<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Parasieten - De Mestonderzoekshop</title>
	<atom:link href="https://www.hipposupport.nl/category/parasieten/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.hipposupport.nl</link>
	<description>De one-stop-mestonderzoekshop</description>
	<lastBuildDate>Mon, 24 Feb 2025 12:04:27 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>

<image>
	<url>https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/cropped-HippoSupport-Logo-Favicon-32x32.png</url>
	<title>Parasieten - De Mestonderzoekshop</title>
	<link>https://www.hipposupport.nl</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/welke-wormmiddelen-werken-tegen-welke-wormen/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 28 Jul 2021 07:28:06 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[De uitslag]]></category>
		<category><![CDATA[Mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=1986</guid>

					<description><![CDATA[<p>Ieder jaar weer zijn er berichten over veulens die op de operatietafel terechtkomen na een zware koliekaanval. In veel gevallen haalt het veulen het niet. Uit nader onderzoek blijkt dan heel vaak dat het gaat om koliek die veroorzaakt wordt door een (hele zware) spoelworminfectie. En helaas klinkt dan heel vaak de opmerking van de [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/welke-wormmiddelen-werken-tegen-welke-wormen/">Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><img fetchpriority="high" decoding="async" class="alignright wp-image-1991 size-medium" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-300x201.jpg" alt="" width="300" height="201" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-300x201.jpg 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-1024x684.jpg 1024w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-768x513.jpg 768w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4-600x401.jpg 600w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/veulen_spoelworm_4.jpg 1122w" sizes="(max-width: 300px) 100vw, 300px" />Ieder jaar weer zijn er berichten over veulens die op de operatietafel terechtkomen na een zware koliekaanval. In veel gevallen haalt het veulen het niet. Uit nader onderzoek blijkt dan heel vaak dat het gaat om koliek die veroorzaakt wordt door een (hele zware) spoelworminfectie. En helaas klinkt dan heel vaak de opmerking van de eigenaar; &#8220;maar het veulen is recent nog ontwormd.&#8221; Uit navraag blijkt dan helaas regelmatig dat het veulen inderdaad ontwormd was, maar met een middel dat niet (voldoende) effectief is tegen spoelworm. Het schrijnendste aan dit soort verhalen is natuurlijk dat de gedachte opkomt dat de problemen voorkomen hadden kunnen worden als het veulen met het juiste middel ontwormd was. En dat is geen hele rare gedachte.</p>
<p>Zo zijn er tal van voorbeelden waarbij paarden een worminfectie hebben, maar niet het juiste middel krijgen toegediend. Dat kan komen omdat er bijvoorbeeld geen mestonderzoek is gedaan en er dus helemaal niet bekend is van welke parasiet het paard last heeft, of omdat er onterecht gedacht wordt dat een middel wel werkzaam is tegen de betreffende parasiet, of dat er wormkuren zijn die overal tegen werken.</p>
<p><strong>Er zijn geen wormmiddelen die werkzaam zijn tegen alle voorkomende wormen bij paarden</strong><br />
Hierboven stipten wij het al even aan; er wordt soms onterecht gedacht dat er wormkuren zouden zijn die werkzaam zijn tegen alle wormen bij paarden. In de praktijk is dat echter niet zo. Er is veel resistentie bekend, waardoor wormmiddelen die eerst wel werkten tegen bepaalde wormen, nu niet meer effectief zijn, of slechts zeer beperkt. Dat kan zelfs regionaal verschillen. Dat is meteen ook een van de belangrijkste redenen waarom wij bij HippoSupport het zo belangrijk vinden dat de eigen dierenarts betrokken is bij het wormmanagement van paarden. Die kent namelijk de specifieke regionale stand van zaken over welke wormmiddelen (nog) wel werken bij sommige wormen.</p>
<p><strong>Welke wormmiddelen werken dan (nog) wel tegen welke wormen?</strong><br />
Bij HippoSupport vinden wij het belangrijk dat de paardeneigenaar en de eigen dierenarts goed inhoudelijk van gedachten kunnen wisselen over het wormmanagement van het paard, om zo te komen tot de beste aanpak in de strijd tegen parasieten; welk wormmiddel is het meest geschikt op basis van de aangetoonde infectie, de historie van het paard en de betreffende omstandigheden. En zoals gezegd; niet ieder middel is (voldoende) effectief tegen iedere worm. In het onderstaande overzicht is weergegeven in welke mate de verschillende wormmiddelen werkzaam zijn tegen de verschillende parasieten. Het is belangrijk om hierbij in het achterhoofd te houden dat dit kan veranderen in de tijd als er meer resistentie ontstaat.</p>
<p>In het overzicht zijn bovenaan de verschillende werkzame stoffen opgenomen, met daaronder enkele (van de meest voorkomende) merknamen. Let op; de lijst met merknamen is niet uitputtend). Om het onderstaande overzicht in het juiste perspectief te zetten; dit overzicht mag absoluut niet gezien worden als een wormbestrijdingsadvies van HippoSupport, maar is simpelweg een weergave van de op dit moment bekende werkzaamheid van de verschillende wormmiddelen tegen de verschillende parasieten. De bron voor deze informatie is <a href="http://www.parasietenwijzer.nl">www.parasietenwijzer.nl</a>. In Nederland is het bij wet zo geregeld dat alleen dierenartsen die minimaal 1 keer per jaar een paard (en de locatie waar het gehouden wordt) zien, een wormbestrijdingsadvies en een wormkuur mogen verstrekken. Ga daarom altijd naar je eigen dierenarts.</p>
<h6><img decoding="async" class="alignnone wp-image-4560 size-full" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen.jpg" alt="" width="880" height="367" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen.jpg 880w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen-300x125.jpg 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen-768x320.jpg 768w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/Wommiddelen-600x250.jpg 600w" sizes="(max-width: 880px) 100vw, 880px" /><br />
(Bron: M.A. Taylor, R.L. Coop, R.L. Wall (2007), Veterinary Parasitology, Parasietenwijzer.nl</h6>
<p>*1 Equest mag niet toegediend worden aan veulens jonger dan 4 maanden<br />
*2 Equest Pramox mag niet toegediend worden aan veulens jonger dan 6 1/2 maand<br />
*3 Voor een hoge effectiviteit tegen lavala stadia (slijmvlies of migrerend) wordt wel aangeraden om 5 dagen achtereen te behandelen.</p>
<table width="252">
<tbody>
<tr>
<td width="64">&#8211;</td>
<td width="64">=</td>
<td width="124">niet werkzaam</td>
</tr>
<tr>
<td>+/-</td>
<td>=</td>
<td>beperkt werkzaam</td>
</tr>
<tr>
<td>+</td>
<td>=</td>
<td>goed werkzaam</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong>METEN = WETEN, controleer de effectiviteit van de kuur</strong><br />
Om schijnzekerheid te voorkomen, raden wij altijd aan om een controle te doen op de effectiviteit van de wormkuur. Dit kan door middel van de zogeheten Fecal Egg Count Reduction Test (FECRT). Uitgangspunt is hierbij de wormeitelling vóór het toedienen van de wormkuur en vervolgens wordt er 2 weken na het toedienen van de wormkuur opnieuw mestonderzoek gedaan. De EPG dient met minimaal 95% te zijn afgenomen om te kunnen spreken van een kuur die voldoende effectief is geweest.</p><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/welke-wormmiddelen-werken-tegen-welke-wormen/">Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Minder ontwormen is beter voor de weide!</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/overig/minder-ontwormen-is-beter-voor-de-weide/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 15:44:57 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[Preventie]]></category>
		<category><![CDATA[bodemleven]]></category>
		<category><![CDATA[schadelijk]]></category>
		<category><![CDATA[weide]]></category>
		<category><![CDATA[wormmiddelen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=770</guid>

					<description><![CDATA[<p>Recent onderzoek heeft aangetoond dat reguliere wormmiddelen een negatieve invloed hebben op de groei van de weide. Een extra reden dus om vooral niet onnodig te ontwormen, maar altijd eerst mestonderzoek te doen. Daarnaast is het natuurlijk een extra reden om 1 á 2 weken te wachten met het weer op de weide zetten van [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/overig/minder-ontwormen-is-beter-voor-de-weide/">Minder ontwormen is beter voor de weide!</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<div>
<p>Recent onderzoek heeft aangetoond dat reguliere wormmiddelen een negatieve invloed hebben op de groei van de weide.<br />
Een extra reden dus om vooral niet onnodig te ontwormen, maar altijd eerst mestonderzoek te doen. Daarnaast is het natuurlijk een extra reden om 1 á 2 weken te wachten met het weer op de weide zetten van een paard als het een wormkuur heeft gehad.</p>
<p>In het artikel wordt gesproken over de effecten van wommiddelen op de weide. Er is onderzoek gedaan naar het effect van het middel Cydectin-pour-on, dat als werkzame stof moxidectine heeft. Deze werkzame stof zit ook in Equest en Equest Pramox.</p>
<p>Onderstaand de originele tekst van het uittreksel van dit onderzoek. Bron: <a href="http://ec.europa.eu/environment/integration/research/newsalert/pdf/livestock_worming_treatments_reduce_seed_germination_grassland_species_486na4_en.pdf">Europese Commissie</a></p>
<p><em>A common anti-parasitic drug used to control gastrointestinal worms in livestock has been shown to inhibit seed germination of three common grassland species. This recent study is the first to show that anthelmintics may negatively affect plant regeneration. The researchers say that treatments should be carefully timed in order to avoid the strongest impact of the drugs on germination and the consequential negative affect on grassland regeneration. Anthelmintics (anti-parasitic drugs) are commonly applied to control gastrointestinal nematodes, such as roundworms, which are a major cause of health problems in livestock including sheep and cattle. Macrocyclic lactones are commonly used anthelmintics, as they treat a broad range of parasites. There is limited resistance to these drugs, and they can be used on a variety of livestock animals with few side effects. These drugs are released into the environment through animal dung and there is evidence that non-target organisms, such as dung beetles, are negatively affected by anthelmintic residues. However, little is known about potential effects on plant species.</em></p>
<p><em>Many plant seeds pass through the digestive system of animals (including grazing livestock) and germinate within dung as part of seed dispersal and post-dispersal processes. As such, anthelmintics have the potential to reduce the germination success of plant species either indirectly, by having negative effects on decomposers, which include dung beetles, or due to</em><br />
<em>direct toxic effects on seedlings. </em></p>
<p><em>This study looked at the effects of treating sheep with the anthelmintic Cydectin and its active ingredient moxidectin on seed germination of ribwort plantain (Plantago lanceolata). The researchers fed female sheep of similar age and body weight with set portions of plantain seeds. Seven sheep were then treated with Cydectin and a further five were left untreated, to act as controls for comparison.</em></p>
<p><em>Laboratory germination experiments were also carried out where seeds of three common grassland species — brown knapweed (Centaurea jacea), lady’s bedstraw (Galium verum) and ribwort plantain — were exposed to different levels of Cydectin and moxidectin separately, by being placed in different strength solutions of each over a five-week period. The percentage of seedlings germinating, the mean germination time and occurrence of seedlings germinating at the same time (synchrony) were then recorded. Almost two thirds fewer plantain seedlings germinated from the dung of sheep treated with Cydectin compared to those germinated from the dung of untreated sheep. In the germination experiments, Cydectin and moxidectin also reduced the amount and synchrony of seedlings and increased the germination time for all three plant species. For example, a 10-milligram-per-litre (mg/l) concentration of Cydectin led to a 12-day delay in seed germination. These effects were stronger with Cydectin than with moxidectin, which may be due to the effects of other ingredients within the drug.</em></p>
<p><em>The researchers say their results provide the first proof that anthelmintics can have adverse effects on seed germination, which were tested in both laboratory and field conditions. The researchers emphasise that the effect of anthelmintics on seeds will depend on various factors, including environmental conditions, seed characteristics, livestock type and drugtreatment programmes. For example, the strongest impact of the drugs on germination is likely to occur if seeds are eaten very soon after treatment (as was the case in this study). The researchers say that limitation of seed dispersal is a major constraint to vegetation diversity in European grasslands and dispersal by mobile grazing livestock is one way of contributing to grassland restoration efforts. The researchers say that because anthelmintics may directly impair plant regeneration, further studies are needed to examine their effect under realistic grassland conditions for a broad spectrum of plant species. In addition, they recommend that livestock treated with anthelmintics should not be kept on grasslands of high conservation value, particularly soon after treatment.</em></p>
</div>
</div>
</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/overig/minder-ontwormen-is-beter-voor-de-weide/">Minder ontwormen is beter voor de weide!</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De 8 grootste mythen over mestonderzoek</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/de-8-grootste-mythen-over-mestonderzoek/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 15:42:58 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=765</guid>

					<description><![CDATA[<p>Hoewel er op basis van wetenschappelijk onderzoek de inzichten over ontwormen bij paarden veranderen, blijkt vaak dat deze nieuwe inzichten nog niet in de praktijk worden gebracht. Ondanks dat informatie via de moderne (social) media sneller verspreid kan worden en er veel online bronnen beschikbaar zijn, blijken vele paardeneigenaren vast te houden aan de oude [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/de-8-grootste-mythen-over-mestonderzoek/">De 8 grootste mythen over mestonderzoek</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Hoewel er op basis van wetenschappelijk onderzoek de inzichten over ontwormen bij paarden veranderen, blijkt vaak dat deze nieuwe inzichten nog niet in de praktijk worden gebracht. Ondanks dat informatie via de moderne (social) media sneller verspreid kan worden en er veel online bronnen beschikbaar zijn, blijken vele paardeneigenaren vast te houden aan de oude opvattingen en gewoonten. Daarnaast kan het juist ook een nadeel zijn dat er veel online bronnen beschikbaar zijn, want hoe kun je beoordelen of een bron betrouwbaar is? Vraag 10 mensen in je omgeving hoe ze omgaan met ontwormen en je krijgt 10 antwoorden en zo is het op het internet ook. Wie een snelle zoekopdracht naar ontwormen doet op bijvoorbeeld Bokt.nl, komt pagina&#8217;s vol meningen en ervaringen tegen. Helaas blijken die in de meeste gevallen gebaseerd op onvoldoende kennis en verkeerd gebruik van de beschikbare instrumenten op het gebied van wormmanagement.</p>
<p>Tijd om de belangrijkste onwaarheden over wormmanagement bij paarden eens op een rijtje te zetten.</p>
<blockquote class="blockquote-dark"><p>
Dit artikel is gebaseerd op de kennis en ervaring van verschillende experts; Lydia Gray, DVM, MA, SmartPak; Hoyt Cheramie, DVM, DACVS, Merial Ltd; Tom Kennedy, Farnam Companies en Kenton Morgan, DVM, Zoetis.</p></blockquote>
<p><span class="label-blue">Mythe 1: Paarden moeten het hele jaar door regelmatig blind ontwormd worden</span><br />
<img decoding="async" class="img-rounded img-shadow" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/wormkuren.gif" alt="wormkuren" width="250" height="250" />In de jaren ’60 (inmiddels dus ruim 50 jaar geleden!) werd geadviseerd om paarden iedere 8 weken te ontwormen, en steeds te wisselen van wormkuur (werkzame stof). Deze adviezen waren gebaseerd op de bestrijding van hoofdzakelijk de grote bloedworm. De grote bloedworm is een zeer schadelijke parasiet voor paarden en menig paard is hier aan overleden. Deze vorm van bestrijding is zeer effectief geweest, want de grote bloedworm is tegenwoordig zeer zeldzaam en komt in Nederland eigenlijk nauwelijks meer voor. In plaats daarvan hebben wij tegenwoordig vooral te maken met de kleine bloedworm. In tegenstelling tot de grote bloedworm die een levenscyclus heeft van ongeveer 1 jaar, heeft de kleine bloedworm een levenscyclus van (afhankelijk van de omstandigheden) minimaal 6 weken. Op zich is de frequentie van 8 weken dus helemaal geen rare.</p>
<p>Doordat in de afgelopen decennia steeds meer resistentie is opgetreden, wordt afgeredan om op basis van dit 50 jaar oude schema te ontwormen. In plaats daarvan zou er ontwormd moeten worden op basis van mestonderzoek, zodat ontwormd kan worden als dat nodig is en tegen de aangetroffen wormsoort. Daarmee wordt resistentie zoveel mogelijk afgeremd.<br />
Daarnaast is het belangrijk om in het wormmanagement uit te gaan van de specifieke regio waar de paarden worden gehouden, de individuele weerstand en gevoeligheid voor worminfecties van het paard en de risico’s die het paard loopt op worminfecties. Er is geen “one size fits all” aanpak die voor alle paarden geldt. Omdat al deze factoren van belang zijn, is ontwormen op basis van de kalender echt niet meer van deze tijd.</p>
<p>Volgens Kennedy is dat logisch;”de parasieten van het paard zijn lokaal, dus het wormmanagement moet afgestemd worden op de leeftijd van het paard, potentieel risico op infecties, de klimaatomstandigheden en de tijd van het jaar.</p>
<p>Jongere dieren hebben zullen over het algemeen vaker ontwormd moeten worden dan oudere dieren, vanwege het simpele feit dat zij hun weerstand nog op moeten bouwen omdat zij daarmee veel meer risico lopen op een worminfectie. In Zuid Europa is het risico op een worminfectie tijdens een hete zomer veel minder groot dan in het gematigde deel van Europa.<br />
Voor paardeneigenaren die al decennialang gewend zijn om iedere paar maanden een wormkuur te geven, zal het moeilijk zijn om te accepteren dat het paard dat eigenlijk niet nodig heeft en het paard dus eigenlijk onnodig bloot wordt gesteld aan de wormkuren.</p>
<p><span class="label-blue">Mythe 2: Het doel van het wormmanagement is een wormvrij paard</span><br />
<img decoding="async" class="img-rounded img-shadow alignright" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/Paarden_weide-resize.jpg" alt="Paarden weide resize" />Het doel van wormmanagent is niet om een wormvrij paard te hebben, maar om een worminfectie onder controle te houden. Dat betekent dat er ontwormd moet worden wanneer dat nodig is, zodat ook het risico op herinfecties verlaagd kan worden.</p>
<p>“Paarden hebben altijd al wormen” Aldus Cheramie. “De grootste mythe is dat paarden wormvrij zouden moeten zijn. Dat is niet haalbaar, en door dat doel na te streven in de afgelopen decennia, hebben wij resistentieproblemen veroorzaakt, waardoor de beschikbare wormmiddelen minder effectief zijn. In plaats daarvan moeten wij streven naar een gezond paard, en tegelijkertijd de wormmiddelen die wij tot onze beschikking hebben zo lang mogelijk beschikbaar zien te houden.”</p>
<p>Dit streven kan alleen behaald worden door regelmatig mestonderzoek te doen. Alleen dan wordt inzicht verkregen in de natuurlijke weerstand en individuele gevoeligheid voor worminfecties van het paard. Op die manier krijgt het paard zelf de kans om de worminfectie te bestrijden, maar kan toch op tijd ingegrepen worden als dat nodig is.</p>
<p><span class="label-blue">Mythe 3: Gericht ontwormen op basis van mestonderzoek is ingewikkeld en teveel werk</span><br />
Mestonderzoek is de basis van modern wormmanagement. Met behulp van mestonderzoek kan onderscheid gemaakt worden tussen lage ei-uitscheiders en hoge ei-uitscheiders. Met dat inzicht, kan voor ieder paard een op maat gemaakt wormmanagement worden toegepast; voor de lage ei-uitscheiders iets minder frequent mestonderzoek en waarschijnlijk ook minder vaak ontwormen en voor de hoge ei-uitscheiders frequenter mestonderzoek en zeer waarschijnlijk wat vaker ingrijpen met wormmiddelen.</p>
<p>“Op die manier is gericht ontwormen op basis van mestonderzoek eigenlijk minder werk, goedkoper en zeker effectiever,” aldus Gray. “De eerste stap is een mestonderzoek (laten) doen bij het paard. Als de uitslag lager is dan EPG 200, is het paard waarschijnlijk een lage ei-uitscheider en zal 1 a 2 keer per jaar een wormkuur afdoende zijn. Wanneer de EPG boven de 500 komt, is het paard waarschijnlijk een hoge ei-uitscheider en zal het waarschijnlijk vaker ontwormd moeten worden tijdens het weideseizoen.” Neem altijd contact op met de dierenarts om te overleggen over gerichte ontworming.</p>
<p>Het regelmatig uitvoeren van mestonderzoek is een waardevol instrument om te controleren of het wormmanagement van het paard nog voldoende effectief is. Op basis van de uitkomsten van het mestonderzoek kan gekeken worden of de preventieve maatregelen voldoende effectief zijn. Het is wel belangrijk om de resultaten van mestonderzoek op een juiste manier te interpreteren.</p>
<p><span class="label-blue">Mythe 4: Het mestonderzoek van mijn paard is altijd schoon, dus ik hoef nooit te ontwormen</span><br />
<img loading="lazy" decoding="async" class="img-rounded img-shadow" src="https://www.hipposupport.nl/images/Mestonderzoek/IMG_9031-resize-logo.jpg" alt="Mestkever" width="250" height="359" />“Als er tijdens mestonderzoek geen wormeitjes worden gevonden, dan betekent dat niet dat het paard geen parasieten heeft,” zegt Gray. Het kan nog steeds zo zijn dat het paard wel parasieten heeft, maar dat deze op het moment van het mestonderzoek geen eitjes leggen.</p>
<p>Ondanks dat zeggen parasitologen dat mestonderzoek waardevolle informatie geeft. Ook wanneer de resultaten van het mestonderzoek negatief zijn, kan het toch verstandig zijn het paard minimaal te ontwormen. Er zijn immers parasieten, zoals de horzellarve, die met mestonderzoek niet zijn aan te tonen, maar waarvoor het toch belangrijk kan zijn hiervoor te ontwormen. Ook hier geldt natuurlijk dat er wel sprake moet zijn van horzels in de omgeving waar het paard leeft. Daarnaast is er de lintworm die onregelmatig eitjes uitscheidt en daardoor niet betrouwbaar aan te tonen is met mestonderzoek. Vanwege de trage levenscyclus (1 jaar) adviseren veel dierenartsen daarom 1 keer per jaar een wormkuur te geven om de lintworm te bestrijden.</p>
<p>Het is belangrijk te realiseren dat, ook al hoeft een wormeitelling niet altijd direct overeen te komen met de omvang van een worminfectie, mestonderzoek nog steeds het beste instrument is om het risico op worminfecties vast te stellen en een behandeling te bepalen.</p>
<p><span class="label-blue">Mythe 5: Iedere 2 maanden ontwormen met verschillende middelen is de beste bescherming tegen parasieten</span><br />
In de jaren ’60 werd geadviseerd om bij het ontwormen te wisselen tussen 3 verschillende typen werkzame stof (bezimidazolen, zoals fenbendazole, pyrantel en macrocyclische lactonen zoals ivermectine en moxidectine). Er is in in al die jaren veel resistentie ontstaan tegen de benzimidazolen en in mindere mate tegen pyrantel en er zijn al tekenen van toenemende resistentie tegen ivermectine/moxidectine.</p>
<p>Uit de ervaringen die hiermee zijn opgedaan, hebben wij geleerd dat deze manier van ontwormen de opkomst van resistentie niet vertraagde zoals gedacht werd,” aldus Gray. “Het is belangrijk om er voor te zorgen dat de wormkuur die gegeven wordt effectief is. Door een zogeheten WormEi Reductie Test (WERT of FECRT) te doen, kan gecontroleerd worden of dat zo is. Deze test wordt 2 weken na de toegediende wormkuur gedaan door nogmaals mestonderzoek te doen.De resultaten van het mestonderzoek vóór en ná de wormkuur worden dan met elkaar vergeleken. Je hoopt dan een afname te zien van de infectie met 90 tot 95%, als het minder is dan dat, dan is er mogelijk sprake van resistentie.“</p>
<p>Door de effectiviteit van de wormkuur te testen (met behulp van de WERT), kun je achterhalen welke wormkuur het beste werkt voor het paard,” zegt Kennedy. “Als de toegediende wormkuur effectief is en correct is ingezet, dan kan deze gebruikt blijven worden.” Neem altijd contact op met de dierenarts als er mogelijk ontwormd moet worden.</p>
<p>Het testen van de effecitiviteit moet altijd gedaan worden op een groep paarden; het is geen diagnose van een individuele paard.</p>
<p><span class="label-blue">Mythe 6: Voor de beste bescherming moeten alle paarden op dezelfde dag en met hetzelfde middel ontwormd worden</span><br />
Het meest effectieve wormmanagement is gebaseerd op een specifieke groep paarden die onder gezamenlijke omstandigheden worden gehouden. Het middel dat gebruikt wordt, hangt af van de timing en het type paard dat ontwormd moet worden.</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="img-rounded img-shadow alignright" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/11097994_894676163942494_7579129240815693762_o.jpg" alt="Veulen" width="250" height="167" />Denk aan het ontwormen van veulens; hier wordt anders mee omgegaan dan met volwassen paarden. Veulens zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor spoelwormen en worden gedurende het eerste jaar op advies van de dierenarts geregeld ontwormd tegen spoelworm.</p>
<p>Het is belangrijk om samen met de eigen dierenarts een wormmanagement plan op te zetten, omdat de deze de paarden en hun omstandigheden kent en dus een goede inschatting kan maken van de risico’s die de paarden lopen en op basis daarvan een goed wormbestrijdingsadvies op kan stellen. Als er op structurele basis mestonderzoek wordt uitgevoerd in combinatie met door de dierenarts geadviseerde wormkuren gedurende het jaar, kun je er op vertrouwen dat eventuele worminfecties onder controle zijn en dat het risico op de kans op bijvoorbeeld koliek en koliek als gevolg van worminfecties omlaag gaat.</p>
<p><span class="label-blue">Mythe 7: Mijn paard komt nooit op vreemd terrein, dus ik hoef mij geen zorgen te maken over wormen</span><br />
<img loading="lazy" decoding="async" class="img-rounded img-shadow alignright" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/10333699_663038727106240_3280747298925272343_o.jpg" alt="Paardentrailer" width="250" height="133" />Het is goed om te realiseren dat paarden zichzelf opnieuw kunnen besmetten met de parasieten die zij met zich mee dragen. “Zelfs als je maar één paard hebt dat nooit op vreemd terrein komt, kan er toch sprake zijn van een worminfectie wanneer de parasieten die het paard met zich meedraagt eitjes leggen, die vervolgens op de weide terecht komen waar het paard de eitjes/larven vervolgens weer binnenkrijgt met het grazen,” aldus Gray.</p>
<p>Het is altijd verstandig om preventieve maatregelen te nemen om de infectiedruk op de weide zo laag mogelijk te houden. Denk hierbij aan mest verwijderen uit de weide, goed weidebeheer, etc. Door dergelijke maatregelen wordt de wormcyclus zoveel mogelijk doorbroken en wordt de kans op een herinfectie kleiner.</p>
<p><span class="label-blue">Mythe 8: Mestonderzoek is het enige instrument waarmee ik mijn paard kan beschermen tegen worminfecties</span><br />
“De kans op het oplopen van een worminfectie hangt af van de omgevingsfactoren,”zegt Cheramie. “Een bloedworminfectie loopt het paard hoofdzakelijk op de weide op.” Mestonderzoek is de basis van verantwoord wormmanagement. Het helpt met het verkrijgen van inzicht in de natuurlijke weerstand en individuele gevoelgheid van paarden voor worminfecties. En het geeft een beeld van wat er op de weide terecht komt.</p>
<p>Naast mestonderzoek zijn er echter nog veel maatregelen die effectief kunnen zijn om worminfecties zoveel mogelijk te voorkomen. Het gaat hierbij om preventieve maatregelen zoals mest uit de weide halen, de weide bloten, slepen, hooien en goed weidemanagement. Wanneer paarden te lang op een stuk weide staan en de hoeveelheid gras opraakt, zullen ze moeten grazen op de plaatsen waar mest ligt en juist daar is het risico op infecties het grootst.</p>
<p>Daarnaast is het belangrijk om bewust bezig te zijn met het wormmanagement. En dat begint al bij de stal. Als je de paarden niet aan huis hebt, dan ben je afhankelijk van hoe er op stal omgegaan wordt met het wormmanagement.</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="img-rounded img-shadow alignright" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/Verkorte_levenscyclys.png" alt="Wormcyclus HippoSupport" width="250" height="250" />De bloedwormeitjes komen met de mest op de weide terecht en vanuit de eitjes ontwikkelen zich vervolgens larven die in het gras kruipen zodat ze weer opgenomen worden door het paard tijdens het grazen. In het wild zullen paarden altijd zoveel mogelijk vermijden om te grazen in de buurt van mest, maar dat is helaas niet altijd mogelijk in de weides waar veel paarden in worden gehouden. Wanneer paarden op stal en/of in paddocks worden gehouden, is het risico op een worminfectie lager. Recent onderzoek heeft wel aangetoond dat ook de stal een belangrijke bron van worminfecties kan zijn. Het gaat dan hoofdzakelijk om potstallen, of stallen die niet iedere week worden leeggehaald en waar de mestballen en natte plekken niet dagelijks worden verwijderd.</p>
<p>Ook voor worminfecties in een paardenkudde gaat de 80/20 regel op. “Normaal gesproken zul je zien dat in een kudde zo ongeveer 80% van de infectiedruk bij 20% van de paarden zit,” zegt Morgan. “Hoge ei-uitscheiders zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van de overdracht van worminfecties.”</p>
<p>Doordat deze hoge ei-uitscheiders meer wormeitjes uitscheiden met de mest, zijn zij degenen die de weide vervuilen. Deze hoge ei-uitscheiders uit de weide houden kan de infectiedruk op de weide significant verlagen.</p><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/de-8-grootste-mythen-over-mestonderzoek/">De 8 grootste mythen over mestonderzoek</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Kun je aan een paard zien of hij een worminfectie heeft?</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/kun-je-aan-een-paard-zien-of-hij-een-worminfectie-heeft/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 15:38:38 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[blote oog]]></category>
		<category><![CDATA[kenmerken worminfectie]]></category>
		<category><![CDATA[worminfectie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=762</guid>

					<description><![CDATA[<p>Wij hebben regelmatig allerlei evenementen bezocht met onze stand. Bezoekers kunnen dan direct de mest van hun paard of pony laten onderzoeken tijdens het evenement. Onlangs stonden wij op een keuringsevenement, direct langs de losrijbak. Altijd leuk natuurlijk, al die paarden die helemaal tot in de laatste details verzorgd zijn. 1 Paard viel ons meteen [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/kun-je-aan-een-paard-zien-of-hij-een-worminfectie-heeft/">Kun je aan een paard zien of hij een worminfectie heeft?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Wij hebben regelmatig allerlei evenementen bezocht met onze stand. Bezoekers kunnen dan direct de mest van hun paard of pony laten onderzoeken tijdens het evenement. Onlangs stonden wij op een keuringsevenement, direct langs de losrijbak. Altijd leuk natuurlijk, al die paarden die helemaal tot in de laatste details verzorgd zijn. 1 Paard viel ons meteen op, doordat het niet zo glom als de andere paarden.</p>
<p>Wij spraken de begeleiders van het paard aan of zij misschien mestonderzoek wilden doen bij het paard. <em><strong>“Niet nodig, deze heeft geen wormen, dat zie ik zo”</strong></em>, luidde het antwoord. Een half uurtje later liep hetzelfde paard voor onze stand langs en begon te mesten. Wij besloten toch nog een poging te wagen. <em><strong>“Zeker weten dat je geen mestonderzoek wilt doen? Hij legt het zo voor ons neer”</strong></em>. <strong><em>“Nee hoor, niet nodig, hij mankeert niets.”</em></strong>. De 2e begeleider was toch wel wat nieuwsgierig geworden, dus de mest verdween in een zakje en ging mee richting de stand voor onderzoek.</p>
<p>Enkele minuten later werd het monster geprepareerd en ging het onder de microscoop. De uitslag? Een bloedworminfectie met een EPG van maar liefst 2150 én een spoelworminfectie met een EPG van 450&#8230;.. Wij hebben de begeleiders dringend aangeraden om toch vooral contact op te nemen met de dierenarts voor gerichte ontworming.</p>
<p>Wat is nu de moraal van het verhaal? Kun je nu wel of niet zien of een paard een worminfectie heeft? Ja en nee. Er zijn symptomen die kunnen duiden op een worminfectie, maar diezelfde symptomen kunnen ook door hele andere problemen veroorzaakt worden. In alle gevallen is het belangrijk om je paard, en de mest van je paard, goed in de gaten te houden, zodat je het op tijd in de gaten hebt als er iets verandert. Wij hebben de belangrijkste symptomen hieronder voor je op een rijtje gezet.</p>
<p>Als je deze symptomen niet herkent bij je paard, betekent dat dan dat je paard geen worminfectie heeft? Nee, helaas niet. Paarden zijn kampioenen in het verbergen van eventuele problemen, het zijn immers vluchtdieren. Daarom is het raadzaam om regelmatig mestonderzoek te doen bij je paard, dan voorkom je nare verrassingen.</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/Symptomen_worminfecties_paard.jpg" alt="Symptomen worminfecties paard" width="919" height="576" /></p><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/kun-je-aan-een-paard-zien-of-hij-een-worminfectie-heeft/">Kun je aan een paard zien of hij een worminfectie heeft?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Tips om je paard een wormspuit te geven</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/tips-om-je-paard-een-wormspuit-te-geven/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 15:34:57 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[ontwormen]]></category>
		<category><![CDATA[problemen]]></category>
		<category><![CDATA[wormspuit]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=753</guid>

					<description><![CDATA[<p>Als het nodig is om je paard te ontwormen, dan is het natuurlijk wel zo fijn als je paard ook een beetje meewerkt. In de praktijk blijkt dat helaas niet altijd zo te zijn en eindigt de paardeneigenaar met een hoop frustratie, een ondergesmeerde jas en de hoop dat het paard voldoende van de pasta [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/tips-om-je-paard-een-wormspuit-te-geven/">Tips om je paard een wormspuit te geven</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Als het nodig is om je paard te ontwormen, dan is het natuurlijk wel zo fijn als je paard ook een beetje meewerkt. In de praktijk blijkt dat helaas niet altijd zo te zijn en eindigt de paardeneigenaar met een hoop frustratie, een ondergesmeerde jas en de hoop dat het paard voldoende van de pasta binnen heeft gekregen.</p>
<p>Tijd om daar iets aan te veranderen! Wij hebben alvast een paar tips op een rijtje gezet die je misschien kunnen helpen om ook bij dat &#8220;lastige&#8221; paard de wormkuur toe te kunnen dienen.</p>
<p><strong>1. Vul een lege (schone) spuit met iets lekkers en oefen daarmee.</strong><br />
Het eerst wat je zou kunnen proberen om je paard te laten wennen aan de spuit, is om een lege spuit helemaal goed schoon te maken van binnen en van buiten. Daarna vul je hem met iets lekkers (afhankelijk van wat je paard lekker vindt) zoals vla, appelstroop of appelmoes. Smeer ook iets aan het uiteinde van de spuit zodat je paard snel doorkrijgt dat er misschien iets lekkers in zit.</p>
<p><strong>2. De wormspuit-in-een-wortel-methode</strong></p>
<p>Op facebook kwamen wij een hele handige tip tegen die wij graag met jullie delen. Je holt heel simpel een grote winterpeen uit, steekt de wormspuit er in en je kunt via de wortel de de wormkuur toedienen. Let wel een beetje op met de gulzige types, voor je het weet bijten flink op de spuit&#8230;. (Fotos: <a id="js_q8" class="_hli" href="https://www.facebook.com/HalonaSportHorses?__tn__=%2Cd%2AF%2AF-R&amp;eid=ARDdXzk4cJ_qFskqZbLNPYNv5eNA-zGAfrdzCt5epKO0lX4GQls73TXwFJthsa79HCP1ZJP3DjuD7YR0&amp;tn-str=%2AF" data-hovercard="/ajax/hovercard/user.php?id=596732333&amp;extragetparams=%7B%22__tn__%22%3A%22%2Cd%2AF%2AF-R%22%2C%22eid%22%3A%22ARDdXzk4cJ_qFskqZbLNPYNv5eNA-zGAfrdzCt5epKO0lX4GQls73TXwFJthsa79HCP1ZJP3DjuD7YR0%22%2C%22tn-str%22%3A%22%2AF%22%7D" data-hovercard-prefer-more-content-show="1" aria-describedby="u_32_1" aria-owns="">Clare Thomas</a>)</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/wortelspuit/22154418_10155830605772334_5229139913963449534_n.jpg" alt="22154418 10155830605772334 5229139913963449534 n" width="200" height="150" /> <img loading="lazy" decoding="async" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/wortelspuit/22154405_10155830605752334_2862098224115834259_n.jpg" alt="22154405 10155830605752334 2862098224115834259 n" width="200" height="150" /> <img loading="lazy" decoding="async" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/wortelspuit/22141259_10155830605782334_7727781514368667571_n.jpg" alt="22141259 10155830605782334 7727781514368667571 n" width="200" height="150" /></p>
<p><strong>3. Timing is everything</strong><br />
Als je begint, zorg dan dat je de spuit dichtbij genoeg houdt, zodat je paard de spuit kan zien. Het zou kunnen dat je paard een beetje onrustig wordt, maar waarschijnlijk zal hij zich nog niet direct terugtrekken.</p>
<p>Vervolgens leg je de spuit op zijn lijf, bij voorbeeld op de boeg of onderaan de nek, afhankelijk van hoe het paard reageert op de spuit.</p>
<p>Timing is essentieel, zodra het paard stilstaat nadat je de spuit tegen het lijf aanhoudt, haal je de spuit weg.</p>
<p>Ga geleidelijk omhoog langs de nek richting het hoofd. Doe dit in kleine stapjes, tot je uiteindelijk bij de kaak en de mond uitkomt en je de buitenkant van de mond kunt aanraken met de spuit. Wordt het paard te gespannen? Neem dan een stapje terug en bevestig de eerdere fasen goed.</p>
<p>Wat je je paard hiermee wilt leren is dat, ondanks dat het paard de spuit niet in de buurt van zijn gezicht wil, hij alleen maar braaf stil hoeft te staan en dat je dan de spuit weghaalt.</p>
<p><strong>4. Beloon goed gedrag</strong><br />
Afhankelijk van wat je eigen voorkeur is voor het belonen van je paard zou je, in aanvulling op het weghalen van de spuit bij goed gedrag, ook een beloning kunnen geven.<br />
Om de timing goed te krijgen, zou je gebruik kunnen maken van clicker training. Als het paard braaf stil staat terwijl je de spuit op de gewenste plek houdt, zou je tegelijkertijd de spuit weg kunnen halen en clicken met de clicker én een beloning geven (zoals gezegd, afhankelijk van je eigen voorkeuren).</p>
<p><strong>5. Werk in alle rust en neem de tijd</strong><br />
Zorg om te beginnen dat je echt de tijd neemt voor het trainen. Voorkom zoveel mogelijk andere stressvolle activiteiten, zodat jouw paard aandacht heeft voor waar jullie mee bezig zijn.</p>
<p>Zodra je paard de spuit bij zijn mond accepteert, kun je de punt van de spuit voorzichtig tussen de lippen doen. Bij voorkeur met iets lekkers op de punt. Hierdoor associeert je paard de spuit ook met iets positiefs.</p>
<p>Je kunt nu langzaamaan doorgaan door iets lekkers uit de spuit in zijn mond te spuiten. (Zie tip 1 voor iets lekkers). Als het moment dan daar is om ook echt de wormspuit met het wormmiddel toe te dienen, is hij gewend aan het proces en zal hij de spuit bij de mond accepteren.</p>
<p>Dit hele proces hoeft niet in 1 dag doorlopen te worden. Begin ruim van te voren en doe het in het tempo dat je paard accepteert.</p>
<p><strong>6. Ga er vanuit dat het lukt</strong><br />
Of het nu gaat om een paard dat moeilijk doet met trailerladen, of met een wormspuit; jouw houding en instelling zijn essentieel. Als je aan het hele proces begint met de instelling &#8220;het gaat toch niet werken&#8221;, begin er dan vooral niet aan. Als jij er vanuit gaat dat het lukt en je neemt de tijd om je paard te begeleiden in dit proces, dan is de kans op succes veel groter.</p>
<p><strong>7. Vertel ons jouw tips!</strong><br />
Heb jij nog tips die je wilt delen? Vertel het ons.</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" src="https://www.hipposupport.nl/images/Artikelen/Tips_toedienen_wormspuit.jpg" alt="Tips toedienen wormspuit" width="600" height="600" /></p>
<p>&nbsp;</p><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/tips-om-je-paard-een-wormspuit-te-geven/">Tips om je paard een wormspuit te geven</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Veulenworm</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/621/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:12:11 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[geboorte]]></category>
		<category><![CDATA[moedermelk]]></category>
		<category><![CDATA[veulen]]></category>
		<category><![CDATA[veulenworm]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=621</guid>

					<description><![CDATA[<p>Zoals de naam al doet vermoeden, zorgen veulenwormen (strongyloides westeri) hoofdzakelijk bij jonge veulens voor problemen. In tegenstelling tot andere wormsoorten, wordt de veulenworminfectie niet overgedragen door het grazen, maar krijgt het veulen de infectie in eerste instantie binnen via de moeder. De merrie heeft geen last van de wormen, die zich voor een belangrijk [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/621/">Veulenworm</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Zoals de naam al doet vermoeden, zorgen veulenwormen (strongyloides westeri) hoofdzakelijk bij jonge veulens voor problemen. In tegenstelling tot andere wormsoorten, wordt de veulenworminfectie niet overgedragen door het grazen, maar krijgt het veulen de infectie in eerste instantie binnen via de moeder. De merrie heeft geen last van de wormen, die zich voor een belangrijk deel nestelen in het weefsel van de buikwand en daar in ruste gaan. Aan het einde van de dracht, zo rond de geboorte van het veulen worden deze wormen (die overigens allemaal vrouwtjesworm zijn) actief en leggen eitjes met daarin al larven. Dit is goed zichtbaar op het plaatje hieronder. De larven die hier uit komen trekken naar de melkklieren en op die manier krijgt het veulen de eerste veulenworminfectie binnen. In het veulen kunnen deze larven al na 10 dagen eitjes produceren. De larven die uit deze eitjes komen, kunnen door de huid van het veulen binnendringen en daarmee het veulen opnieuw infecteren.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Ziektebeeld bij paarden</span></strong><br />
Het ziektebeeld dat wordt gezien bij een veulenworminfectie kan uiteenlopen van gewichtsverlies, diarree, sufheid en verminderder eetlust, tot minder vaak voorkomende koorts, luchtwegproblemen en huidproblemen (lokale huidonstekingen). Ernstige problemen komen gelukkig niet zo vaak voor. Tegen veulenworm ontwikkelen veulens over het algemeen snel een goede immuniteit. Mede daardoor worden veulenworminfecties doorgaans ook niet meer gezien bij veulens die ouder zijn dan enkele maanden.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Veulenworm en mestonderzoek</strong><br />
</span><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1776" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Veulenwormei.png" alt="" width="90" height="89" />Veulenworm kan goed en op betrouwbare wijze worden aangetoond met mestonderzoek (<a href="https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">McMaster Methode</a>). Mestonderzoek heeft zin zodra het veulen 10 dagen oud is, omdat het ongeveer 10 dagen duurt vanaf het moment van de eerste infectie (via de moedermelk) tot de veulenworm eitjes gaat leggen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Preventieve maatregelen</span></strong><br />
Om (ernstige) veulenworminfecties zoveel mogelijk te bestrijden, zijn er enkele preventieve maatregelen die getroffen kunnen worden;</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li>Zorg dat de kraamstal goed gedesinfecteerd is voordat de merrie er gaat bevallen</li>
<li>Houd de kraamstal goed schoon door dagelijks alle mest en natte plekken te verwijderen</li>
<li>Zorg voor ruim voldoende schone bodembedekking</li>
</ul><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/621/">Veulenworm</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Spoelworm</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/spoelworm/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:10:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[jonge dieren]]></category>
		<category><![CDATA[schadelijk]]></category>
		<category><![CDATA[spoelworm]]></category>
		<category><![CDATA[verminderde weerstand]]></category>
		<category><![CDATA[veulen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=618</guid>

					<description><![CDATA[<p>Spoelwormen (parascaris equorum) bij paarden hebben een aantal kenmerken die er voor zorgen dat deze parasieten een gevaarlijke bedreiging kunnen vormen voor paarden; Spoelwormen zijn zeer vruchtbaar ( ze produceren tot wel 200.000 eitjes per dag) Spoelwormeitjes zijn zeer goed beschermd tegen weersinvloeden en zelfs chemische stoffen Spoelwormeitjes kunnen tot wel 10 jaar besmettelijk blijven [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/spoelworm/">Spoelworm</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1779" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/spoelworm2.png" alt="" width="100" height="100" />Spoelwormen (parascaris equorum) bij paarden hebben een aantal kenmerken die er voor zorgen dat deze parasieten een gevaarlijke bedreiging kunnen vormen voor paarden;</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li>Spoelwormen zijn zeer vruchtbaar ( ze produceren tot wel 200.000 eitjes per dag)</li>
<li>Spoelwormeitjes zijn zeer goed beschermd tegen weersinvloeden en zelfs chemische stoffen</li>
<li>Spoelwormeitjes kunnen tot wel 10 jaar besmettelijk blijven (en op het land blijven liggen)</li>
<li>Ook op stal kunnen spoelwormen voor (her)besmettingen zorgen</li>
<li>Ze zijn wit/gelig van kleur.</li>
</ul>
<p>Spoelwormen kunnen erg lang worden, tot wel 25/30cm voor de mannetjes en 40/50cm voor de vrouwtjes.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Levenscyclus van de spoelworm</span></strong></p>
<ul class="favth-list-circle">
<li>Paarden nemen tijdens het grazen eitjes van de spoelworm op</li>
<li>Deze eitjes kunnen larven bevatten in verschillende stadia (L1 tot L3)</li>
<li>De eitjes met L3 larven zijn besmettelijk voor het paard</li>
<li>Nadat het paard tijdens het grazen de eitjes met L3 larven heeft opgenomen, komen deze uit</li>
<li>De Larve trekt door het lichaam van het paard en komt via de lever in de longen terecht</li>
<li>In de longen ontwikkeld de larve zich tot L4 en komt in de luchtpijp terecht</li>
<li>Het paard hoest de L4 larve op en slikt deze door, waardoor hij in het spijsverteringskanaal terecht komt</li>
<li>De L4 larve ontwikkelt zich in de dunne darm tot volwassen worm en legt daar eitjes</li>
<li>De volwassen worm kan tot wel 2 jaar overleven in de darmen</li>
<li>De eitjes komen met de mest weer op het weiland terecht en ontwikkelen zich van eitjes met L1, tot L2 en L3 en worden weer opgenomen door het paard</li>
<li>De periode tussen het opnemen van een besmettelijk spoelwormei (L3) en de ontwikkeling tot ei-producerende volwassen spoelworm, duurt tussen de 10-16 weken (pre-patente periode)</li>
</ul>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Ziektebeeld</span></strong><br />
<img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1780" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-300x201.jpg" alt="" width="228" height="153" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-300x201.jpg 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-1024x684.jpg 1024w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-768x513.jpg 768w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2-600x401.jpg 600w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/veulen_spoelworm_2.jpg 1122w" sizes="(max-width: 228px) 100vw, 228px" />Spoelworminfecties worden het meeste gezien bij erg jonge paarden (veulen-jaarling). De larven die door de longen trekken, kunnen symptomen geven als longontsteking, hoesten, uitvloeiïng uit de neus, of versnelde ademhaling.</p>
<p>Ook kunnen meer algemene symptomen zichtbaar zijn, zoals verminderde eetlust, diarree of lusteloosheid. Volwassen wormen in de darmen kunnen symptomen veroorzaken als vermagering en lusteloosheid. In ernstige gevallen kan ook verstopping / koliek optreden. Ook na ontwormen bestaat het risico op verstopping / koliek, doordat de dode spoelwormen een verstopping in de darmen veroorzaken.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Spoelworm en mestonderzoek</span></strong><br />
Spoelwormeitjes kunnen op betrouwbare wijze worden vastgesteld met behulp van mestonderzoek (<a href="https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">McMaster methode</a>). Het is wel goed om te realiseren dat wanneer zich symptomen voordoen als longontsteking, hoesten, uitvloeiïng uit de neus, of versnelde ademhaling, er bij het mestonderzoek zeer waarschijnlijk geen wormeitjes worden aangetroffen, omdat de symptomen zeer waarschijnlijk worden veroorzaakt door larven die zich nog niet hebben ontwikkeld tot ei-leggende wormen.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Preventieve maatregelen</span></strong><br />
Er kan vanuit worden gegaan dat een veulen de eerste besmetting op het weiland oploopt, als het in het voorjaar naar buiten gaat. Die besmetting is dan afkomstig van spoelwormeitjes die daar het vorige seizoen op de weide terecht zijn gekomen. Doordat het ongeveer 10 tot 16 weken duurt voordat de spoelworm zich in het veulen heeft ontwikkeld tot volwassen ei-leggende worm, kunnen er dus rond hoog-zomer eitjes in de mest aangetroffen worden. De eitjes die in deze periode weer op het land terecht komen, zullen in het volgende voorjaar waarschijnlijk pas weer besmettelijk zijn. Daarom is het aan te raden om ieder jaar de nieuwe veulens op een andere weide te zetten dan het jaar ervoor, om zo besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. Van de spoelworm is ook bekend dat infectie via de stal plaats kan vinden. Goede stalhygiëne is daarom zeer belangrijk. Hieronder een overzicht met preventieve maatregelen. Klik er op voor meer informatie.</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/weide-slepen/">Regelmatig de weide slepen</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/632/">Regelmatig de weide bloten</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/634/">Het weiland hooien</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/mestruimen/">Mest uit het weiland halen</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/mest-in-1-hoek-van-het-weiland/">Alle mest in 1 hoek van het land gooien</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/mestbult-keren/">Mestbult keren</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/regelmatig-verweiden/">Verweiden</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/andere-grazers-op-de-weide/">Andere dieren laten grazen</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/stal-regelmatig-leeghalen/">Stal regelmatig leeghalen</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/stal-ontsmetten/">Stal regelmatig ontsmetten</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/strookbegrazing/">Strookbegrazing</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/natuurlijke-weerstand/">Eigen weerstand van het paard<br />
</a></li>
</ul>
</div>
</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/spoelworm/">Spoelworm</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Longworm</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/longworm/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:04:46 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aanvullend onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[ezels]]></category>
		<category><![CDATA[ongebruikelijk]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=616</guid>

					<description><![CDATA[<p>Longwormen (dictyocaulus arnfieldi) komen bij paarden niet vaak voor in Nederland. Ezels zijn een natuurlijke gastheer van de longworm en bij ezels zorgen deze longwormen eigenlijk zelden voor ziekteverschijnselen. Paarden die besmet zijn met longwormen zullen hier wel ziek van worden. Paarden die samen worden gehouden met ezels kunnen via de ezels geïnfecteerd raken met [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/longworm/">Longworm</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<div>
<p>Longwormen (dictyocaulus arnfieldi) komen bij paarden niet vaak voor in Nederland. Ezels zijn een natuurlijke gastheer van de longworm en bij ezels zorgen deze longwormen eigenlijk zelden voor ziekteverschijnselen. Paarden die besmet zijn met longwormen zullen hier wel ziek van worden. Paarden die samen worden gehouden met ezels kunnen via de ezels geïnfecteerd raken met de longworm.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Ziektebeeld bij paarden</strong><br />
</span>Paarden die besmet zijn met longworm zullen een hardnekkige hoest ontwikkelen en vaak ook vermageren en minder eetlust hebben. Ook kan er sprake zijn van uitvloeiïng uit de neus en een versnelde ademhaling.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Longworm en mestonderzoek</strong><br />
</span>De longworm is bij paarden niet aan te tonen via standaard mestonderzoek middels de <a href="https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">McMaster methode</a>, aangezien paarden zelf geen eitjes in de mest zullen uitscheiden. Er kan aanvullend mestonderzoek gedaan worden met behulp van de Baermann methode. HippoSupport kan dit onderzoek <a href="https://www.hipposupport.nl/product/849/">uitvoeren</a>.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Preventieve maatregelen</strong><br />
</span>De belangrijkste preventieve maatregel is het gescheiden houden van ezels en paarden. Indien ezels en paarden wel samen worden gehouden moet je zeer alert zijn op een mogelijke longworm besmetting. Daarnaast is het belangrijk om de mest regelmatig uit de weide te verwijderen. Door de ezels regelmatig te controleren op longworm ontstaat een beter inzicht in het risico dat paarden lopen op een longworminfectie.</p>
</div>
</div>
</div>
<div id="fav-sidebar2" class="favth-col-lg-3 favth-col-md-3 favth-col-sm-3 favth-col-xs-12">
<div class="moduletable"></div>
</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/longworm/">Longworm</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Lintworm</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/lintworm/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:00:24 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[geledingen]]></category>
		<category><![CDATA[lange levenscyclus]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[mijten]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=612</guid>

					<description><![CDATA[<p>&#160; De lintworm (anoplocephala perfoliata) is een regelmatig voorkomende worm bij paarden. Een lintworm besmetting kan voor koliek verschijnselen zorgen. Goed wormmanagement is nodig om een ernstige besmetting te voorkomen. Kenmerkend van de lintworm is dat deze een tussengastheer nodig heeft. Deze tussengastheer is de mosmijt. De mosmijt voelt zich het beste thuis in een [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/lintworm/">Lintworm</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1783" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Lintwormei-1.png" alt="" width="129" height="131" />De lintworm (anoplocephala perfoliata) is een regelmatig voorkomende worm bij paarden. Een lintworm besmetting kan voor koliek verschijnselen zorgen. Goed wormmanagement is nodig om een ernstige besmetting te voorkomen. Kenmerkend van de lintworm is dat deze een tussengastheer nodig heeft. Deze tussengastheer is de mosmijt. De mosmijt voelt zich het beste thuis in een wat oudere vervilte grasmat, waar veel ruimte is voor mosvorming. De mosmijt eet lintwormeitjes uit de mest om vervolgens weer te worden opgenomen door het paard tijdens het grazen. Lintwormen bevinden zich normaal gesproken in de overgang van de dunne darm naar de blinde darm. In dit gebied van de darmen hechten zij zich vast. Dit vasthechten kan lokaal voor ontstekingsreacties zorgen. De vastgehechte lintworm stoot eipakketjes af in de vorm van lintwormsegmenten, welke je terug kunt vinden in de mest.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Ziektebeeld bij paarden</strong><br />
</span>Een lintworminfectie kan koliekklachten veroorzaken bij het paard. Soms zijn dit sluimerende koliekklachten die regelmatig terug keren, maar ook heftige koliekverschijnselen die geopereerd moeten worden op de kliniek kunnen hun oorzaak vinden in een lintworminfectie.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Lintworm en Mestonderzoek</strong><br />
</span>De lintworm scheidt zijn eitjes uit in eipakketjes, de lintwormsegmenten (geledingen). Deze eipakketjes kun je met het blote oog in de mest zien en ze lijken het meeste op rijstkorreltjes. Middels mestonderzoek kun je lintwormeitjes aantreffen. De lintwormeitjes worden echter zeer onregelmatig afgezet, dus als er geen lintwormeitjes worden gevonden in de mest wil dit niet zeggen dat er geen lintwormbesmetting is. Het belangrijkste bij deze wormsoort is dus zelf met het blote oog de mest goed te controleren. Als er echt een vermoeden bestaat van een lintwormbesmetting, is het mogelijk de Equisal Lintwormtest uit te laten voeren. Dit onderzoek wordt gedaan in Engeland en je kunt hiervoor via de dierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren een kit aanvragen. Lees er <a href="http://www.gddiergezondheid.nl/actueel/nieuws/2016/01/lintwormpakket-in-de-webshop" target="_blank" rel="noopener noreferrer">hier </a>meer over.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Preventieve maatregelen</strong><br />
</span>Een lintworminfectie is bij het paard goed te behandelen met een ontwormmiddel. Preventieve maatregelen zijn voor de lintworm lastiger. De mosmijt kan zeer lang overleven in de weide, tot wel twee jaar lang. Al die tijd kan deze mosmijt de lintwormeitjes bij zich dragen en dus een risico vormen voor paarden die de mosmijt via het grazen opnemen. Om de mosmijt te bestreiden op het weiland is het noodzakelijk de weide te vernieuwen door deze diep om te ploegen en opnieuw in te zaaien.</p><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/lintworm/">Lintworm</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Horzellarve &#8211; paardenhorzels</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/603/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 11:54:09 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[gele eitjes]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[lange levenscyclus]]></category>
		<category><![CDATA[paardenhorzel]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=603</guid>

					<description><![CDATA[<p>Levenscyclus De paardenhorzel legt kleine gele eitjes, op hoofdzakelijk manen en benen van het paard. Het paard likt deze zelf op (of een ander paard uit de kudde tijdens het groomen van elkaar) en de eitjes komen in de mond terecht. Ze komen dan in het mondslijmvlies terecht. Na ongeveer 4 weken komen ze in [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/603/">Horzellarve – paardenhorzels</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<p><strong><span class="favth-label-primary">Levenscyclus</span></strong><br />
<img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-full wp-image-1785" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzeleitjes-1.png" alt="" width="103" height="161" />De paardenhorzel legt kleine gele eitjes, op hoofdzakelijk manen en benen van het paard. Het paard likt deze zelf op (of een ander paard uit de kudde tijdens het groomen van elkaar) en de eitjes komen in de mond terecht. Ze komen dan in het mondslijmvlies terecht. Na ongeveer 4 weken komen ze in de maag terecht. Daar hechten zij zich aan de maagwand vast om driekwart jaar later, als het warme seizoen begint, weer met de mest naar buiten te komen. De larven boren zich in de grond en (na enkele keren verpoppen) worden het volwassen horzels.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Ziektebeeld</span></strong><br />
De symptomen van een Horzellarve besmetting zijn ontstekingen aan de mond en tong en ontstekingen van de maag. Bij ernstige besmetting kan een paard doodgaan aan buikvliesontsteking als de maagwand doorbreekt. Ook maagdarmproblemen als diarree en soms bloedarmoede of kolieken komen voor, vooral als de darmen verstopt raken doordat veel larven vrijkomen.</p>
<p><strong><span class="label-blue">Horzellarve en mestonderzoek</span></strong><br />
<img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone  wp-image-1786" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzel-293x300.jpg" alt="" width="197" height="202" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzel-293x300.jpg 293w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzel-300x307.jpg 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Paardenhorzel.jpg 530w" sizes="(max-width: 197px) 100vw, 197px" />De horzellarve is niet aantoonbaar met mestonderzoek. Wél is de larve met het blote oog te zien in de mest en zijn de eitjes te zien op benen, flanken en manen.</p>
<p><strong><span class="favth-label-primary">Preventieve maatregelen</span></strong><br />
Het enige dat ter preventie gedaan kan worden, is het verwijderen van de eitjes op het paard. Dit is echter geen garantie dat het paard geen eitjes binnen heeft gekregen. Als er in de zomer gele eitjes op de benen of op het lijf van het paard zijn geweest kan het raadzaam zijn om met de dierenarts te overleggen over gerichte ontworming.</p>
</div>
</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/603/">Horzellarve – paardenhorzels</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
