De longworm bij paarden is Dictyocaulus arnfieldi.
Deze parasiet komt bij paarden veel minder vaak voor dan bijvoorbeeld bloedworm of spoelworm. Dat is niet toevallig: de longworm is geen natuurlijke, gebruikelijke parasiet van het paard. De ezel is de belangrijkste natuurlijke gastheer.
Voor paarden wordt het risico vooral relevant wanneer zij samen met ezels worden gehouden of grazen op weiden waar besmette ezels lopen of hebben gelopen.
Ezels kunnen longworm bij zich dragen zonder duidelijke klachten en daarbij larven met de mest uitscheiden.
Hoe raakt een paard besmet?
Volwassen longwormen leven in de luchtwegen.
De vrouwelijke wormen produceren gelarveerde eitjes: in het eitje bevindt zich al een ontwikkelde eerste larve, de L1-larve. De eitjes worden vanuit de luchtwegen opgehoest en vervolgens doorgeslikt.
Ze komen doorgaans zeer snel uit, vaak al voordat de mest het dier verlaat. In zeer verse, bijvoorbeeld rectaal genomen mest kunnen daarom nog eitjes worden aangetroffen, maar in uitgescheiden mest vind je doorgaans vooral L1-larven.
Buiten het dier ontwikkelen de larven zich verder tot een infectieus stadium. Een paard raakt besmet door tijdens het grazen deze infectieuze larven op te nemen.
Na opname trekken de larven vanuit het maagdarmkanaal naar de longen, waar ze zich verder ontwikkelen.
Waarom zijn ezels zo belangrijk?
De ezel is de natuurlijke gastheer van Dictyocaulus arnfieldi.
Ezels kunnen volwassen longwormen bij zich dragen en langdurig larven met de mest uitscheiden, terwijl ze zelf weinig of geen duidelijke klachten hebben.
Het paard is voor deze parasiet een veel minder gebruikelijke gastheer. Paarden raken vooral besmet door blootstelling aan larven afkomstig van besmette ezels of van een besmette weide.
De longworm kan zijn levenscyclus bij paarden wel volledig doorlopen, vooral bij jonge paarden. Bij volwassen paarden gebeurt dat veel minder gemakkelijk. Zij kunnen daardoor wel longwormen in de luchtwegen en luchtwegklachten hebben, terwijl er weinig of geen larven met de mest worden uitgescheiden.
Omdat het paard geen natuurlijke gastheer is en infecties bij paarden minder voorspelbaar verlopen, is bovendien niet ieder detail van de levenscyclus van longworm in het paard volledig opgehelderd.
Welke klachten kan longworm veroorzaken?
Longworm veroorzaakt irritatie en ontsteking van de luchtwegen.
Mogelijke klachten zijn:
- aanhoudend of regelmatig hoesten;
- neusuitvloeiing;
- een verhoogde ademhalingsfrequentie;
- verminderde conditie;
- in ernstigere gevallen benauwdheid.
De klachten kunnen sterk lijken op andere luchtwegproblemen bij paarden.
Longworm is daarom meestal niet de eerste oorzaak waaraan wordt gedacht. Maar wanneer een paard met onverklaarde of terugkerende luchtwegklachten contact heeft met ezels, is longworm wel een parasiet om rekening mee te houden.
Kun je longworm aantonen met gewoon mestonderzoek?
Met een standaard McMaster-mestonderzoek is dat slechts zeer beperkt mogelijk.
Een gewone McMaster-telling is vooral bedoeld voor het aantonen en tellen van wormeitjes. Bij longworm worden in uitgescheiden mest doorgaans juist L1-larven aangetroffen.
Daarom wordt voor longwormonderzoek de Baermann-methode gebruikt. Met deze methode worden levende larven uit de mest verzameld en vervolgens onder de microscoop onderzocht.
In zeer verse, bijvoorbeeld rectaal genomen mest kunnen nog gelarveerde eitjes aanwezig zijn. Die komen echter snel uit. Voor gericht onderzoek naar longworm is het zoeken naar larven daarom veel geschikter.
Bij jonge paarden waarbij de longworm zijn levenscyclus volledig doorloopt en larven worden uitgescheiden, kan een Baermann-onderzoek de infectie aantonen.
Bij volwassen paarden ligt dat moeilijker. Zij kunnen wel longwormen in de luchtwegen hebben en klachten ontwikkelen, terwijl er weinig of geen larven met de mest worden uitgescheiden.
Een negatieve Baermann-test bij een volwassen paard sluit longworm daarom niet volledig uit.
Waarom kan onderzoek bij een ezel veel informatie geven?
Bij ezels kan longworm zijn levenscyclus veel gemakkelijker voltooien. Een besmette ezel kan daardoor langdurig larven via de mest verspreiden.
Wanneer een paard met luchtwegklachten samen met een ezel wordt gehouden, kan het daarom zinvol zijn om niet alleen het paard, maar juist ook de mest van de ezel met de Baermann-methode te onderzoeken.
Een positieve uitslag bij de ezel laat zien dat het paard daadwerkelijk aan longwormlarven kan zijn blootgesteld.
Een negatieve uitslag bij het paard zelf hoeft de verdenking op longworm dus niet weg te nemen.
Wat als longworm bij een paard wordt vermoed?
Wanneer een paard aanhoudende luchtwegklachten heeft en longworm op basis van de voorgeschiedenis mogelijk is, is verder onderzoek door de dierenarts verstandig.
Daarbij is vooral belangrijk om te vermelden of het paard:
- samen met ezels wordt gehouden;
- recent met ezels heeft gegraasd;
- op een perceel loopt waar ook ezels komen of hebben gelopen.
Naast mestonderzoek kan de dierenarts, afhankelijk van de klachten, aanvullend onderzoek van de luchtwegen uitvoeren.
Welke wormmiddelen werken tegen longworm?
Verschillende wormmiddelen kunnen werkzaam zijn tegen longworm. Onder andere ivermectine en fenbendazol worden hiervoor gebruikt. Ook moxidectine heeft werkzaamheid tegen Dictyocaulus arnfieldi.
Welke behandeling passend is, hangt af van het paard, de situatie en eventuele andere parasieten die een rol spelen.
Bij een paard met duidelijke luchtwegklachten is het verstandig behandeling met de dierenarts te bespreken.
Lees ook dit artikel: Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?
Kun je besmetting voorkomen?
De belangrijkste praktische risicofactor is contact met besmette ezels en met weiden waarop zij longwormlarven uitscheiden.
Dat betekent niet dat paarden en ezels niet samen gehouden kunnen worden. Wel is het belangrijk dat ezels worden meegenomen in het wormmanagement.
Denk daarbij aan:
- gericht onderzoek van ezels wanneer daar aanleiding voor is;
- rekening houden met gezamenlijk gebruik van weiden;
- bij luchtwegklachten bij paarden ook aan longworm denken;
- niet aannemen dat een ezel zonder klachten automatisch vrij is van longworm.
Longworm is vooral een kwestie van de juiste verdenking
Longworm komt bij paarden veel minder vaak voor dan de belangrijkste maagdarmwormen. Routinematig ieder paard op longworm onderzoeken is daarom meestal niet zinvol.
De situatie verandert wanneer een paard luchtwegklachten én contact met ezels heeft.
Dan zijn vooral deze punten belangrijk:
- longworm meenemen als mogelijke oorzaak;
- voor mestonderzoek de Baermann-methode gebruiken in plaats van alleen een standaard McMaster-telling;
- beseffen dat een negatieve uitslag bij een volwassen paard longworm niet volledig uitsluit;
- zo nodig ook de ezel als mogelijke besmettingsbron onderzoeken.
Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?
Lees ook dit artikel: Wat betekent het als je geen wormeitjes vindt?
