl, oftewel 0,1 tot 1 ml, en kan in stappen van 5 µl worden ingesteld. Ten opzichte van een eenvoudige Pasteur- of druppelpipet geeft een instelbare pipet meer controle over het opgenomen en afgegeven volume.

De pipet instellen

Stel eerst het gewenste volume in door aan de instelknop te draaien. Het ingestelde volume is afleesbaar op de pipet.

Voor het vullen van één kamer van onze McMaster-telkamer gebruiken we ongeveer 650–700 µl mestsuspensie.

Gebruik de pipet alleen binnen het aangegeven bereik van 100–1000 µl. Probeer het instelmechanisme niet voorbij de minimale of maximale waarde te draaien.

Een pipetpunt plaatsen

Gebruik een pipetpunt die geschikt is voor automatische pipetten met een bereik van 100–1000 µl.

  • Plaats een schone pipetpunt recht op de pipet.
  • Druk de punt voldoende stevig aan zodat deze goed afsluit.
  • Gebruik voor ieder nieuw mestmonster een nieuwe pipetpunt. Zo voorkom je dat materiaal uit het ene monster in het volgende terechtkomt.

Praktijktip bij vezelrijke mest

Bij bijvoorbeeld paardenmest kunnen fijne plantenvezels de relatief kleine opening van een pipetpunt verstoppen. Zo nodig kun je ongeveer 1–1,5 mm van het uiterste puntje van de losse pipetpunt afknippen.

Daar zit wel een belangrijk aandachtspunt aan: door de opening van de pipetpunt te veranderen, kan ook het werkelijk opgenomen en afgegeven volume veranderen. Pas punten daarom zo consequent mogelijk aan en controleer tijdens het werken of het ingestelde volume volledig wordt opgenomen en afgegeven.

De twee stops van de bedieningsknop

Wanneer je de bedieningsknop indrukt, voel je twee verschillende stops.

De eerste stop gebruik je bij het opnemen van de vloeistof.
De tweede stop gebruik je bij het leegmaken van de pipet om de laatste vloeistof uit de pipetpunt te drukken.

Het verschil tussen die twee stops is belangrijk. Wanneer je bij het opnemen van vloeistof meteen tot de tweede stop indrukt, neem je meer vloeistof op dan het ingestelde volume.

Mestsuspensie opnemen (monster opzuigen)

Meng de voorbereide mestsuspensie vlak voordat je de telkamer gaat vullen nogmaals goed. Tijdens het staan verandert de verdeling van mestdeeltjes en parasitaire stadia in de vloeistof, waardoor een monster minder representatief kan worden.

Ga daarna als volgt te werk:

  1. Druk de bedieningsknop rustig in tot de eerste stop en houd hem daar.
  2. Breng de pipetpunt in de mestsuspensie.
  3. Laat de bedieningsknop langzaam en gelijkmatig terugkomen naar de beginstand.
  4. Houd de pipetpunt tijdens het opzuigen op ongeveer dezelfde diepte.
  5. Controleer of er geen grote luchtbel is meegezogen en of de vloeistof goed in de pipetpunt staat.

Laat de knop niet plotseling los. Rustig opzuigen verkleint de kans op luchtbellen en geeft meer controle over het opgenomen volume.

De McMaster-telkamer vullen

Leg de McMaster-telkamer op een vlakke, horizontale ondergrond.

  1. Breng de pipetpunt naar de vulopening van de eerste kamer.
  2. Plaats de punt voorzichtig tegen of net in de vulopening.
  3. Druk de bedieningsknop langzaam in tot de eerste stop.
  4. Druk vervolgens rustig verder tot de tweede stop om de pipetpunt volledig leeg te maken.
  5. Trek de pipetpunt weg terwijl je de knop nog ingedrukt houdt.
  6. Laat de bedieningsknop daarna rustig terugkomen.
  7. Herhaal de werkwijze voor de andere kamer.

Vul rustig. Te snel doseren kan ervoor zorgen dat vloeistof uit de telkamer wordt gedrukt of dat luchtbellen ontstaan.

Waar let je op bij het vullen?

Een goed gevulde telkamer is volledig gevuld met mestsuspensie zonder grote luchtbellen.

Let er tijdens het werken op dat:

  • beide kamers volledig gevuld zijn;
  • er geen grote luchtbellen onder het dekglas aanwezig zijn;
  • de vloeistof niet over de telkamer heen stroomt;
  • je de mestsuspensie tussen het vullen van de kamers niet onnodig lang laat staan.

Is een kamer niet goed gevuld, vul hem dan opnieuw in plaats van een onvolledig preparaat te gaan beoordelen.

Na ieder monster

Verwijder de gebruikte pipetpunt met de afwerpknop van de pipet en plaats voor het volgende mestmonster een schone punt.

De pipet zelf komt bij correct gebruik niet in contact met de mestsuspensie. Is dat toch gebeurd, maak hem dan schoon volgens de gebruiksinstructies van de pipet.

Afhankelijk van de gebruiksfrequentie en de gewenste nauwkeurigheid is het verstandig de werking en kalibratie periodiek te controleren. De pipet uit ons assortiment wordt gekalibreerd geleverd met een testcertificaat.

Waarom een automatische pipet gebruiken?

Een automatische pipet is niet noodzakelijk om McMaster-mestonderzoek te kunnen uitvoeren; een geschikte Pasteurpipet kan ook worden gebruikt.

De belangrijkste meerwaarde zit vooral in controle en herhaalbaarheid en het efficiënter werken. Wanneer je regelmatig onderzoek doet of meerdere monsters achter elkaar verwerkt, kun je met een automatische pipet steeds een vooraf ingesteld volume opnemen en afgeven. Dat maakt het vullen van de telkamer praktisch en reproduceerbaar. Daarnaast werkt dit doorgaans sneller dan met spuitjes op pasteurpipetten.