Je bekijkt nu Hoe bereken ik de EPG?

Hoe bereken ik de EPG?

Bij mestonderzoek volgens de McMaster-methode werken we met een kwantitatieve uitslag. We kijken dus niet alleen óf er wormeitjes aanwezig zijn, maar berekenen ook hoeveel eitjes per gram mest worden uitgescheiden. Dat noemen we de EPG: eggs per gram, oftewel het aantal eitjes per gram mest.

Lintworm is een uitzondering

Voor lintworm gebruiken we de uitslag anders. Lintwormeitjes worden onregelmatig met de mest uitgescheiden en een standaard McMaster-onderzoek kan een lintworminfectie daardoor gemakkelijk missen. Bovendien zegt het aantal gevonden lintwormeitjes niets over het aantal lintwormen dat aanwezig is.

Daarom beoordelen we lintworm kwalitatief:

Een lintwormeitje gevonden = lintworminfectie aangetoond.

Worden geen lintwormeitjes gevonden, dan betekent dat niet dat het paard geen lintworminfectie heeft. De juiste uitslag is dan dus niet aangetoond, en niet: geen infectie.

Lees hier meer over lintworm en mestonderzoek

Bij de andere parasieten berekenen we een EPG

Voor de andere parasieten die we bij het mestonderzoek aantonen, berekenen we wel een EPG. De betekenis van de hoogte daarvan verschilt echter per parasiet.

Voor bijvoorbeeld spoelworm gebruiken we geen algemene EPG-grens waarboven wel en waaronder niet behandeld moet worden. Wanneer dergelijke parasieten worden aangetoond, adviseren we contact op te nemen met de dierenarts om te bepalen óf, wanneer en waarmee gericht ontwormd moet worden.

Bij bloedwormen (strongyliden) speelt de hoogte van de EPG wel een belangrijke rol. De EPG wordt gebruikt om paarden in te delen op basis van de hoeveelheid strongylideneitjes die zij uitscheiden. Daarbij worden internationaal veelal de grenswaarden van 200 en 500 EPG gebruikt:

  • 0–200 EPG: lage uitscheiding
  • 201–500 EPG: gemiddelde uitscheiding
  • meer dan 500 EPG: hoge uitscheiding

Juist omdat de hoogte van de EPG bij bloedwormen wordt gebruikt bij de beoordeling van de uitslag, is het belangrijk dat deze waarde correct wordt berekend.

Niet iedere variant van de McMaster-methode heeft dezelfde EPG-factor

Door de jaren heen zijn verschillende varianten van de McMaster-methode ontwikkeld. Daarbij verschillen onder andere de hoeveelheid mest en de hoeveelheid flotatievloeistof die worden gebruikt.

Dat heeft direct gevolgen voor de berekening van de EPG.

Voor mestonderzoek bij paarden gebruiken wij 4 gram mest en 26 ml flotatievloeistof. Bij andere toepassingen en diersoorten komen bijvoorbeeld ook methoden voor met 3 gram mest en 42 ml flotatievloeistof, 2 gram en 28 ml of 4 gram en 56 ml.

Bij al deze methoden kun je dezelfde McMaster-telkamer gebruiken en hetzelfde aantal eitjes tellen, maar toch op een andere EPG uitkomen. De vermenigvuldigingsfactor hoort dus altijd bij de methode waarmee het monster is voorbereid.

Hoe komen we bij onze methode aan factor 25?

Bij een McMaster-onderzoeken wij altijd de rasters in beide kamers. Iedere kamer bevat onder het telraster 0,15 ml. Samen onderzoek je dus:

0,15 ml + 0,15 ml = 0,30 ml

Voor onze methode gebruiken we 4 gram mest en 26 ml flotatievloeistof. We rekenen daarmee met een totaalvolume van 30 ml.

Je hebt onder de microscoop 0,30 ml onderzocht, terwijl het totale bereide monster 30 ml bevat. Om het aantal gevonden eitjes van 0,30 ml om te rekenen naar het hele monster, vermenigvuldig je daarom met 100:

Van 0,3ml naar 30ml = x100

Vind je in beide rasters samen één eitje, dan komt dat dus overeen met:

1 eitje × 100 = 100 eitjes in het totale monster

Maar dat monster is gemaakt met 4 gram mest en we willen weten hoeveel eitjes er per 1 gram mest aanwezig zijn. Daarom delen we vervolgens door 4:

100 ÷ 4 = 25

Eén geteld eitje staat bij deze methode dus voor 25 EPG.

Daarmee wordt de uiteindelijke berekening heel eenvoudig:

aantal getelde eitjes in beide kamers samen × 25 = EPG

Bijvoorbeeld:

4 eitjes × 25 = 100 EPG
8 eitjes × 25 = 200 EPG
12 eitjes × 25 = 300 EPG
20 eitjes × 25 = 500 EPG

De berekening in een formule

De uitleg hierboven laat stap voor stap zien hoe we van het aantal getelde eitjes naar de EPG komen. Voor wie de berekening liever in één formule bekijkt, kan dezelfde rekenstap als volgt worden weergegeven:

EPG = aantal getelde eitjes × (totaal volume monster ÷ onderzocht volume) ÷ aantal gram mest

Voor onze methode:

EPG = aantal getelde eitjes × (30 ÷ 0,30) ÷ 4

Dus:

EPG = aantal getelde eitjes × 100 ÷ 4

En daarmee:

EPG = aantal getelde eitjes × 25

Of nog korter:

aantal getelde eitjes × 25 = EPG

de De berekening bij verschillende McMaster-varianten

In alle onderstaande voorbeelden worden de rasters in beide McMaster-kamers geteld. Het onderzochte volume is dus steeds 0,30 ml.

Mest Flotatievloeistof Totaal volume monster Van 0,30 ml naar totaal monster Omrekening naar EPG
4 g 26 ml 30 ml × 100 100 ÷ 4 = × 25
2 g 28 ml 30 ml × 100 100 ÷ 2 = × 50
3 g 42 ml 45 ml × 150 150 ÷ 3 = × 50
4 g 56 ml 60 ml × 200 200 ÷ 4 = × 50

Het principe blijft dus steeds hetzelfde: eerst reken je het onderzochte volume van 0,30 ml om naar het totale bereide monster. Vervolgens reken je dat totaal terug naar 1 gram mest.

Zo ontstaat de EPG-factor die bij de gebruikte methode hoort.

Dat verschil is niet alleen theoretisch. Tel je bijvoorbeeld acht eitjes, dan geeft dat bij onze methode:

8 × 25 = 200 EPG

Bij een methode met factor 50 zouden precies dezelfde acht getelde eitjes uitkomen op:

8 × 50 = 400 EPG

Gebruik daarom altijd de EPG-berekening die hoort bij de hoeveelheden mest en flotatievloeistof waarmee je het monster hebt voorbereid. Een vermenigvuldigingsfactor van 25 of 50 is geen willekeurig gekozen getal: hij volgt rechtstreeks uit de gebruikte McMaster-methode.

Een berekende EPG hoef je niet meer om te rekenen

Omdat er verschillende McMaster-methoden bestaan, ontstaat soms verwarring over de betekenis van de uiteindelijke EPG. We krijgen bijvoorbeeld regelmatig de vraag hoe een uitslag die met 4 gram mest en 26 ml flotatievloeistof is berekend, moet worden omgerekend naar een methode die 2 gram mest en 28 ml gebruikt.

 

Die omrekening is niet nodig. De gebruikte hoeveelheid mest, de hoeveelheid flotatievloeistof en het onderzochte volume zijn namelijk al verwerkt in de berekening van de EPG.

Kort gezegd: de methode bepaalt hoe je tot de EPG komt; de EPG zelf hoeft daarna niet meer naar een andere McMaster-methode te worden omgerekend.