Paardenhorzel: gele eitjes op de vacht en larven in het paard

De paardenhorzel (Gasterophilus) is eigenlijk geen worm, maar een vlieg. Het zijn de larven van deze vlieg die een deel van hun ontwikkeling in het paard doorbrengen.

Paardenhorzels zijn meestal geen belangrijke oorzaak van ziekte. Het bijzondere aan deze parasiet is vooral dat je de blootstelling vaak heel eenvoudig kunt herkennen: de volwassen horzel legt in de zomer en het najaar kleine gele eitjes vooral op de benen, flanken en manen van het paard.

Daardoor weet je vaak al zonder mestonderzoek dat je paard aan paardenhorzels is blootgesteld.

Hoe herken je de eitjes?

De eitjes van de paardenhorzel zijn klein, geel tot geelwit en zitten stevig vastgeplakt aan de haren.

Je ziet ze vooral tijdens het vliegseizoen. Bij de meest voorkomende paardenhorzel zitten ze vooral op de benen, flanken en manen.

Wanneer je deze typische gele eitjes ziet, weet je dat er paardenhorzels actief zijn geweest.

Ook als jouw eigen paard weinig eitjes heeft, kunnen weidemaatjes een bron van blootstelling zijn.

Hoe raakt het paard besmet?

De volwassen paardenhorzel legt haar eitjes vooral op de benen, flanken en manen van het paard.

Door likken en poetsen komen de eitjes of jonge larven in de mond terecht. Dat kan van de eigen vacht zijn, maar ook tijdens onderling groomen van een ander paard.

De jonge larven verblijven eerst enige tijd in de mond en trekken daarna verder naar de maag. Daar hechten ze zich aan het slijmvlies en ontwikkelen zich verder.

Wanneer de larven volgroeid zijn, laten ze los en verlaten ze het paard met de mest. Buiten het paard verpoppen ze zich, waarna later weer volwassen horzels verschijnen.

Paarden kunnen maandenlang horzellarven bij zich dragen

Horzellarven kunnen vele maanden in het paard aanwezig blijven.

Dat verklaart waarom eitjes die in zomer of najaar op de vacht worden gelegd uiteindelijk leiden tot larven die gedurende de winter in het paard aanwezig kunnen zijn.

In het voorjaar kunnen volgroeide larven met de mest naar buiten komen.

Als zulke larven in de mest aanwezig zijn, zijn ze met het blote oog zichtbaar. Het gaat om vrij forse larven; daar is geen microscoop voor nodig.

Kun je paardenhorzel aantonen met mestonderzoek?

Een normaal mestonderzoek is niet geschikt om een infectie met paardenhorzel vast te stellen.

De volwassen vlieg legt haar eitjes op de haren van het paard. Tijdens het grootste deel van hun ontwikkeling bevinden de larven zich vervolgens in de mond en later in de maag.

Pas wanneer de larven volgroeid zijn, verlaten ze het paard met de mest. Als je ze dan aantreft, zijn ze met het blote oog zichtbaar.

Voor paardenhorzel geldt daarom eigenlijk:

kijk naar het paard in plaats van naar het mestmonster.

Zie je in zomer of najaar de typische gele eitjes op de vacht, dan weet je dat het paard aan paardenhorzels is blootgesteld.

Veroorzaken horzellarven problemen?

Meestal niet.

Paarden kunnen horzellarven bij zich dragen zonder duidelijke gezondheidsproblemen te laten zien.

De jonge larven kunnen tijdens hun verblijf in de mond plaatselijke irritatie veroorzaken. De larven die zich later in de maag vasthechten kunnen daar kleine beschadigingen en irritatie van het maagslijmvlies veroorzaken.

Ernstige problemen door paardenhorzellarven zijn echter zeldzaam.

Het aantreffen van gele horzeleitjes op de vacht is dus geen reden om aan te nemen dat een paard daardoor ernstig ziek zal worden.

Probeer zoveel mogelijk eitjes te verwijderen

Zie je gele horzeleitjes op het paard, probeer er dan zoveel mogelijk te verwijderen.

Dat kan bijvoorbeeld met:

  • een speciaal horzelmesje;
  • een puimsteen- of horzelblokje;
  • voorzichtig knippen of scheren van haren waarop veel eitjes zitten;
  • eventueel een doekje of spons met lauwwarm water om de eitjes losser te maken, waarna je ze direct verwijdert.

Het verwijderen van de eitjes helpt om verdere opname te beperken.

Maar realiseer je ook dat zichtbare eitjes betekenen dat paardenhorzels al actief zijn geweest. Tegen de tijd dat je de eitjes ziet, is de kans groot dat het paard zelf — of via een weidemaatje — al eitjes of larven heeft binnengekregen.

Eitjes verwijderen is dus nuttig, maar geeft geen zekerheid dat er nog geen horzellarven in het paard aanwezig zijn.

Wanneer wordt tegen paardenhorzel behandeld?

Wanneer tijdens het vliegseizoen duidelijk horzeleitjes op het paard of op weidemaatjes zijn gezien, kan dat een reden zijn om de paardenhorzel mee te nemen in de najaarsbehandeling.

Bij voorkeur gebeurt dat nadat het vliegseizoen is afgelopen. Dan voorkom je dat je behandelt terwijl het paard kort daarna opnieuw aan verse eitjes wordt blootgesteld.

Daar komt de bekende regel vandaan om de najaarskuur na de eerste nachtvorst te geven.

Die vuistregel draait dus vooral om het moment waarop de volwassen paardenhorzels verdwijnen en er geen nieuwe eitjes meer worden afgezet.

Lees ook dit artikel: Waarom geef je de najaarskuur na de eerste nachtvorst?

Welk wormmiddel werkt tegen horzellarven?

Ivermectine en moxidectine zijn werkzaam tegen horzellarven.

Dat betekent niet dat je daarvoor automatisch een zo breed mogelijk combinatieproduct nodig hebt.

Wanneer paardenhorzel de enige reden voor behandeling is, kan een middel met alleen een daarvoor geschikte werkzame stof voldoende zijn.

Een combinatieproduct met bijvoorbeeld praziquantel heeft alleen meerwaarde wanneer er óók een reden is om tegen lintworm te behandelen.

Lees ook dit artikel: Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?

Lees ook dit artikel: Najaarskuur: waarom toch ontwormen als mestonderzoek geen aanleiding geeft?

Wat is praktisch belangrijk?

Paardenhorzel vraagt uiteindelijk om een vrij eenvoudige aanpak:

  1. kijk tijdens zomer en najaar regelmatig naar de vacht;
  2. herken de typische gele horzeleitjes op benen, flanken en manen;
  3. verwijder zoveel mogelijk zichtbare eitjes;
  4. realiseer je dat zichtbare eitjes ook betekenen dat opname waarschijnlijk al heeft kunnen plaatsvinden;
  5. gebruik geen standaard mestonderzoek om paardenhorzel te proberen aan te tonen;
  6. neem de blootstelling mee bij de beslissing of behandeling na afloop van het vliegseizoen zinvol is.

Paardenhorzel is daarmee vooral een goed voorbeeld van een parasiet waarbij kijken naar het paard soms meer informatie geeft dan kijken door de microscoop.

Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?