Spoelworm bij paarden: vooral een risico voor jonge paarden

Spoelworm (Parascaris) is vooral een belangrijke parasiet bij veulens en jonge paarden.

Volwassen paarden bouwen meestal geleidelijk weerstand op, waardoor zware infecties daar veel minder vaak voorkomen. Bij jonge paarden kan spoelworm daarentegen wel degelijk voor ernstige problemen zorgen.

Juist daarom verdient deze parasiet een eigen plaats binnen het wormmanagement van veulens en jonge paarden.

Hoe raakt een paard besmet?

Een besmet paard scheidt spoelwormeitjes uit met de mest.

Die eitjes ontwikkelen zich in de omgeving en kunnen vervolgens door een paard worden opgenomen via bijvoorbeeld gras, voer, bodem of vervuild strooisel.

Na opname komt uit het eitje een larve. Die trekt vanuit de darm via onder andere de lever en longen door het lichaam. Vanuit de longen worden de larven opgehoest en weer doorgeslikt. Uiteindelijk ontwikkelen ze zich in de dunne darm tot volwassen spoelwormen.

Pas daarna worden opnieuw eitjes geproduceerd.

Een infectie is niet direct met mestonderzoek aantoonbaar

Bij spoelworm zit behoorlijk veel tijd tussen het moment waarop een paard een infectie oploopt en het moment waarop volwassen wormen eitjes gaan produceren.

Dat kan tot ongeveer 12 weken duren.

In die periode kan een jong paard dus wel met spoelworm besmet zijn, terwijl er bij mestonderzoek nog geen spoelwormeitjes worden gevonden.

Een negatieve uitslag bij een jong paard betekent daarom niet automatisch dat spoelworm kan worden uitgesloten.

Vooral jonge paarden, maar niet uitsluitend

Veulens en jonge paarden hebben nog weinig opgebouwde weerstand tegen spoelworm.

Naarmate paarden ouder worden, ontwikkelen ze meestal een veel betere natuurlijke weerstand. Daardoor komen duidelijke spoelworminfecties vooral bij jonge paarden voor.

Die bescherming is echter niet absoluut.

Ook bij volwassen en oudere paarden kan spoelworm weer de kop opsteken, bijvoorbeeld wanneer de weerstand vermindert door ouderdom, ziekte of andere gezondheidsproblemen.

Worden bij een volwassen paard ineens spoelwormeitjes gevonden, dan is het daarom verstandig om niet alleen naar de worminfectie te kijken, maar ook naar de algemene gezondheid en omstandigheden van het paard.

Ook een volwassen paard dat spoelwormeitjes uitscheidt kan bovendien de omgeving besmetten en daarmee vooral voor jonge paarden een risico vormen.

Spoelwormeitjes zijn bijzonder hardnekkig

Een belangrijk verschil met bijvoorbeeld bloedworm is de enorme overlevingskracht van spoelwormeitjes.

De eitjes hebben een dikke beschermende wand en kunnen jarenlang in de omgeving infectieus blijven.

Daardoor kan op een bedrijf waar regelmatig jonge paarden worden gehouden langzaam een steeds grotere besmetting van stal, paddock en weide ontstaan.

Een eenmaal zwaar besmette omgeving krijg je moeilijk weer schoon.

Zet niet ieder jaar veulens op dezelfde weide

Juist omdat spoelwormeitjes zo lang in de omgeving kunnen overleven, is het verstandig om te voorkomen dat ieder jaar opnieuw veulens op hetzelfde perceel worden gehouden.

Wanneer jonge paarden jaar na jaar dezelfde weide of paddock gebruiken, kan de hoeveelheid spoelwormeitjes in de bodem steeds verder oplopen.

Wissel veulenweiden daarom waar mogelijk af.

Daarnaast helpt het om:

  • mest regelmatig te verwijderen;
  • stal en kraamstal schoon en droog te houden;
  • niet steeds dezelfde plekken voor jonge paarden te gebruiken;
  • extra alert te zijn op percelen waar al jarenlang veulens en jaarlingen lopen.

Bij spoelworm is voorkomen dat de besmetting zich jarenlang opbouwt veel eenvoudiger dan een eenmaal zwaar besmette omgeving weer schoon krijgen.

Lees ook dit artikel: Stalhygiëne en worminfecties: wat kun je preventief doen?

Welke problemen kan spoelworm veroorzaken?

Een lichte infectie hoeft niet direct duidelijke klachten te geven.

Bij een zwaardere infectie kunnen problemen ontstaan tijdens zowel de trektocht van de larven als door de volwassen wormen in de dunne darm.

Mogelijke verschijnselen zijn onder andere:

  • hoesten of neusuitvloeiing;
  • verminderde groei;
  • een doffe vacht;
  • verminderde eetlust;
  • een dikke buik;
  • diarree;
  • koliek.

Bij een zeer zware infectie kunnen grote hoeveelheden volwassen spoelwormen de dunne darm zelfs verstoppen. Dat kan ernstige en soms levensbedreigende koliek veroorzaken.

Meer eitjes betekent niet automatisch ernstiger ziek

Bij spoelworm kun je met een McMaster-mestonderzoek het aantal gevonden eitjes kwantificeren en uitdrukken als EPG.

Maar anders dan bij de manier waarop we bloedworm-EPG gebruiken, hanteren we bij spoelworm geen behandelgrens waarbij een bepaalde EPG bepaalt of behandeling nodig is.

Wanneer spoelwormeitjes worden gevonden, is de parasiet aangetoond. Bespreek dan met de dierenarts welke behandeling passend is.

De hoogte van de EPG zegt bovendien niet rechtstreeks hoeveel volwassen spoelwormen er precies in het paard aanwezig zijn.

Lees ook dit artikel: Spoelwormeitjes aangetroffen: wat nu?

Niet ieder wormmiddel werkt nog betrouwbaar tegen spoelworm

Juist bij spoelworm is resistentie een belangrijk probleem.

Tegen ivermectine en moxidectine is inmiddels zoveel resistentie aangetoond dat deze middelen niet meer als betrouwbare keuze tegen spoelworm kunnen worden beschouwd.

Dat is praktisch belangrijk, omdat middelen als Equest en Equest Pramox moxidectine bevatten. Het idee dat bijvoorbeeld Equest Pramox als brede wormkuur automatisch ook een spoelworminfectie oplost, klopt dus niet.

Wanneer niet bekend is welke middelen op een bedrijf nog voldoende werkzaam zijn, worden vooral pyrantel en fenbendazol gebruikt. Ook tegen deze middelen is resistentie aangetoond, waardoor controle van de werkzaamheid belangrijk blijft.

Lees ook dit artikel: Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?

Waarom kan behandelen van een zware infectie risico geven?

Bij een zeer zware spoelworminfectie kunnen grote aantallen volwassen wormen in de dunne darm aanwezig zijn.

Wanneer die allemaal tegelijk afsterven, kan dat juist problemen veroorzaken. De massa dode of verlamde wormen kan bijdragen aan een darmverstopping en ernstige koliek.

Daarom hoort een vermoeden van een zeer zware spoelworminfectie bij een veulen of jong paard bij de dierenarts thuis. De keuze van middel en behandeling kan dan anders zijn dan bij een lichte of matige infectie.

Controleer of de behandeling heeft gewerkt

Dat een paard tegen spoelworm is ontwormd, betekent niet automatisch dat de behandeling ook effectief is geweest.

Met mestonderzoek vóór en na behandeling kan de werkzaamheid worden gecontroleerd met een Faecal Egg Count Reduction Test (FECRT), ook wel WormEi Reductie Test (WERT) genoemd.

Daarbij vergelijk je het aantal wormeitjes vóór en na behandeling.

Juist bij spoelworm is dat belangrijk, omdat resistentie inmiddels tegen meerdere wormmiddelen voorkomt.

Lees ook dit artikel: Resistentie tegen wormmiddelen: hoe ontstaat het en wat kun je doen?

Spoelworm vraagt om ander wormmanagement dan bloedworm

Bij volwassen paarden draait mestonderzoek vaak sterk om het volgen van de hoeveelheid bloedwormeitjes die een paard uitscheidt.

Bij jonge paarden moet spoelworm veel nadrukkelijker worden meegenomen.

Daarbij zijn vooral belangrijk:

  1. de leeftijd en algemene weerstand van het paard;
  2. regelmatig mestonderzoek;
  3. rekening houden met de periode waarin een jonge infectie nog niet aantoonbaar is;
  4. goede stal- en omgevingshygiëne;
  5. niet ieder jaar dezelfde weiden gebruiken voor veulens en jonge paarden;
  6. een middel kiezen dat daadwerkelijk tegen spoelworm werkt;
  7. controleren of de behandeling effectief is geweest.

Een jong paard kan dus niet simpelweg volgens hetzelfde wormmanagement worden gevolgd als een volwassen paard.

Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?

Lees ook dit artikel: Wanneer doe je mestonderzoek?