<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>aanvullend onderzoek - De Mestonderzoekshop</title>
	<atom:link href="https://www.hipposupport.nl/tag/aanvullend-onderzoek/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.hipposupport.nl</link>
	<description>De one-stop-mestonderzoekshop</description>
	<lastBuildDate>Fri, 28 Aug 2026 13:16:50 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=7.1.1</generator>

<image>
	<url>https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2026/09/Favicon-100x100.png</url>
	<title>aanvullend onderzoek - De Mestonderzoekshop</title>
	<link>https://www.hipposupport.nl</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Wanneer is mestonderzoek betrouwbaar?</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek_begrijpen/wanneer-is-mestonderzoek-betrouwbaar/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 14:04:15 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Mestonderzoek begrijpen]]></category>
		<category><![CDATA[aanvullend onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[frequentie]]></category>
		<category><![CDATA[mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[regelmatig]]></category>
		<category><![CDATA[worminfectie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=680</guid>

					<description><![CDATA[<p>Mestonderzoek kan een betrouwbaar hulpmiddel zijn binnen het wormmanagement van je paard. Maar daarvoor moet je wel duidelijk hebben wat je onderzoekt, welke methode je gebruikt en wat je uit de uitslag kunt concluderen. Een betrouwbaar mestonderzoek betekent namelijk niet dat je daarmee alle wormen in een paard kunt aantonen. Het betekent dat je met [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek_begrijpen/wanneer-is-mestonderzoek-betrouwbaar/">Wanneer is mestonderzoek betrouwbaar?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div data-elementor-type="wp-post" data-elementor-id="680" class="elementor elementor-680">
						<section class="elementor-section elementor-top-section elementor-element elementor-element-cd0e877 elementor-section-boxed elementor-section-height-default elementor-section-height-default" data-id="cd0e877" data-element_type="section" data-e-type="section">
						<div class="elementor-container elementor-column-gap-default">
					<div class="elementor-column elementor-col-100 elementor-top-column elementor-element elementor-element-442b48e" data-id="442b48e" data-element_type="column" data-e-type="column">
			<div class="elementor-widget-wrap elementor-element-populated">
						<div class="elementor-element elementor-element-71f2192 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="71f2192" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Mestonderzoek kan een betrouwbaar hulpmiddel zijn binnen het wormmanagement van je paard. Maar daarvoor moet je wel duidelijk hebben <strong>wat je onderzoekt, welke methode je gebruikt en wat je uit de uitslag kunt concluderen</strong>.</p><p class="isSelectedEnd">Een betrouwbaar mestonderzoek betekent namelijk niet dat je daarmee alle wormen in een paard kunt aantonen. Het betekent dat je met een geschikte onderzoeksmethode en een zorgvuldige werkwijze zo betrouwbaar mogelijk meet wat die methode kan meten.</p><p>De betrouwbaarheid zit daarbij niet alleen in het volgen van een aantal stappen. Juist de manier waarop het onderzoek in de praktijk wordt uitgevoerd, de ervaring van de onderzoeker en de interpretatie van wat onder de microscoop wordt gezien, hebben veel invloed op de kwaliteit van de uitslag.</p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-e1e9417 elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="e1e9417" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Betrouwbaar begint met de juiste onderzoeksmethode</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-3024063 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="3024063" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Niet iedere parasiet kan met dezelfde methode betrouwbaar worden onderzocht.</p><p class="isSelectedEnd">Bij een standaard wormeitelling volgens de McMaster-methode onderzoek je de mest op bepaalde wormeitjes en kun je de gevonden hoeveelheid uitdrukken in <strong>EPG: eitjes per gram mest</strong>. Deze methode is onder andere geschikt voor het tellen van strongyliden-eitjes en het aantonen en tellen van spoelwormeitjes.</p><p class="isSelectedEnd">Maar McMaster is niet geschikt om iedere relevante parasiet of ieder ontwikkelingsstadium betrouwbaar aan te tonen.</p><p class="isSelectedEnd">Zo geldt bijvoorbeeld:</p><ul data-spread="false"><li>ingekapselde larven van kleine bloedworm zijn niet met een gewone mesttelling aantoonbaar;</li><li>lintworminfecties kunnen met een standaard McMaster-onderzoek gemakkelijk worden gemist;</li><li>aarswormeitjes worden voornamelijk rond de anus afgezet en vragen daarom om een andere onderzoeksmethode;</li><li>voor longworm wordt een andere onderzoeksmethode gebruikt, zoals de Baermann-methode;</li><li>voor leverbot is een sedimentatiemethode, zoals de gemodificeerde Dorsman-methode, geschikter.</li></ul><p class="isSelectedEnd">Een onderzoek kan dus technisch goed zijn uitgevoerd en toch geen betrouwbaar antwoord geven wanneer de gebruikte methode niet geschikt is voor de parasiet of vraagstelling.</p><p><strong>Lees ook het artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?</strong></p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-e2bfd78 elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="e2bfd78" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Een goed mestmonster is belangrijk</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-99249a7 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="99249a7" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">De kwaliteit van het onderzoek begint bij het mestmonster.</p><p class="isSelectedEnd">Een mestmonster moet representatief zijn voor het paard dat je wilt onderzoeken en op een geschikte manier worden verzameld, bewaard en verwerkt. Veroudering, verkeerde bewaring of een niet-representatief monster kan invloed hebben op wat uiteindelijk wordt teruggevonden.</p><p class="isSelectedEnd">Ook binnen één mestmonster zijn wormeitjes niet noodzakelijk overal exact gelijk verdeeld. Dat is een van de redenen waarom een zorgvuldige monstervoorbereiding belangrijk is.</p><p>Hoe je die voorbereiding in de praktijk goed uitvoert, leer je niet volledig uit een stappenplan. Begrippen als goed mengen, representatief bemonsteren en consequent werken lijken eenvoudig, maar de kwaliteit zit juist in <strong>hoe</strong> je die handelingen uitvoert.</p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-e6f0af6 elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="e6f0af6" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Zorgvuldig en consequent werken maakt verschil</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-af5ef2b elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="af5ef2b" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Bij een kwantitatieve wormeitelling wordt een relatief kleine hoeveelheid materiaal onderzocht en vervolgens omgerekend naar een waarde per gram mest.</p><p class="isSelectedEnd">Daarom kunnen verschillen in uitvoering invloed hebben op de uiteindelijke EPG.</p><p class="isSelectedEnd">Betrouwbaar onderzoek vraagt onder andere om:</p><ul data-spread="false"><li>geschikte en goed functionerende materialen;</li><li>een correct samengestelde flotatievloeistof;</li><li>een consistente monstervoorbereiding;</li><li>correct gebruik van de telkamer;</li><li>systematische microscopische beoordeling;</li><li>correcte herkenning en telling van parasieteneitjes;</li><li>de juiste berekening van de EPG.</li></ul><p class="isSelectedEnd">Sommige onderdelen hiervan zijn prima met een goede schriftelijke instructie te leren. Zo kun je nauwkeurig uitleggen hoe je een flotatievloeistof aanmaakt, hoe je een telkamer vult of hoe je een EPG berekent.</p><p>Andere onderdelen vragen vooral om praktijkervaring. Het verschil tussen <em>de stappen kennen</em> en een methode daadwerkelijk <strong>goed en reproduceerbaar uitvoeren</strong> is belangrijk.</p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-40c1a0e elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="40c1a0e" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Herkennen wat je ziet vraagt kennis en oefening</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-7ce63d7 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="7ce63d7" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Niet alles wat onder de microscoop rond, ovaal of opvallend uitziet is een wormeitje.</p><p class="isSelectedEnd">Plantenmateriaal, luchtbelletjes, schimmelsporen en andere structuren kunnen vooral voor beginnende onderzoekers verwarrend zijn. Daarnaast kunnen verschillende soorten parasieteneitjes op elkaar lijken.</p><p class="isSelectedEnd">Betrouwbaarheid hangt daarom ook af van het vermogen om:</p><ul data-spread="false"><li>relevante parasieteneitjes te herkennen;</li><li>artefacten daarvan te onderscheiden;</li><li>twijfelgevallen kritisch te beoordelen;</li><li>consequent dezelfde telregels te hanteren.</li></ul><p>Dat is een vaardigheid die zich ontwikkelt door veel te kijken, te vergelijken en te oefenen.</p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-287536c elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="287536c" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Iedere telmethode heeft een detectiegrens</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-fa522f8 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="fa522f8" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Een McMaster-telling is een kwantitatieve schatting. Je onderzoekt niet alle mest die een paard produceert en zelfs niet het volledige verzamelde mestmonster.</p><p class="isSelectedEnd">Iedere gebruikte methode heeft bovendien een bepaalde <strong>detectiegrens</strong>. Daardoor betekent een uitslag van 0 EPG niet dat er gegarandeerd nergens een enkel eitje aanwezig is.</p><p class="isSelectedEnd">De correcte interpretatie is dat binnen het onderzochte materiaal en met de gebruikte methode geen eitjes zijn aangetroffen.</p><p class="isSelectedEnd">Vooral bij lage aantallen kan natuurlijke variatie tussen monsters en tellingen relatief veel invloed hebben op het uiteindelijke getal.</p><p>Daarom moeten kleine verschillen tussen twee lage EPG-waarden niet automatisch worden geïnterpreteerd alsof er biologisch een grote verandering heeft plaatsgevonden.</p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-b8afcdc elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="b8afcdc" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Een EPG is geen telling van het aantal wormen</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-a73dfd5 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="a73dfd5" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Dit is een van de belangrijkste beperkingen bij het interpreteren van een mestonderzoek.</p><p class="isSelectedEnd">Een EPG-waarde geeft aan hoeveel eitjes per gram mest met de gebruikte methode zijn aangetroffen.</p><p class="isSelectedEnd">Die waarde vertelt <strong>niet rechtstreeks hoeveel wormen er in het paard aanwezig zijn</strong> en is ook geen directe maat voor de schade die eventuele parasieten veroorzaken.</p><p class="isSelectedEnd">Een paard met een hogere EPG heeft dus niet automatisch een evenredig groter aantal wormen in de darm. Ook kun je uit een wormeitelling alleen niet afleiden of parasieten verantwoordelijk zijn voor bepaalde ziekteverschijnselen.</p><p class="isSelectedEnd">Mestonderzoek is vooral geschikt om <strong>ei-uitscheiding</strong> te meten en die informatie te gebruiken binnen het bredere wormmanagement.</p><p><strong>Lees ook het artikel: Wat betekent een EPG-waarde?</strong></p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-dc9cd6f elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="dc9cd6f" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Een negatieve uitslag betekent niet ‘geen wormen’</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-bf94730 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="bf94730" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Wanneer je geen wormeitjes vindt, is de juiste conclusie:</p><p class="isSelectedEnd"><strong>Met deze onderzoeksmethode zijn in het onderzochte monster geen aantoonbare eitjes gevonden.</strong></p><p class="isSelectedEnd">Dat is iets anders dan:</p><p class="isSelectedEnd"><strong>Dit paard heeft geen wormen.</strong></p><p class="isSelectedEnd">Een infectie kan zich bijvoorbeeld nog in een ontwikkelingsstadium bevinden waarin geen eitjes worden geproduceerd. Andere parasieten worden onregelmatig uitgescheiden of zijn met de gekozen methode helemaal niet goed aantoonbaar.</p><p>Een negatieve uitslag kan dus een betrouwbare uitslag zijn van het uitgevoerde onderzoek, terwijl er tegelijkertijd parasieten aanwezig kunnen zijn die met dat onderzoek niet worden aangetoond.</p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-015f4cb elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="015f4cb" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Eén onderzoek blijft een momentopname</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-f8f436e elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="f8f436e" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Ook een zorgvuldig uitgevoerd onderzoek vertelt wat er <strong>op dat moment</strong> in het onderzochte mestmonster aantoonbaar is.</p><p class="isSelectedEnd">De situatie van een paard kan veranderen. Parasieten kunnen zich verder ontwikkelen, nieuwe infecties kunnen worden opgedaan en de ei-uitscheiding kan in de loop van de tijd veranderen.</p><p class="isSelectedEnd">Daarom krijgt mestonderzoek binnen wormmanagement veel meer waarde wanneer uitslagen over langere tijd worden bewaard en met elkaar worden vergeleken.</p><p>Je bouwt dan een historie op van het individuele paard in plaats van iedere uitslag als een op zichzelf staand oordeel te behandelen.</p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-83b7f1e elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="83b7f1e" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Wanneer kun je op een uitslag vertrouwen?</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-aef5980 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="aef5980" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Een mestonderzoek geeft bruikbare informatie wanneer:</p><ul data-spread="false"><li>de gekozen onderzoeksmethode past bij de vraag die je wilt beantwoorden;</li><li>het mestmonster geschikt en representatief is;</li><li>het onderzoek zorgvuldig en consequent wordt uitgevoerd;</li><li>de onderzoeker weet wat hij of zij onder de microscoop ziet;</li><li>rekening wordt gehouden met de detectiegrens en natuurlijke variatie van de methode;</li><li>de uitslag wordt geïnterpreteerd binnen de mogelijkheden én beperkingen van het onderzoek.</li></ul><p class="isSelectedEnd">De betrouwbaarheid van mestonderzoek zit dus niet in de belofte dat je met één test alles weet.</p><p>De kracht zit in <strong>zorgvuldig onderzoeken, weten wat je meet en begrijpen wat de uitslag wel en niet betekent</strong>.</p>								</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-eced390 elementor-widget elementor-widget-heading" data-id="eced390" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="heading.default">
				<div class="elementor-widget-container">
					<h3 class="elementor-heading-title elementor-size-default">Zelf betrouwbaar mestonderzoek leren doen</h3>				</div>
				</div>
				<div class="elementor-element elementor-element-13a1342 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="13a1342" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="isSelectedEnd">Zelf mestonderzoek doen is goed te leren. Maar betrouwbare resultaten vragen meer dan het bezit van een microscoop, een telkamer en een geschreven protocol.</p><p class="isSelectedEnd">Een aantal praktische onderdelen kun je uitstekend uit een duidelijke instructie leren. Andere vaardigheden moet je ervaren: zien hoe een goed voorbereid monster eruitziet, leren herkennen wat je onder de microscoop ziet en ervaren welke invloed je eigen manier van werken op de telling heeft.</p><p class="isSelectedEnd">Daarom combineren we bij De Mestonderzoekshop schriftelijke instructies met praktische cursussen. In de cursus ligt de nadruk juist op die onderdelen die je niet goed uit alleen tekst of afbeeldingen kunt leren.</p><p class="isSelectedEnd"><a href="https://www.hipposupport.nl/instructies-handleidingen/"><strong>Bekijk instructies &amp; handleidingen →</strong></a></p><p><a href="https://www.hipposupport.nl/product-categorie/cursus-mestonderzoek/"><strong>Bekijk het cursusaanbod →</strong></a></p>								</div>
				</div>
					</div>
		</div>
					</div>
		</section>
				<section class="elementor-section elementor-top-section elementor-element elementor-element-31d15623 elementor-section-boxed elementor-section-height-default elementor-section-height-default" data-id="31d15623" data-element_type="section" data-e-type="section">
						<div class="elementor-container elementor-column-gap-default">
					<div class="elementor-column elementor-col-100 elementor-top-column elementor-element elementor-element-531ee31" data-id="531ee31" data-element_type="column" data-e-type="column">
			<div class="elementor-widget-wrap elementor-element-populated">
						<div class="elementor-element elementor-element-6b23397b elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="6b23397b" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									Eén van de meest gehoorde vooroordelen tegen mestonderzoek is dat het niet betrouwbaar zou zijn. Helaas is dit een misvatting die vaak voortkomt uit het verkeerd inzetten van mestonderzoek in het wormmanagement van het paard. Iedereen kent wel iemand, die iemand kent, die een ernstig ziek paard heeft gehad als gevolg van wormproblemen, ondanks dat er mestonderzoek was gedaan bij dat paard. Na doorvragen komen er vaak een aantal belangrijke punten naar voren:
<ul class="favth-list-circle">
 	<li>Het laatste mestonderzoek was meer dan 4 maanden geleden gedaan</li>
 	<li>Er was slecht 1 x een mestonderzoek gedaan</li>
 	<li>De eigenaar weet eigenlijk niet wat de uitslag was van dat mestonderzoek, maar er hoefde niet ontwormt te worden</li>
</ul>
Omdat mestonderzoek voor deze mensen een teleurstelling is geweest grijpen ze vaak weer terug naar het &#8220;preventief ontwormen.&#8221;

Bij HippoSupport adviseren wij, zeker als je net begint en bij jonge dieren, om het HippoSupport mestonderzoek schema aan te houden voor het uitvoeren van mestonderzoek bij je paard. Dit komt neer op gemiddeld 6 x mestonderzoek per jaar, vergelijkbaar met oude schema&#8217;s van preventief ontwormen! Deze frequentie komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen en heeft een aantal belangrijke redenen:
<ul class="favth-list-circle">
 	<li>Met mestonderzoek tel je eitjes van volwassen wormen in de mest;</li>
 	<li>Het kan zijn dat je net een monster hebt genomen wanneer er (geen) actieve volwassen wormen aanwezig zijn, maar wel andere stadia (bijvoorbeeld net na de winter);</li>
 	<li>Deze andere stadia zullen (afhankelijk van de wormsoort) na enige tijd wel volwassen wormen of actief zijn geworden, en dus een betrouwbaar resulaat voor je mestonderzoek bij het paard;</li>
 	<li>Daarnaast kan het ook zo zijn dat het paard inderdaad geen wormbesmetting heeft bij een schoonmestonderzoek. Dit zegt echter niets over je weiland en de omgeving van het paard;</li>
 	<li>Na het schone mestonderzoek kan het paard dus gemakkelijk weer een nieuwe besmetting opdoen, deze eventuele nieuwe besmetting signaleer je op tijd als regelmatig mestonderzoek doet;</li>
 	<li>En het grote voordeel van regelmatige mestonderzoek doe is ook dat je een geringe besmetting kunt monitoren, en in overleg met je dierenarts pas hoeft in te grijpen met een ontwormmiddel als deze besmetting groter wordt.</li>
</ul>
Daarnaast is het natuurlijk altijd belangrijk om je paard goed in de gaten te houden en bij een ziek paard altijd tijdig de dierenarts in te schakelen.

Ook is het belangrijk te weten wat je meet. Met mestonderzoek kun je de meest voorkomende, en meest schadelijke wormsoorten goed in de gaten houden, dat zijn de bloedworm (groot en klein), veulenworm en de spoelworm.

Er zijn een aantal wormsoorten die je beter met het blote oog in de mest kunt zien, of waarvoor eventueel aanvullend onderzoek de beste methode is om een besmetting aan te tonen. Zie je wormen in de mest, dan vraagt dat eigenlijk altijd actie! Maak een foto en laat deze aan je dierenarts zien, hij/zij zal je dan kunnen adviseren welk ontwormmiddel het beste gebruikt kan worden. Zie je wormen in de mest net na het gebruik van een ontwormmiddel, dan zijn deze waarschijnlijk gedood door het middel en het verlaten via de mest het lichaam. Bij twijfel; altijd contact opnemen met je dierenarts.

Gaat je paard ineens erg schuren met de staart en zie je viezigheid rond de anus, dan kan het zijn dat je paard aarswormen heeft. Deze zijn wel onder de microscoop te zien, maar niet in de mest. Hiervoor moet <a href="https://www.hipposupport.nl/product/mestonderzoek-paard-aanvullend-aarsworm/">aanvullend onderzoek</a> gedaan worden.

Daarnaast kan het voorkomen dat je paard in waterrijk gebied staat met sloten langs de weide, waar ook andere grazers komen, zoals schapen of koeien. In dit soort gebieden kan het voorkomen dat je paard een leverbot besmetting oploopt. Om een leverbotinfectie aan te tonen, moet in ieder geval <a href="https://www.hipposupport.nl/product/mestonderzoek-paard-aanvullend-leverbot/">aanvullend mestonderzoek</a> gedaan worden, maar het is raadzaam bij een vermoeden van leverbot altijd contact op te nemen met je dierenarts.

Meer over de verschillende wormsoorten kun je <a href="https://www.hipposupport.nl/12-wormmanagement/wormsoorten">hier</a> lezen.

Conclusie: Mestonderzoek is betrouwbaar mits dit regelmatig gebeurt, gedaan wordt door getrainde en ervaren onderzoekers en goed wordt ingezet als onderdeel van het totale wormmanagement.								</div>
				</div>
					</div>
		</div>
					</div>
		</section>
				</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek_begrijpen/wanneer-is-mestonderzoek-betrouwbaar/">Wanneer is mestonderzoek betrouwbaar?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Longworm bij paarden: vooral relevant bij contact met ezels</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/longworm/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:04:46 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aanvullend onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[ezels]]></category>
		<category><![CDATA[ongebruikelijk]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=616</guid>

					<description><![CDATA[<p>De longworm bij paarden is Dictyocaulus arnfieldi. Deze parasiet komt bij paarden veel minder vaak voor dan bijvoorbeeld bloedworm of spoelworm. Dat is niet toevallig: de longworm is geen natuurlijke, gebruikelijke parasiet van het paard. De ezel is de belangrijkste natuurlijke gastheer. Voor paarden wordt het risico vooral relevant wanneer zij samen met ezels worden [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/longworm/">Longworm bij paarden: vooral relevant bij contact met ezels</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div data-elementor-type="wp-post" data-elementor-id="616" class="elementor elementor-616">
						<section class="elementor-section elementor-top-section elementor-element elementor-element-11a5baaf elementor-section-boxed elementor-section-height-default elementor-section-height-default" data-id="11a5baaf" data-element_type="section" data-e-type="section">
						<div class="elementor-container elementor-column-gap-default">
					<div class="elementor-column elementor-col-100 elementor-top-column elementor-element elementor-element-295c79e5" data-id="295c79e5" data-element_type="column" data-e-type="column">
			<div class="elementor-widget-wrap elementor-element-populated">
						<div class="elementor-element elementor-element-292b9a44 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="292b9a44" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<div>
<p class="isSelectedEnd">De longworm bij paarden is <strong><em>Dictyocaulus arnfieldi</em></strong>.</p><p class="isSelectedEnd">Deze parasiet komt bij paarden veel minder vaak voor dan bijvoorbeeld bloedworm of spoelworm. Dat is niet toevallig: <strong>de longworm is geen natuurlijke, gebruikelijke parasiet van het paard</strong>. De ezel is de belangrijkste natuurlijke gastheer.</p><p class="isSelectedEnd">Voor paarden wordt het risico vooral relevant wanneer zij <strong>samen met ezels worden gehouden</strong> of grazen op weiden waar besmette ezels lopen of hebben gelopen.</p><p class="isSelectedEnd">Ezels kunnen longworm bij zich dragen zonder duidelijke klachten en daarbij larven met de mest uitscheiden.</p><h2>Hoe raakt een paard besmet?</h2><p class="isSelectedEnd">Volwassen longwormen leven in de luchtwegen.</p><p class="isSelectedEnd">De vrouwelijke wormen produceren <strong>gelarveerde eitjes</strong>: in het eitje bevindt zich al een ontwikkelde eerste larve, de <strong>L1-larve</strong>. De eitjes worden vanuit de luchtwegen opgehoest en vervolgens doorgeslikt.</p><p class="isSelectedEnd">Ze komen doorgaans zeer snel uit, vaak al voordat de mest het dier verlaat. In zeer verse, bijvoorbeeld rectaal genomen mest kunnen daarom nog eitjes worden aangetroffen, maar in uitgescheiden mest vind je doorgaans vooral <strong>L1-larven</strong>.</p><p class="isSelectedEnd">Buiten het dier ontwikkelen de larven zich verder tot een infectieus stadium. Een paard raakt besmet door tijdens het grazen deze infectieuze larven op te nemen.</p><p class="isSelectedEnd">Na opname trekken de larven vanuit het maagdarmkanaal naar de longen, waar ze zich verder ontwikkelen.</p><h2>Waarom zijn ezels zo belangrijk?</h2><p class="isSelectedEnd">De ezel is de <strong>natuurlijke gastheer</strong> van <em>Dictyocaulus arnfieldi</em>.</p><p class="isSelectedEnd">Ezels kunnen volwassen longwormen bij zich dragen en langdurig larven met de mest uitscheiden, terwijl ze zelf weinig of geen duidelijke klachten hebben.</p><p class="isSelectedEnd">Het paard is voor deze parasiet een veel minder gebruikelijke gastheer. Paarden raken vooral besmet door blootstelling aan larven afkomstig van besmette ezels of van een besmette weide.</p><p class="isSelectedEnd">De longworm kan zijn levenscyclus bij paarden wel volledig doorlopen, vooral bij jonge paarden. Bij volwassen paarden gebeurt dat veel minder gemakkelijk. Zij kunnen daardoor wel longwormen in de luchtwegen en luchtwegklachten hebben, terwijl er weinig of geen larven met de mest worden uitgescheiden.</p><p class="isSelectedEnd">Omdat het paard geen natuurlijke gastheer is en infecties bij paarden minder voorspelbaar verlopen, is bovendien <strong>niet ieder detail van de levenscyclus van longworm in het paard volledig opgehelderd</strong>.</p><h2>Welke klachten kan longworm veroorzaken?</h2><p class="isSelectedEnd">Longworm veroorzaakt irritatie en ontsteking van de luchtwegen.</p><p class="isSelectedEnd">Mogelijke klachten zijn:</p><ul data-spread="false"><li>aanhoudend of regelmatig hoesten;</li><li>neusuitvloeiing;</li><li>een verhoogde ademhalingsfrequentie;</li><li>verminderde conditie;</li><li>in ernstigere gevallen benauwdheid.</li></ul><p class="isSelectedEnd">De klachten kunnen sterk lijken op andere luchtwegproblemen bij paarden.</p><p class="isSelectedEnd">Longworm is daarom meestal niet de eerste oorzaak waaraan wordt gedacht. Maar wanneer een paard met onverklaarde of terugkerende luchtwegklachten contact heeft met ezels, is longworm wel een parasiet om rekening mee te houden.</p><h2>Kun je longworm aantonen met gewoon mestonderzoek?</h2><p class="isSelectedEnd"><strong>Met een standaard McMaster-mestonderzoek is dat slechts zeer beperkt mogelijk.</strong></p><p class="isSelectedEnd">Een gewone McMaster-telling is vooral bedoeld voor het aantonen en tellen van wormeitjes. Bij longworm worden in uitgescheiden mest doorgaans juist <strong>L1-larven</strong> aangetroffen.</p><p class="isSelectedEnd">Daarom wordt voor longwormonderzoek de <strong>Baermann-methode</strong> gebruikt. Met deze methode worden levende larven uit de mest verzameld en vervolgens onder de microscoop onderzocht.</p><p class="isSelectedEnd">In zeer verse, bijvoorbeeld rectaal genomen mest kunnen nog gelarveerde eitjes aanwezig zijn. Die komen echter snel uit. Voor gericht onderzoek naar longworm is het zoeken naar larven daarom veel geschikter.</p><p class="isSelectedEnd">Bij jonge paarden waarbij de longworm zijn levenscyclus volledig doorloopt en larven worden uitgescheiden, kan een Baermann-onderzoek de infectie aantonen.</p><p class="isSelectedEnd">Bij volwassen paarden ligt dat moeilijker. Zij kunnen wel longwormen in de luchtwegen hebben en klachten ontwikkelen, terwijl er weinig of geen larven met de mest worden uitgescheiden.</p><p class="isSelectedEnd">Een negatieve Baermann-test bij een volwassen paard sluit longworm daarom <strong>niet volledig uit</strong>.</p><h2>Waarom kan onderzoek bij een ezel veel informatie geven?</h2><p class="isSelectedEnd">Bij ezels kan longworm zijn levenscyclus veel gemakkelijker voltooien. Een besmette ezel kan daardoor langdurig larven via de mest verspreiden.</p><p class="isSelectedEnd">Wanneer een paard met luchtwegklachten samen met een ezel wordt gehouden, kan het daarom zinvol zijn om niet alleen het paard, maar juist ook de <strong>mest van de ezel met de Baermann-methode</strong> te onderzoeken.</p><p class="isSelectedEnd">Een positieve uitslag bij de ezel laat zien dat het paard daadwerkelijk aan longwormlarven kan zijn blootgesteld.</p><p class="isSelectedEnd">Een negatieve uitslag bij het paard zelf hoeft de verdenking op longworm dus niet weg te nemen.</p><h2>Wat als longworm bij een paard wordt vermoed?</h2><p class="isSelectedEnd">Wanneer een paard aanhoudende luchtwegklachten heeft en longworm op basis van de voorgeschiedenis mogelijk is, is verder onderzoek door de dierenarts verstandig.</p><p class="isSelectedEnd">Daarbij is vooral belangrijk om te vermelden of het paard:</p><ul data-spread="false"><li>samen met ezels wordt gehouden;</li><li>recent met ezels heeft gegraasd;</li><li>op een perceel loopt waar ook ezels komen of hebben gelopen.</li></ul><p class="isSelectedEnd">Naast mestonderzoek kan de dierenarts, afhankelijk van de klachten, aanvullend onderzoek van de luchtwegen uitvoeren.</p><h2>Welke wormmiddelen werken tegen longworm?</h2><p class="isSelectedEnd">Verschillende wormmiddelen kunnen werkzaam zijn tegen longworm. Onder andere <strong>ivermectine en fenbendazol</strong> worden hiervoor gebruikt. Ook moxidectine heeft werkzaamheid tegen <em>Dictyocaulus arnfieldi</em>.</p><p class="isSelectedEnd">Welke behandeling passend is, hangt af van het paard, de situatie en eventuele andere parasieten die een rol spelen.</p><p class="isSelectedEnd">Bij een paard met duidelijke luchtwegklachten is het verstandig behandeling met de dierenarts te bespreken.</p><p class="isSelectedEnd"><strong>Lees ook dit artikel: Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?</strong></p><h2>Kun je besmetting voorkomen?</h2><p class="isSelectedEnd">De belangrijkste praktische risicofactor is contact met besmette ezels en met weiden waarop zij longwormlarven uitscheiden.</p><p class="isSelectedEnd">Dat betekent niet dat paarden en ezels niet samen gehouden kunnen worden. Wel is het belangrijk dat <strong>ezels worden meegenomen in het wormmanagement</strong>.</p><p class="isSelectedEnd">Denk daarbij aan:</p><ul data-spread="false"><li>gericht onderzoek van ezels wanneer daar aanleiding voor is;</li><li>rekening houden met gezamenlijk gebruik van weiden;</li><li>bij luchtwegklachten bij paarden ook aan longworm denken;</li><li>niet aannemen dat een ezel zonder klachten automatisch vrij is van longworm.</li></ul><h2>Longworm is vooral een kwestie van de juiste verdenking</h2><p class="isSelectedEnd">Longworm komt bij paarden veel minder vaak voor dan de belangrijkste maagdarmwormen. Routinematig ieder paard op longworm onderzoeken is daarom meestal niet zinvol.</p><p class="isSelectedEnd">De situatie verandert wanneer een paard <strong>luchtwegklachten én contact met ezels</strong> heeft.</p><p class="isSelectedEnd">Dan zijn vooral deze punten belangrijk:</p><ul data-spread="false"><li>longworm meenemen als mogelijke oorzaak;</li><li>voor mestonderzoek de <strong>Baermann-methode</strong> gebruiken in plaats van alleen een standaard McMaster-telling;</li><li>beseffen dat een negatieve uitslag bij een volwassen paard longworm niet volledig uitsluit;</li><li>zo nodig ook de ezel als mogelijke besmettingsbron onderzoeken.</li></ul><p class="isSelectedEnd"><strong>Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?</strong></p><p><strong>Lees ook dit artikel: Wat betekent het als je geen wormeitjes vindt?</strong></p></div></div></div><div id="fav-sidebar2" class="favth-col-lg-3 favth-col-md-3 favth-col-sm-3 favth-col-xs-12">
</div>								</div>
				</div>
					</div>
		</div>
					</div>
		</section>
				</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/longworm/">Longworm bij paarden: vooral relevant bij contact met ezels</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Aarsworm bij paarden: jeuk rond de staart en hoe je hem aantoont</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/aarsworm-aarsmade/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 11:51:10 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aanvullend onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[aarsmade]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[hardnekking]]></category>
		<category><![CDATA[resistentie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=600</guid>

					<description><![CDATA[<p>De aarsworm (Oxyuris equi), in de volksmond ook wel aarsmade genoemd, is een parasiet die vooral bekendstaat om jeuk rond de anus en staartwortel. De infectie veroorzaakt meestal geen ernstige ziekte, maar kan voor het paard wel bijzonder hinderlijk zijn. Door de jeuk gaat het paard schuren. Daardoor kunnen haren afbreken en wondjes ontstaan. Tijdens [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/aarsworm-aarsmade/">Aarsworm bij paarden: jeuk rond de staart en hoe je hem aantoont</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div data-elementor-type="wp-post" data-elementor-id="600" class="elementor elementor-600">
						<section class="elementor-section elementor-top-section elementor-element elementor-element-6a961052 elementor-section-boxed elementor-section-height-default elementor-section-height-default" data-id="6a961052" data-element_type="section" data-e-type="section">
						<div class="elementor-container elementor-column-gap-default">
					<div class="elementor-column elementor-col-100 elementor-top-column elementor-element elementor-element-29d2352d" data-id="29d2352d" data-element_type="column" data-e-type="column">
			<div class="elementor-widget-wrap elementor-element-populated">
						<div class="elementor-element elementor-element-36c41b24 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="36c41b24" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12"><div class="item-page"><div><p>De <strong data-start="404" data-end="433">aarsworm (<em data-start="416" data-end="430">Oxyuris equi</em>)</strong>, in de volksmond ook wel <strong data-start="459" data-end="471">aarsmade</strong> genoemd, is een parasiet die vooral bekendstaat om jeuk rond de anus en staartwortel.</p><p class="isSelectedEnd">De infectie veroorzaakt meestal geen ernstige ziekte, maar kan voor het paard wel bijzonder hinderlijk zijn. Door de jeuk gaat het paard schuren. Daardoor kunnen haren afbreken en wondjes ontstaan.</p><p class="isSelectedEnd">Tijdens het genezen kunnen die wondjes opnieuw jeuk veroorzaken, waardoor het paard weer gaat schuren. Zo kan een <strong>vicieuze cirkel van jeuk en schuren</strong> ontstaan. Uiteindelijk kan het schuren zelfs een gewoonte worden, terwijl de oorspronkelijke aarsworminfectie inmiddels al verdwenen is.</p><p class="isSelectedEnd">Aarsworm verschilt bovendien op een belangrijk punt van veel andere wormsoorten: de eitjes worden niet gewoon met de mest uitgescheiden.</p><h2>Hoe leeft de aarsworm?</h2><p class="isSelectedEnd">Volwassen aarswormen bevinden zich in het achterste deel van het darmkanaal.</p><p class="isSelectedEnd">De vrouwelijke worm trekt vanuit de <strong>endeldarm naar buiten</strong>, vooral wanneer het paard rust of slaapt, en legt haar eitjes in een kleverige substantie op de huid rond de anus.</p><p class="isSelectedEnd">Dat is een belangrijk verschil met veel andere darmparasieten. Die leggen hun eitjes in de darm, waarna de eitjes met de mest naar buiten komen. Bij aarsworm worden de eitjes juist <strong>buiten het lichaam rond de anus afgezet</strong>.</p><p class="isSelectedEnd">De eitjes ontwikkelen zich daar verder. Het paard kan vervolgens opnieuw besmet raken door infectieuze eitjes uit de omgeving op te nemen.</p><h2>Soms kun je een infectie met het blote oog zien</h2><p class="isSelectedEnd">Doordat de eitjes rond de anus worden afgezet, kun je een aarsworminfectie soms al vermoeden door <strong>onder de staart te kijken</strong>.</p><p class="isSelectedEnd">Als het paard dat veilig toelaat, kun je rond de anus soms <strong>gelig-witte, kleverige strepen of korstjes</strong> zien. Daarin kunnen de aarswormeitjes aanwezig zijn.</p><p class="isSelectedEnd">Ook kun je soms een volwassen vrouwelijke aarsworm rond de anus of in de mest aantreffen.</p><p class="isSelectedEnd">Wat je met het blote oog ziet kan dus een duidelijke aanwijzing zijn, maar wanneer je de infectie wilt bevestigen is een specifieke onderzoeksmethode geschikter.</p><h2>Welke klachten zie je?</h2><p class="isSelectedEnd">Het meest kenmerkende verschijnsel is <strong>schuren van de staart en achterhand</strong>.</p><p class="isSelectedEnd">Je kunt bijvoorbeeld zien:</p><ul data-spread="false"><li>veelvuldig schuren met de achterhand;</li><li>afgebroken of kale haren aan de staartwortel;</li><li>geïrriteerde of beschadigde huid;</li><li>gelig-witte of kleverige resten rond de anus;</li><li>onrust of duidelijke irritatie.</li></ul><p class="isSelectedEnd">Staartschuren betekent overigens niet automatisch dat een paard aarsworm heeft. Ook huidproblemen, insecten, mijten, allergieën en andere oorzaken kunnen jeuk veroorzaken.</p><p class="isSelectedEnd">En andersom geldt: blijft een paard schuren nadat een aarsworminfectie is behandeld, dan betekent dat niet automatisch dat de infectie nog aanwezig is. De beschadigde en genezende huid kan blijven jeuken en het schuren kan inmiddels een gewoonte zijn geworden.</p><h2>Waarom vind je aarsworm vaak niet met gewoon mestonderzoek?</h2><p class="isSelectedEnd">Omdat de vrouwelijke worm haar eitjes <strong>rond de anus</strong> afzet, komen deze niet op dezelfde manier met de mest mee als bijvoorbeeld bloedworm- of spoelwormeitjes.</p><p class="isSelectedEnd">In een gewoon mestmonster kunnen soms toevallig aarswormeitjes worden gevonden, maar daarop kun je niet vertrouwen.</p><p class="isSelectedEnd">Een negatieve standaard mesttelling sluit aarsworm daarom <strong>niet uit</strong>.</p><h2>Hoe onderzoek je op aarsworm?</h2><p class="isSelectedEnd">De meest geschikte methode is de <strong>cellotape-test</strong>.</p><p class="isSelectedEnd">Daarbij wordt een stukje doorzichtig plakband tegen de huid rond de anus gedrukt. Eventueel aanwezige eitjes blijven aan het plakband kleven en kunnen daarna onder de microscoop worden bekeken.</p><p class="isSelectedEnd">Doe dit bij voorkeur voordat de huid rond de anus is schoongemaakt en voordat zoveel mogelijk van het materiaal door schuren verdwenen is.</p><p class="isSelectedEnd">De cellotape-test sluit daarmee rechtstreeks aan op de bijzondere manier waarop de aarsworm zijn eitjes afzet.</p><h2>De omgeving speelt een belangrijke rol</h2><p class="isSelectedEnd">De kleverige massa met eitjes kan rond de anus achterblijven, maar door het schuren komen eitjes ook op allerlei plaatsen in de omgeving terecht.</p><p class="isSelectedEnd">Denk bijvoorbeeld aan:</p><ul data-spread="false"><li>stalwanden;</li><li>deuren;</li><li>hekken en palen;</li><li>voer- en drinkbakken;</li><li>poetsplaatsen;</li><li>andere oppervlakken waar het paard met de achterhand tegenaan schuurt.</li></ul><p class="isSelectedEnd">Andere paarden kunnen daar vervolgens weer infectieuze eitjes opnemen.</p><h2>Hygiëne hoort daarom bij de aanpak</h2><p class="isSelectedEnd">Bij een aangetoonde aarsworminfectie is alleen behandelen van het paard niet voldoende.</p><p class="isSelectedEnd">Het is ook verstandig om:</p><ul data-spread="false"><li>de huid rond de anus voorzichtig schoon te houden;</li><li>plaatsen waar het paard schuurt goed te reinigen;</li><li>voer- en drinkbakken schoon te houden;</li><li>mest regelmatig te verwijderen;</li><li>besmet vuil niet langdurig op oppervlakken te laten zitten.</li></ul><p class="isSelectedEnd">Vooral <strong>mechanisch schoonmaken</strong> is hierbij belangrijk: je wilt de kleverige resten met eitjes daadwerkelijk verwijderen.</p><h2>Niet ieder wormmiddel werkt even betrouwbaar</h2><p class="isSelectedEnd">Aarsworm kan met verschillende wormmiddelen worden behandeld, maar de werkzaamheid is niet altijd even voorspelbaar.</p><p class="isSelectedEnd">Er zijn situaties bekend waarin bijvoorbeeld ivermectine of moxidectine onvoldoende werkzaam bleek. Bij een aangetoonde of steeds terugkerende infectie is het daarom verstandig met de dierenarts te bespreken welk middel passend is.</p><p class="isSelectedEnd"><strong>Lees ook dit artikel: Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?</strong></p><h2>Blijven schuren betekent niet automatisch dat de aarsworm terug is</h2><p class="isSelectedEnd">Dit is bij aarsworm een belangrijk praktisch punt.</p><p class="isSelectedEnd">De oorspronkelijke jeuk veroorzaakt schuren. Door het schuren raakt de huid beschadigd. Tijdens het herstel kan die huid opnieuw jeuken, waarna het paard weer gaat schuren.</p><p class="isSelectedEnd">Zo kan de oorspronkelijke aarsworminfectie al verdwenen zijn terwijl het <strong>jeuk-schuurgedrag blijft bestaan</strong>.</p><p class="isSelectedEnd">Wanneer een paard na behandeling blijft schuren, is steeds opnieuw ontwormen daarom niet automatisch de juiste reactie.</p><p class="isSelectedEnd">Kijk opnieuw of er aanwijzingen voor aarsworm zijn en houd ook rekening met:</p><ul data-spread="false"><li>beschadigde of genezende huid;</li><li>andere oorzaken van jeuk;</li><li>herbesmetting vanuit de omgeving;</li><li>onvoldoende werkzaamheid van de behandeling;</li><li>aangeleerd schuurgedrag.</li></ul><p class="isSelectedEnd">Bij twijfel kan opnieuw een cellotape-test worden gedaan.</p><h2>Aarsworm is vooral hinderlijk</h2><p class="isSelectedEnd">Aarsworm verschilt daarmee behoorlijk van parasieten zoals bloedworm of spoelworm.</p><p class="isSelectedEnd">Het belangrijkste probleem is meestal <strong>jeuk en de gevolgen van het schuren</strong>, niet ernstige schade aan het maagdarmkanaal.</p><p class="isSelectedEnd">De praktische aanpak is daarom:</p><ol start="1" data-spread="false"><li><strong>kijk onder de staart wanneer het paard veel schuurt;</strong></li><li><strong>gebruik bij verdenking een cellotape-test in plaats van alleen een gewoon mestonderzoek;</strong></li><li><strong>behandel gericht wanneer daar aanleiding voor is;</strong></li><li><strong>neem ook de omgeving en hygiëne mee;</strong></li><li><strong>ga er niet automatisch vanuit dat aanhoudend schuren betekent dat de infectie nog aanwezig is.</strong></li></ol><p class="isSelectedEnd"><strong>Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?</strong></p><p><strong>Lees ook dit artikel: Wat betekent het als je geen wormeitjes vindt?</strong></p><p>In het onderstaande filmpje zie je een aarsworm die eitjes legt rond de anus van het paard.</p><p><iframe src="https://www.youtube.com/embed/tQuI9SspGQM" width="560" height="315" frameborder="0" allowfullscreen="allowfullscreen" data-mce-fragment="1"></iframe></p></div></div></div>								</div>
				</div>
					</div>
		</div>
					</div>
		</section>
				</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/aarsworm-aarsmade/">Aarsworm bij paarden: jeuk rond de staart en hoe je hem aantoont</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Leverbot bij paarden: wanneer is het een risico?</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/leverbot/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 09 Jun 2020 12:55:41 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aanvullend onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[koeien]]></category>
		<category><![CDATA[leverbot]]></category>
		<category><![CDATA[schadelijk]]></category>
		<category><![CDATA[schapen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=609</guid>

					<description><![CDATA[<p>De leverbot (Fasciola hepatica) is geen natuurlijke, gebruikelijke parasiet van het paard. Dat betekent niet dat paarden nooit met leverbot geïnfecteerd kunnen raken. Dat kan wel degelijk. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld bloedworm hoort leverbot niet bij de normale parasieten die hun levenscyclus gemakkelijk in het paard voltooien. Voor een relevante leverbotinfectie bij een paard [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/leverbot/">Leverbot bij paarden: wanneer is het een risico?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div data-elementor-type="wp-post" data-elementor-id="609" class="elementor elementor-609">
						<section class="elementor-section elementor-top-section elementor-element elementor-element-620d08a2 elementor-section-boxed elementor-section-height-default elementor-section-height-default" data-id="620d08a2" data-element_type="section" data-e-type="section">
						<div class="elementor-container elementor-column-gap-default">
					<div class="elementor-column elementor-col-100 elementor-top-column elementor-element elementor-element-3151adfa" data-id="3151adfa" data-element_type="column" data-e-type="column">
			<div class="elementor-widget-wrap elementor-element-populated">
						<div class="elementor-element elementor-element-6bf0912b elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="6bf0912b" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p class="PDq2pG_selectionAnchorContainer" data-start="225" data-end="321">De <strong data-start="228" data-end="262">leverbot (<em data-start="240" data-end="259">Fasciola hepatica</em>)</strong> is geen natuurlijke, gebruikelijke parasiet van het paard.</p><p data-start="323" data-end="572">Dat betekent niet dat paarden nooit met leverbot geïnfecteerd kunnen raken. Dat kan wel degelijk. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld bloedworm hoort leverbot niet bij de normale parasieten die hun levenscyclus gemakkelijk in het paard voltooien.</p><p data-start="574" data-end="696">Voor een relevante leverbotinfectie bij een paard moeten daarom meestal <strong data-start="646" data-end="695">meerdere omstandigheden tegelijk gunstig zijn</strong>.</p><p data-start="698" data-end="742">Daarbij spelen vooral drie factoren een rol:</p><ol data-start="744" data-end="934"><li data-section-id="111xaaf" data-start="744" data-end="796">leverbot moet van buitenaf worden geïntroduceerd;</li><li data-section-id="jpfo6j" data-start="797" data-end="861">er moet een geschikte leefomgeving zijn voor de leverbotslak;</li><li data-section-id="h59xst" data-start="862" data-end="934">de leverbot moet erin slagen zich in het paard verder te ontwikkelen.</li></ol><h2 data-section-id="14w0624" data-start="936" data-end="990">1. Leverbot moet van buitenaf worden geïntroduceerd</h2><p data-start="992" data-end="1195">Paarden zijn geen natuurlijke gastheer van leverbot. Zij zullen daarom normaal gesproken ook niet grote hoeveelheden leverboteitjes uitscheiden waarmee ze zelf een besmetting op de weide in stand houden.</p><p data-start="1197" data-end="1257">De parasiet moet meestal <strong data-start="1222" data-end="1256">van buitenaf worden aangevoerd</strong>.</p><p data-start="1259" data-end="1266">Vooral:</p><ul data-start="1268" data-end="1300"><li data-section-id="1gsqj81" data-start="1268" data-end="1278">schapen;</li><li data-section-id="tkxy02" data-start="1279" data-end="1290">runderen;</li><li data-section-id="jvdm93" data-start="1291" data-end="1300">geiten;</li></ul><p data-start="1302" data-end="1438">zijn natuurlijke gastheren waarin leverbot gemakkelijk volwassen wordt en eitjes produceert. Ook wilde herkauwers kunnen een rol spelen.</p><p data-start="1440" data-end="1489">Die eitjes komen met de mest op het land terecht.</p><p data-start="1491" data-end="1697">Heeft een paardenweide geen geschiedenis met dergelijke dieren en is er ook vanuit aangrenzende percelen of waterstromen geen duidelijke besmettingsbron, dan is de kans op een leverbotprobleem veel kleiner.</p><h2 data-section-id="17pow6x" data-start="1699" data-end="1741">2. De leverbotslak moet er kunnen leven</h2><p data-start="1743" data-end="1804">Alleen leverboteitjes op een weiland zijn nog niet voldoende.</p><p data-start="1806" data-end="2010">Leverbot heeft voor zijn ontwikkeling buiten het dier een <strong data-start="1864" data-end="1882">tussengastheer</strong> nodig: de leverbotslak. In Nederland gaat het daarbij vooral om een kleine slak die voorkomt op vochtige en modderige plaatsen.</p><p data-start="2012" data-end="2048">Geschikte plekken zijn bijvoorbeeld:</p><ul data-start="2050" data-end="2170"><li data-section-id="1hnwbw7" data-start="2050" data-end="2070">randen van sloten;</li><li data-section-id="1om93bt" data-start="2071" data-end="2082">greppels;</li><li data-section-id="v9wsq6" data-start="2083" data-end="2092">poelen;</li><li data-section-id="10ftmlw" data-start="2093" data-end="2107">kwelplekken;</li><li data-section-id="8ewuw6" data-start="2108" data-end="2127">drassige laagtes;</li><li data-section-id="mtv1h7" data-start="2128" data-end="2170">slecht ontwaterde delen van een perceel.</li></ul><p data-start="2172" data-end="2233">Het gaat vooral om plekken die <strong data-start="2203" data-end="2232">langdurig vochtig blijven</strong>.</p><p data-start="2235" data-end="2436">In de slak doorloopt de leverbot een belangrijk deel van zijn ontwikkeling. Uiteindelijk verlaten nieuwe stadia de slak en komen infectieuze cysten op planten en ander materiaal in de omgeving terecht.</p><p data-start="2438" data-end="2484">Een paard kan deze tijdens het grazen opnemen.</p><p data-start="2486" data-end="2626">Een nat perceel betekent dus niet automatisch dat er leverbot aanwezig is. Er moeten zowel <strong data-start="2577" data-end="2611">leverbot als geschikte slakken</strong> aanwezig zijn.</p><h2 data-section-id="wtca5o" data-start="2628" data-end="2691">3. De leverbot moet zich ook in het paard kunnen ontwikkelen</h2><p data-start="2693" data-end="2777">Daarmee komen we bij een belangrijk verschil tussen paarden en bijvoorbeeld schapen.</p><p data-start="2779" data-end="2906">Het paard is <strong data-start="2792" data-end="2821">geen natuurlijke gastheer</strong> voor leverbot en lijkt van nature behoorlijk weerstand te bieden tegen een infectie.</p><p data-start="2908" data-end="3040">Na opname van infectieuze leverbotstadia lukt het de parasiet daarom lang niet altijd om zich bij een paard volledig te ontwikkelen.</p><p data-start="3042" data-end="3278">Onder natuurlijke omstandigheden komen echte leverbotinfecties bij paarden echter wel voor. De jonge leverbotten kunnen vanuit de darm richting de lever trekken, zich daar verder ontwikkelen en uiteindelijk in de galgangen terechtkomen.</p><p data-start="3280" data-end="3358">In sommige paarden kunnen ze daar volwassen worden en zelfs eitjes produceren.</p><p data-start="3360" data-end="3572">Waarom dat bij het ene paard wel lukt en bij het andere niet, is nog niet volledig opgehelderd. Waarschijnlijk spelen <strong data-start="3478" data-end="3543">individuele weerstand en de algemene gezondheid van het paard</strong> daarbij een belangrijke rol.</p><p data-start="3574" data-end="3802">Een gezond paard lijkt een infectie doorgaans beter te kunnen tegenhouden. Bij paarden met een verminderde weerstand of andere gezondheidsproblemen kan de leverbot mogelijk meer kans krijgen om zijn ontwikkeling voort te zetten.</p><p data-start="3804" data-end="3902">Daarom moet je bij leverbot niet alleen kijken naar het weiland, maar ook naar <strong data-start="3883" data-end="3901">het paard zelf</strong>.</p><h2 data-section-id="16d9krw" data-start="3904" data-end="3949">Hoe verloopt de levenscyclus van leverbot?</h2><p data-start="3951" data-end="4022">De levenscyclus is ingewikkelder dan die van veel gewone paardenwormen.</p><p data-start="4024" data-end="4057">In grote lijnen verloopt deze zo:</p><p data-start="4059" data-end="4149">Een besmet schaap, rund of ander geschikt dier scheidt <strong data-start="4114" data-end="4132">leverboteitjes</strong> uit met de mest.</p><p data-start="4151" data-end="4297">Onder geschikte omstandigheden ontwikkelen deze zich verder. Een larve verlaat het eitje en moet vervolgens een geschikte <strong data-start="4273" data-end="4289">leverbotslak</strong> vinden.</p><p data-start="4299" data-end="4366">In die slak vindt verdere vermenigvuldiging en ontwikkeling plaats.</p><p data-start="4368" data-end="4533">Daarna verlaten nieuwe larvale stadia de slak. Uiteindelijk vormen zich infectieuze cysten die aan planten en ander materiaal in vochtige gebieden kunnen vastzitten.</p><p data-start="4535" data-end="4629">Wanneer een paard zo&#8217;n infectieus stadium opneemt, komt de jonge leverbot in het lichaam vrij.</p><p data-start="4631" data-end="4775">Deze trekt door de darmwand en migreert richting de lever. Daar beweegt hij door het leverweefsel voordat hij uiteindelijk de galgangen bereikt.</p><p data-start="4777" data-end="4904">Alleen wanneer de parasiet deze hele ontwikkeling weet te voltooien, ontstaat een volwassen leverbot die eitjes kan produceren.</p><h2 data-section-id="1hbuei1" data-start="4906" data-end="4961">Welke klachten kan leverbot bij paarden veroorzaken?</h2><p data-start="4963" data-end="5039">Veel leverbotinfecties bij paarden verlopen zonder heel specifieke klachten.</p><p data-start="5041" data-end="5110">Wanneer er wel problemen ontstaan, kunnen bijvoorbeeld worden gezien:</p><ul data-start="5112" data-end="5291"><li data-section-id="fyqttp" data-start="5112" data-end="5135">verminderde conditie;</li><li data-section-id="1cfa7o1" data-start="5136" data-end="5154">gewichtsverlies;</li><li data-section-id="1oalrz4" data-start="5155" data-end="5177">verminderde eetlust;</li><li data-section-id="cf836l" data-start="5178" data-end="5199">slechter presteren;</li><li data-section-id="1s6wahy" data-start="5200" data-end="5215">bloedarmoede;</li><li data-section-id="c3gypv" data-start="5216" data-end="5242">afwijkende leverwaarden;</li><li data-section-id="1g6ow51" data-start="5243" data-end="5291">in ernstigere gevallen duidelijke leverschade.</li></ul><p data-start="5293" data-end="5351">Deze verschijnselen zijn bepaald niet uniek voor leverbot.</p><p data-start="5353" data-end="5439">Je kunt op basis van dergelijke klachten dus niet zeggen dat een paard leverbot heeft.</p><p data-start="5441" data-end="5549">De <strong data-start="5444" data-end="5494">omstandigheden waarin het paard wordt gehouden</strong> zijn daarom minstens zo belangrijk voor de verdenking.</p><p data-start="5551" data-end="5784">Een paard met onverklaarde leverproblemen op een droog perceel waar nooit schapen of runderen hebben gelopen heeft een heel ander risicoprofiel dan een paard dat graast rond natte greppels op land dat ook door schapen wordt gebruikt.</p><h2 data-section-id="1nmpkxx" data-start="5786" data-end="5839">Kun je leverbot aantonen met gewoon mestonderzoek?</h2><p data-start="5841" data-end="5936">Een standaard <strong data-start="5855" data-end="5935">McMaster-mestonderzoek is niet geschikt voor gericht onderzoek naar leverbot</strong>.</p><p data-start="5938" data-end="6071">Leverboteitjes zijn relatief groot en zwaar en gedragen zich anders dan de eitjes waarvoor een gewone flotatiemethode wordt gebruikt.</p><p data-start="6073" data-end="6185">Voor leverbot wordt daarom een <strong data-start="6104" data-end="6127">sedimentatiemethode</strong> gebruikt, bijvoorbeeld de gemodificeerde Dorsman-methode.</p><p data-start="6187" data-end="6283">Daarbij wordt juist gebruikgemaakt van het feit dat de zware leverboteitjes naar beneden zakken.</p><h2 data-section-id="7t7l1f" data-start="6285" data-end="6323">Wat betekent een negatieve uitslag?</h2><p data-start="6325" data-end="6409">Ook een negatief sedimentatieonderzoek sluit een leverbotinfectie niet volledig uit.</p><p data-start="6411" data-end="6448">Daar zijn verschillende redenen voor.</p><p data-start="6450" data-end="6583">Jonge leverbotten produceren nog geen eitjes. Een paard kan dus al geïnfecteerd zijn terwijl er nog niets in de mest is aan te tonen.</p><p data-start="6585" data-end="6835">Daarnaast lijken paarden, omdat zij geen natuurlijke gastheer zijn, vaak maar weinig volwassen leverbotten te ontwikkelen. Wanneer slechts weinig eitjes worden geproduceerd, wordt de kans dat ze in een klein mestmonster terechtkomen eveneens kleiner.</p><p data-start="6837" data-end="7078">Bij een sterke verdenking kan daarom aanvullend onderzoek door de dierenarts nodig zijn. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de voorgeschiedenis, klinische verschijnselen, bloedonderzoek en eventueel aanvullend specifiek onderzoek worden meegenomen.</p><h2 data-section-id="10awzfs" data-start="7080" data-end="7134">Moet je paarden regelmatig op leverbot onderzoeken?</h2><p data-start="7136" data-end="7158"><strong data-start="7136" data-end="7158">Nee, meestal niet.</strong></p><p data-start="7160" data-end="7288">Leverbotonderzoek hoort niet bij het standaard periodieke mestonderzoek dat je bij paarden bijvoorbeeld voor bloedworm uitvoert.</p><p data-start="7290" data-end="7373">Het heeft vooral zin wanneer er <strong data-start="7322" data-end="7372">een concrete reden is om leverbot te verdenken</strong>.</p><p data-start="7375" data-end="7427">Kijk daarbij naar de drie belangrijkste voorwaarden:</p><h3 data-section-id="1ktnfz9" data-start="7429" data-end="7469">Is er een mogelijke besmettingsbron?</h3><p data-start="7471" data-end="7611">Hebben er bijvoorbeeld schapen, runderen of geiten op het land gelopen, of kunnen zij vanuit aangrenzende percelen bijdragen aan besmetting?</p><h3 data-section-id="8xlu2" data-start="7613" data-end="7650">Zijn er geschikte natte plaatsen?</h3><p data-start="7652" data-end="7760">Zijn er sloten, greppels, poelen, kwelplekken of permanent drassige delen waar leverbotslakken kunnen leven?</p><h3 data-section-id="1es4z94" data-start="7762" data-end="7823">Is er aanleiding om juist bij dit paard verder te kijken?</h3><p data-start="7825" data-end="7982">Zijn er onverklaarde gezondheidsproblemen, afwijkende leverwaarden, verminderde conditie of andere redenen waardoor een leverbotinfectie aannemelijker wordt?</p><p data-start="7984" data-end="8062">Wanneer die factoren bij elkaar komen, wordt gericht onderzoek veel zinvoller.</p><h2 data-section-id="1fxzcjo" data-start="8064" data-end="8112">Wat doe je wanneer leverbot wordt aangetoond?</h2><p data-start="8114" data-end="8221">Leverbot bij een paard is geen gewone worminfectie waarvoor je simpelweg het standaard ontwormschema volgt.</p><p data-start="8223" data-end="8334">Wanneer leverbot wordt aangetoond of sterk wordt vermoed, is het verstandig dit met de dierenarts te bespreken.</p><p data-start="8336" data-end="8463">Daarbij is het bovendien zinvol om niet alleen naar het individuele paard te kijken, maar ook naar <strong data-start="8435" data-end="8462">de bron van de infectie</strong>.</p><p data-start="8465" data-end="8652">Als leverbot via schapen, runderen of andere dieren op een geschikt nat perceel in stand wordt gehouden, lost alleen behandeling van het paard het onderliggende probleem namelijk niet op.</p><h2 data-section-id="50b3or" data-start="8654" data-end="8700">Leverbot draait vooral om het risicoprofiel</h2><p data-start="8702" data-end="8750">Leverbot is bij paarden relatief ongebruikelijk.</p><p data-start="8752" data-end="8939">Daarom heeft het weinig zin om ieder paard routinematig op leverbot te onderzoeken. Veel belangrijker is begrijpen <strong data-start="8867" data-end="8938">wanneer de omstandigheden überhaupt geschikt zijn voor een infectie</strong>.</p><p data-start="8941" data-end="9006">Daarvoor moeten in de praktijk verschillende factoren samenkomen:</p><ul data-start="9008" data-end="9233"><li data-section-id="1ig0j4" data-start="9008" data-end="9082">leverbot moet door een geschikte natuurlijke gastheer worden aangevoerd;</li><li data-section-id="cmutgt" data-start="9083" data-end="9158">er moeten langdurig vochtige plekken zijn waar de leverbotslak kan leven;</li><li data-section-id="19yrcgi" data-start="9159" data-end="9233">én de parasiet moet erin slagen zich in het paard verder te ontwikkelen.</li></ul><p data-start="9235" data-end="9317">Juist die combinatie bepaalt of leverbot bij een paard een reëel aandachtspunt is.</p><p data-start="9319" data-end="9396"><strong data-start="9319" data-end="9396">Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?</strong></p><p data-start="9398" data-end="9470" data-is-last-node="" data-is-only-node=""><strong data-start="9398" data-end="9470" data-is-last-node="">Lees ook dit artikel: Wat betekent het als je geen wormeitjes vindt?</strong></p>								</div>
				</div>
					</div>
		</div>
					</div>
		</section>
				</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/leverbot/">Leverbot bij paarden: wanneer is het een risico?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
