De aarsworm (Oxyuris equi), in de volksmond ook wel aarsmade genoemd, is een parasiet die vooral bekendstaat om jeuk rond de anus en staartwortel.
De infectie veroorzaakt meestal geen ernstige ziekte, maar kan voor het paard wel bijzonder hinderlijk zijn. Door de jeuk gaat het paard schuren. Daardoor kunnen haren afbreken en wondjes ontstaan.
Tijdens het genezen kunnen die wondjes opnieuw jeuk veroorzaken, waardoor het paard weer gaat schuren. Zo kan een vicieuze cirkel van jeuk en schuren ontstaan. Uiteindelijk kan het schuren zelfs een gewoonte worden, terwijl de oorspronkelijke aarsworminfectie inmiddels al verdwenen is.
Aarsworm verschilt bovendien op een belangrijk punt van veel andere wormsoorten: de eitjes worden niet gewoon met de mest uitgescheiden.
Hoe leeft de aarsworm?
Volwassen aarswormen bevinden zich in het achterste deel van het darmkanaal.
De vrouwelijke worm trekt vanuit de endeldarm naar buiten, vooral wanneer het paard rust of slaapt, en legt haar eitjes in een kleverige substantie op de huid rond de anus.
Dat is een belangrijk verschil met veel andere darmparasieten. Die leggen hun eitjes in de darm, waarna de eitjes met de mest naar buiten komen. Bij aarsworm worden de eitjes juist buiten het lichaam rond de anus afgezet.
De eitjes ontwikkelen zich daar verder. Het paard kan vervolgens opnieuw besmet raken door infectieuze eitjes uit de omgeving op te nemen.
Soms kun je een infectie met het blote oog zien
Doordat de eitjes rond de anus worden afgezet, kun je een aarsworminfectie soms al vermoeden door onder de staart te kijken.
Als het paard dat veilig toelaat, kun je rond de anus soms gelig-witte, kleverige strepen of korstjes zien. Daarin kunnen de aarswormeitjes aanwezig zijn.
Ook kun je soms een volwassen vrouwelijke aarsworm rond de anus of in de mest aantreffen.
Wat je met het blote oog ziet kan dus een duidelijke aanwijzing zijn, maar wanneer je de infectie wilt bevestigen is een specifieke onderzoeksmethode geschikter.
Welke klachten zie je?
Het meest kenmerkende verschijnsel is schuren van de staart en achterhand.
Je kunt bijvoorbeeld zien:
- veelvuldig schuren met de achterhand;
- afgebroken of kale haren aan de staartwortel;
- geïrriteerde of beschadigde huid;
- gelig-witte of kleverige resten rond de anus;
- onrust of duidelijke irritatie.
Staartschuren betekent overigens niet automatisch dat een paard aarsworm heeft. Ook huidproblemen, insecten, mijten, allergieën en andere oorzaken kunnen jeuk veroorzaken.
En andersom geldt: blijft een paard schuren nadat een aarsworminfectie is behandeld, dan betekent dat niet automatisch dat de infectie nog aanwezig is. De beschadigde en genezende huid kan blijven jeuken en het schuren kan inmiddels een gewoonte zijn geworden.
Waarom vind je aarsworm vaak niet met gewoon mestonderzoek?
Omdat de vrouwelijke worm haar eitjes rond de anus afzet, komen deze niet op dezelfde manier met de mest mee als bijvoorbeeld bloedworm- of spoelwormeitjes.
In een gewoon mestmonster kunnen soms toevallig aarswormeitjes worden gevonden, maar daarop kun je niet vertrouwen.
Een negatieve standaard mesttelling sluit aarsworm daarom niet uit.
Hoe onderzoek je op aarsworm?
De meest geschikte methode is de cellotape-test.
Daarbij wordt een stukje doorzichtig plakband tegen de huid rond de anus gedrukt. Eventueel aanwezige eitjes blijven aan het plakband kleven en kunnen daarna onder de microscoop worden bekeken.
Doe dit bij voorkeur voordat de huid rond de anus is schoongemaakt en voordat zoveel mogelijk van het materiaal door schuren verdwenen is.
De cellotape-test sluit daarmee rechtstreeks aan op de bijzondere manier waarop de aarsworm zijn eitjes afzet.
De omgeving speelt een belangrijke rol
De kleverige massa met eitjes kan rond de anus achterblijven, maar door het schuren komen eitjes ook op allerlei plaatsen in de omgeving terecht.
Denk bijvoorbeeld aan:
- stalwanden;
- deuren;
- hekken en palen;
- voer- en drinkbakken;
- poetsplaatsen;
- andere oppervlakken waar het paard met de achterhand tegenaan schuurt.
Andere paarden kunnen daar vervolgens weer infectieuze eitjes opnemen.
Hygiëne hoort daarom bij de aanpak
Bij een aangetoonde aarsworminfectie is alleen behandelen van het paard niet voldoende.
Het is ook verstandig om:
- de huid rond de anus voorzichtig schoon te houden;
- plaatsen waar het paard schuurt goed te reinigen;
- voer- en drinkbakken schoon te houden;
- mest regelmatig te verwijderen;
- besmet vuil niet langdurig op oppervlakken te laten zitten.
Vooral mechanisch schoonmaken is hierbij belangrijk: je wilt de kleverige resten met eitjes daadwerkelijk verwijderen.
Niet ieder wormmiddel werkt even betrouwbaar
Aarsworm kan met verschillende wormmiddelen worden behandeld, maar de werkzaamheid is niet altijd even voorspelbaar.
Er zijn situaties bekend waarin bijvoorbeeld ivermectine of moxidectine onvoldoende werkzaam bleek. Bij een aangetoonde of steeds terugkerende infectie is het daarom verstandig met de dierenarts te bespreken welk middel passend is.
Lees ook dit artikel: Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?
Blijven schuren betekent niet automatisch dat de aarsworm terug is
Dit is bij aarsworm een belangrijk praktisch punt.
De oorspronkelijke jeuk veroorzaakt schuren. Door het schuren raakt de huid beschadigd. Tijdens het herstel kan die huid opnieuw jeuken, waarna het paard weer gaat schuren.
Zo kan de oorspronkelijke aarsworminfectie al verdwenen zijn terwijl het jeuk-schuurgedrag blijft bestaan.
Wanneer een paard na behandeling blijft schuren, is steeds opnieuw ontwormen daarom niet automatisch de juiste reactie.
Kijk opnieuw of er aanwijzingen voor aarsworm zijn en houd ook rekening met:
- beschadigde of genezende huid;
- andere oorzaken van jeuk;
- herbesmetting vanuit de omgeving;
- onvoldoende werkzaamheid van de behandeling;
- aangeleerd schuurgedrag.
Bij twijfel kan opnieuw een cellotape-test worden gedaan.
Aarsworm is vooral hinderlijk
Aarsworm verschilt daarmee behoorlijk van parasieten zoals bloedworm of spoelworm.
Het belangrijkste probleem is meestal jeuk en de gevolgen van het schuren, niet ernstige schade aan het maagdarmkanaal.
De praktische aanpak is daarom:
- kijk onder de staart wanneer het paard veel schuurt;
- gebruik bij verdenking een cellotape-test in plaats van alleen een gewoon mestonderzoek;
- behandel gericht wanneer daar aanleiding voor is;
- neem ook de omgeving en hygiëne mee;
- ga er niet automatisch vanuit dat aanhoudend schuren betekent dat de infectie nog aanwezig is.
Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?
Lees ook dit artikel: Wat betekent het als je geen wormeitjes vindt?
In het onderstaande filmpje zie je een aarsworm die eitjes legt rond de anus van het paard.
