Niet met zekerheid.
Worminfecties kunnen verschillende klachten veroorzaken, maar die klachten zijn doorgaans a-specifiek. Vermageren, een doffe vacht, diarree, koliek of een verminderde conditie kunnen bij een worminfectie passen, maar kunnen net zo goed allerlei andere oorzaken hebben.
Aan de klachten alleen kun je daarom niet vaststellen dat een paard wormen heeft.
Dat betekent niet dat je er niets mee kunt. Wanneer je zelf mestonderzoek doet, kunnen dergelijke veranderingen juist een goede aanleiding zijn om tussentijds een extra mestonderzoek uit te voeren.
Vind je daarbij bijvoorbeeld een verhoogde uitscheiding van bloedwormeitjes of spoelwormeitjes, dan heb je extra informatie. Vind je niets dat de klachten verklaart, dan is dat eveneens waardevolle informatie en moet je verder kijken naar andere mogelijke oorzaken.
Een gezond ogend paard kan toch wormen hebben
Veel worminfecties verlopen zonder duidelijke klachten.
Dat geldt bijvoorbeeld voor kleine bloedworm. Een paard kan volwassen bloedwormen in de darm hebben en eitjes uitscheiden terwijl het:
- goed op gewicht is;
- een glanzende vacht heeft;
- normaal eet;
- goed presteert;
- geen zichtbare darmklachten heeft.
Juist daarom is mestonderzoek nuttig. Je hoeft niet te wachten tot een paard zichtbaar ziek wordt voordat je informatie krijgt over de uitscheiding van wormeitjes.
Klachten zijn een aanleiding voor onderzoek, geen diagnose
Zie je een verandering bij je paard die bij een worminfectie zou kúnnen passen, dan hoef je niet meteen te ontwormen.
Wanneer je zelf mestonderzoek kunt uitvoeren, ligt het veel meer voor de hand om eerst te kijken wat er daadwerkelijk in de mest te vinden is.
Denk bijvoorbeeld aan:
- onverklaarbaar gewichtsverlies;
- een verminderde conditie;
- veranderingen in de mest;
- terugkerende diarree;
- koliekachtige klachten;
- verminderde groei bij een jong paard.
Een extra mestonderzoek kan dan helpen om te beoordelen of bijvoorbeeld bloedworm of spoelworm een rol zou kunnen spelen.
Houd daarbij wel rekening met de beperkingen van mestonderzoek. Niet iedere parasiet en niet ieder ontwikkelingsstadium is met een gewone mesttelling aantoonbaar.
Een uitslag waarbij geen wormeitjes worden gevonden sluit daarom niet iedere worminfectie uit.
Een mager paard heeft niet automatisch wormen
Het omgekeerde geldt net zo goed.
Een paard dat vermagert of een minder goede vacht heeft, hoeft helemaal geen belangrijk wormprobleem te hebben.
Andere mogelijke oorzaken zijn bijvoorbeeld:
- gebitsproblemen;
- onvoldoende of ongeschikte voeding;
- maag-darmproblemen;
- chronische ziekte;
- pijn;
- ouderdom;
- problemen met opname of vertering van voedingsstoffen.
Een paard uitsluitend ontwormen omdat het er minder goed uitziet, zonder verder te onderzoeken wat er aan de hand is, kan er daardoor voor zorgen dat de werkelijke oorzaak wordt gemist.
Welke klachten kunnen bij worminfecties voorkomen?
Dat hangt sterk af van de parasiet, de leeftijd van het paard en de ernst van de infectie.
Mogelijke verschijnselen zijn onder andere:
- verminderde conditie;
- gewichtsverlies;
- diarree;
- koliek;
- verminderde groei bij jonge paarden;
- hoesten bij bepaalde larvale migraties of longworm;
- jeuk rond de staart bij aarsworm.
Geen van deze verschijnselen bewijst op zichzelf dat wormen de oorzaak zijn.
De klachten kunnen wel helpen bepalen welk aanvullend onderzoek zinvol is.
Soms geeft de parasiet een specifiekere aanwijzing
Bij sommige parasieten zijn de verschijnselen wat karakteristieker.
Aarsworm
Een paard dat veel met de staart en achterhand schuurt, kan aarsworm hebben.
Soms zijn rond de anus ook geelwitte, kleverige resten van de eiafzetting zichtbaar.
Ook dan geldt dat schuren andere oorzaken kan hebben. Een cellotape-test kan helpen om aarsworm gericht aan te tonen.
Lees ook dit artikel: Aarsworm bij paarden: jeuk rond de staart en hoe je hem aantoont
Paardenhorzel
De gele eitjes van de paardenhorzel zijn in zomer en najaar vaak gewoon op de haren zichtbaar.
Daarmee weet je dat het paard aan de horzel is blootgesteld. Het aantal eitjes op de vacht vertelt echter niet hoeveel larven uiteindelijk in het paard aanwezig zijn.
Lees ook dit artikel: Paardenhorzel: gele eitjes op de vacht en larven in het paard
Longworm
Bij een paard met onverklaarde of aanhoudende luchtwegklachten kan longworm een rol spelen, vooral wanneer het paard contact heeft met ezels.
Daarbij is een gewone McMaster-telling niet de aangewezen onderzoeksmethode.
Lees ook dit artikel: Longworm bij paarden: vooral relevant bij contact met ezels
Bij jonge paarden speelt leeftijd een belangrijke rol
Leeftijd zegt vaak meer over het risico op bepaalde parasieten dan het uiterlijk van het paard.
Veulens en jonge paarden zijn bijvoorbeeld veel gevoeliger voor spoelworm dan gezonde volwassen paarden.
Bij een jong paard met verminderde groei, een slechte conditie of darmproblemen is spoelworm daarom een logischere parasiet om gericht naar te kijken dan bij een gezond volwassen paard.
Ook hier geldt: klachten alleen stellen geen diagnose.
Lees ook dit artikel: Spoelworm bij paarden: vooral een risico voor jonge paarden
Een dikke buik bewijst geen worminfectie
Een zogenaamde wormbuik wordt nog regelmatig genoemd als herkenbaar teken van wormen.
Zo eenvoudig is het niet.
Een bolle buik kan onder andere samenhangen met:
- lichaamsbouw;
- voeding;
- weinig spierontwikkeling;
- veel ruwvoer in het maagdarmkanaal;
- leeftijd;
- verschillende gezondheidsproblemen.
Bij jonge paarden kan een zware worminfectie bijdragen aan een slechte ontwikkeling en een opvallend buikprofiel, maar aan een dikke buik alleen kun je geen worminfectie vaststellen.
En als je wormen in de mest ziet?
Soms worden volwassen wormen met het blote oog in de mest gezien.
Dat is natuurlijk een duidelijke aanwijzing dat er een parasiet aanwezig is of kort daarvoor aanwezig is geweest.
Maar ook dan geldt dat het aantal zichtbare wormen weinig zegt over de totale infectie.
Bovendien worden de meeste worminfecties niet zichtbaar doordat volwassen wormen spontaan in de mest verschijnen.
Lees ook dit artikel: Geen wormeitjes gevonden, maar toch wormen in de mest: hoe kan dat?
Hoe weet je dan of een paard wormen heeft?
Dat hangt af van welke parasiet je wilt aantonen.
Voor bloedworm en spoelworm is mestonderzoek een belangrijk hulpmiddel.
Voor andere parasieten zijn andere methoden of andere aanwijzingen nodig, bijvoorbeeld:
- aarsworm: cellotape-test;
- longworm: Baermann-onderzoek;
- leverbot: sedimentatieonderzoek;
- lintworm: een standaard McMaster-onderzoek kan een infectie onvoldoende uitsluiten;
- paardenhorzel: vooral beoordeling van blootstelling en zichtbare eitjes op de vacht.
Er bestaat dus geen enkele test waarmee je op ieder moment alle parasieten kunt uitsluiten.
Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?
Zelf mestonderzoek doen geeft je een extra mogelijkheid
Wanneer je zelf mestonderzoek kunt uitvoeren, hoef je niet uitsluitend volgens een vast schema te werken.
Zie je tussentijds iets aan je paard veranderen, dan kun je dat moment aangrijpen om extra onderzoek te doen.
Dat betekent niet dat iedere klacht met mestonderzoek kan worden verklaard. Maar het geeft je wel snel aanvullende informatie en kan helpen bepalen of parasieten een plausibele rol spelen.
Dat is een van de voordelen van zelf mestonderzoek doen: je kunt onderzoek niet alleen gepland inzetten, maar ook wanneer de situatie daar aanleiding toe geeft.
Kijk naar het totaalplaatje
Goed wormmanagement begint dus niet met de vraag:
“Ziet mijn paard eruit alsof het wormen heeft?”
Veel nuttiger zijn vragen als:
- welke klachten of veranderingen zie ik?
- hoe oud is het paard?
- welke parasieten zijn bij deze leeftijd en omstandigheden relevant?
- wat laten eerdere mestonderzoeken zien?
- hoe wordt het paard gehouden?
- wanneer en waarmee is het paard behandeld?
- zijn er specifieke risicofactoren?
Klachten zijn daarbij waardevolle informatie, maar ze zijn meestal a-specifiek.
Gebruik ze daarom niet als bewijs dat een paard wormen heeft, maar als mogelijke aanleiding om verder te onderzoeken.
Lees ook dit artikel: Waarom doe je mestonderzoek?
Lees ook dit artikel: Wanneer doe je mestonderzoek?
Lees ook dit artikel: Wat betekent het als je geen wormeitjes vindt?
