<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>parasieten - De Mestonderzoekshop</title>
	<atom:link href="https://www.hipposupport.nl/tag/parasieten/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://www.hipposupport.nl</link>
	<description>De one-stop-mestonderzoekshop</description>
	<lastBuildDate>Wed, 22 May 2024 17:32:54 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.9.4</generator>

<image>
	<url>https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/cropped-HippoSupport-Logo-Favicon-32x32.png</url>
	<title>parasieten - De Mestonderzoekshop</title>
	<link>https://www.hipposupport.nl</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Hoe werkt resistentie eigenlijk?</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/overig/hoe-werkt-resistentie-eigenlijk/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 16:29:47 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Overig]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[resistentie]]></category>
		<category><![CDATA[wormkuren]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=817</guid>

					<description><![CDATA[<p>Al weer enkele jaren mogen wormkuren voor paarden alleen nog maar via de dierenarts worden verstrekt. In de meeste gevallen wordt de wormkuur pas verstrekt na het uitvoeren van mestonderzoek, zoals wordt aangeraden door dierenartsen en andere instanties. De belangrijkste reden hiervoor is de opkomst van resistentie. Resistentie klinkt veel mensen bekend in de oren, [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/overig/hoe-werkt-resistentie-eigenlijk/">Hoe werkt resistentie eigenlijk?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Al weer enkele jaren mogen wormkuren voor paarden alleen nog maar via de dierenarts worden verstrekt. In de meeste gevallen wordt de wormkuur pas verstrekt na het uitvoeren van mestonderzoek, zoals wordt aangeraden door dierenartsen en andere instanties. De belangrijkste reden hiervoor is de opkomst van resistentie. Resistentie klinkt veel mensen bekend in de oren, maar er zijn toch de nodige misvattingen. Een veelgehoorde opmerking is;“ Help, mijn paard is resistent tegen wormkuren.” Dat kunnen we gelijk ontzenuwen, het is namelijk niet het paard wat resistent is, maar wat is resistentie dan wel, wat betekent resistentie voor jou, en wat kun je er tegen doen?</p>
<p>Kort gezegd betekent resistentie dat de beschikbare ontwormmiddelen niet meer (zo goed) werken tegen de wormen als dat ze zouden moeten doen. Het zijn dus de wormen die resistent zijn en niet het paard, zoals regelmatig te horen valt in paardenland. Dit komt doordat de wormen zich zó hebben ontwikkeld, dat er weerstand is ontstaan tegen het gebruikte ontwormmiddel. Dit is goed te vergelijken met de evolutietheorie van Darwin.</p>
<p>Volgens de evolutietheorie van Darwin zijn het niet de sterkste of meest intelligente soorten die overleven, maar zijn het juist de soorten die zich het beste kunnen aanpassen aan verandering die zullen overleven. Als we dat door vertalen naar de wormen in onze paarden, dan zijn het dus de wormen die zich het beste kunnen aanpassen aan veranderingen in hun leefomstandigheden die overleven. Dat houdt dus in dat zij zich het beste aan kunnen passen zodat de wormkuur minder giftig voor hun is. De eigenschap dat de gebruikte wormkuur minder giftig voor ze is, geven de wormen door aan hun nakomelingen, waardoor ze generatie na generatie steeds beter tegen het gebruikte gif kunnen.</p>
<p><strong><span class="label-red">Het ontstaan van resistentie bij wormen in 10 stappen uitgelegd</span></strong></p>
<p>Aan de hand van het onderstaande plaatje zullen we proberen uit te leggen hoe de wormen deze weerstand voor ontwormmiddelen kunnen ontwikkelen.</p>
<ol class="list-square">
<li>Bij de start van het verhaal wordt een normale wormbesmetting weergegeven. Deze wormbesmetting bestaat uit een enkele “ boze worm” met de R op zijn borst en voor de rest allemaal gewone wormen.</li>
<li>Het paard wordt blind ontwormd met wormmiddel “X”.</li>
<li>Na toedienen van wormmiddel “X”, zijn de meeste wormen verdwenen. Als je goed kijkt zie je alleen wel dat er van de boze familie wormen, meer wormen zijn overgebleven dan van de gewone familie. Doordat er geen mestonderzoek wordt gedaan, weet de eigenaar niet dat niet alle wormen zijn verdwenen en de wormkuur dus niet effectief genoeg geweest is.</li>
<li>Ondertussen planten de wormen zich weer voort zoals je rechts onderin het plaatsje kunt zien.</li>
<li>Doordat er meer boze wormen zijn, komen er dus met de voortplanting ook meer boze wormen bij en minder van de gewone wormen.</li>
<li>De eigenaar kiest ervoor het paard op regelmatige basis te ontwormen en zal het paard nogmaals met ontwormmiddel “X” ontwormen na een aantal weken.</li>
<li>Na toediening van deze ontworming zijn er weer een aantal wormen dood, allemaal van de gewone wormfamilie. Van de boze wormen zijn er weer een aantal wormen die het ontwormmiddel “X” overleefd hebben en deze keer meer dan de vorige keer.</li>
<li>Deze wormen planten zich weer voort, waarbij er nu dus sprake is van alleen maar boze wormen.</li>
<li>Er is nu een wormbesmetting met alleen nog maar wormen over van de boze wormfamilie</li>
<li>Wormmiddel “X” werkt nu helemaal niet meer, omdat de boze wormfamilie <strong>RESISTENT</strong> is geworden voor wormmiddel “X”!</li>
</ol>
<p><span class="label-red"><strong>Hoe ontstaat resistentie?</strong><br />
</span>Het proces waardoor resistentie ontstaat (Survival of the fittest, of de evolutietheorie) is onderdeel van het bestaan van iedere soort en onderdeel van natuurlijke selectie. Het is dus eigenlijk gewoon de aard van het beestje. Je ziet dit verschijnsel ook in heel veel andere situaties, denk aan resistentie tegen antibiotica, rattengif wat niet meer zo goed werkzaam is etc. Resistentie is dus nooit helemaal te voorkomen. We kunnen de ontwikkeling van resistentie wel vertragen!</p>
<p><span class="label-red"><strong>Hoe kan resistentie zoveel mogelijk voorkomen of vertraagd worden?</strong><br />
</span>Het is belangrijk dat er altijd voldoende gedoseerd wordt van het ontwormmiddel. Geef je te weinig ontwormmiddel, dan is de kans groter dat er wormen overleven die hierdoor weerstand kunnen opbouwen tegen het gif (ze passen zich aan aan de omstandigheden). Vergelijk dit maar met een inenting; een lage dosering virus geeft het lijf de gelegenheid weerstand op te bouwen op het moment dat er een grotere aanval komt van datzelfde virus.</p>
<p>Daarnaast is het essentieel om de wormen minder vaak bloot te stellen aan het gif, dan kunnen zij zich hier ook minder snel aan aanpassen. Ontwormen op basis van mestonderzoek bij paarden is daarom aan te raden in plaats van het standaard iedere 6 tot 8 weken ontwormen wat we vroeger deden. Dit betekent dus niet dat je nooit meer een ontwormmiddel gebruikt, maar wel dat je minder vaak ontwormt, en ook meer gericht kunt ontwormen op de gevonden soort wormeitjes. Zo voorkom je dat je een middel gebruikt waarvan al is aangetoond dat het voor een bepaald soort wormen minder effectief zal zijn. Hierbij is het zeker van belang om te controleren dat je middel effectief is geweest, dit doe je door een mestonderzoek uit te voeren 2 weken na het toedienen van een ontwormmiddel.</p>
<p>Het is ook zeer belangrijk om ook de infectie druk buiten het paard zo laag mogelijk te houden. Een goed weidebeleid is hiervoor essentieel. Bij een goede weidebeleid wordt mest uit de weides gehaald, wordt regelmatig het gras gemaaid en gesleept en worden de paarden, indien mogelijk,  regelmatig verweid naar een zogenaamd “schoon weiland”. Een “schoon weiland” is een weide waar al geruime tijd geen paarden hebben gelopen. Door eerst mestonderzoek te doen voordat paarden op een schoon stuk weide worden geplaatst zorg je ook dat de besmetting op die weide laag blijft.</p><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/overig/hoe-werkt-resistentie-eigenlijk/">Hoe werkt resistentie eigenlijk?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Weg met die wormen! Of toch niet?</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/nieuws/weg-met-die-wormen-of-toch-niet/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Sat, 05 Jun 2021 15:36:10 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=756</guid>

					<description><![CDATA[<p>Als paardeneigenaar hebben wij snel de neiging om toch maar vooral die wormen uit te willen roeien als blijkt dat ons paard een worminfectie heeft. Toch is dat niet altijd nodig. Het hangt er natuurlijk vanaf om wat voor worminfectie het gaat en/of hoe ernstig deze is. Het is goed je te realiseren dat parasieten [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/nieuws/weg-met-die-wormen-of-toch-niet/">Weg met die wormen! Of toch niet?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p>Als paardeneigenaar hebben wij snel de neiging om toch maar vooral die wormen uit te willen roeien als blijkt dat ons paard een worminfectie heeft. Toch is dat niet altijd nodig. Het hangt er natuurlijk vanaf om wat voor worminfectie het gaat en/of hoe ernstig deze is.</p>
<p>Het is goed je te realiseren dat parasieten onderdeel uitmaken van een heel ecosysteem en dat deze parasieten daarin een rol spelen. Het volledig uitroeien van parasieten heeft dan ook impact op het gehele ecosysteem en kan dus ook ongewenste effecten hebben. Een mooi voorbeeld van de nadelen om alle parasieten volledig uit te willen roeien, kunnen we zien bij de ossenpikkers (oxpeckers) in afrika.</p>
<p>Ossenpikkers verwijderen uitwendige parasieten (zoals teken) bij neushoorns. Om de neushoorns tegen stropers te beschermen worden zij regelmatig in beschermde reservaten gehouden. In de reservaten is er meer controle op de neushoorns, en om hun gezondheid extra te ondersteunen werden alle uitwendige parasieten verwijderd, waaronder ook de grote teken die alleen bij de neushoorns voorkomen. Na enige tijd bleek dat de Ossenpikkers geen nestjes meer maakten omdat zij voedingstoffen te kort kwamen van de teken die zij normaal bij neushoorn verwijderen. Uiteindelijk heeft men in dit reservaat de teken weer moeten introduceren om zo te voorkomen dat de Ossenpikkers zouden uitsterven.</p><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/nieuws/weg-met-die-wormen-of-toch-niet/">Weg met die wormen! Of toch niet?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Wat is mestonderzoek?</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:55:04 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[kwalitatief]]></category>
		<category><![CDATA[kwantitatief]]></category>
		<category><![CDATA[leverbot]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[longworm]]></category>
		<category><![CDATA[mcmaster]]></category>
		<category><![CDATA[mestonderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[rode bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[wormeitjes]]></category>
		<category><![CDATA[worminfectie]]></category>
		<category><![CDATA[wormonderzoek]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=670</guid>

					<description><![CDATA[<p>Mestonderzoek wordt ook wel wormonderzoek, wormei-telling of wormtelling genoemd. In dit artikel noemen we het voor het gemak mestonderzoek. Mestonderzoek is een van de belangrijkste hulpmiddelen waarmee je kunt vaststellen of een paard wormen heeft. De mest van het paard wordt onderzocht op de aanwezigheid van wormeitjes. Deze wormeitjes zijn de eitjes van wormen (parasieten) die [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">Wat is mestonderzoek?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<p><span class="label-red">Mestonderzoek</span> wordt ook wel wormonderzoek, wormei-telling of wormtelling genoemd. In dit artikel noemen we het voor het gemak mestonderzoek.</p>
<p>Mestonderzoek is een van de belangrijkste hulpmiddelen waarmee je kunt vaststellen of een paard wormen heeft. De mest van het paard wordt onderzocht op de aanwezigheid van wormeitjes. Deze wormeitjes zijn de eitjes van wormen (parasieten) die het paard kan hebben.</p>
<p>Er zijn in principe twee soorten technieken die kunnen worden toegepast bij mestonderzoek;</p>
<ol class="favth-list-circle">
<li>McMaster methode</li>
<li>Overige methoden</li>
</ol>
<p>Hoe deze technieken precies werken leggen we in dit <a href="https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">artikel</a> verder uit.</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>McMaster Methode</strong><br />
</span>De McMaster methode is de meest toegepaste techniek. De techniek is gebaseerd op het principe dat de eitjes van parasieten in de mest gaan drijven wanneer je de mest oplost in een zware vloeistof. Met de McMaster methode kun je snel en betrouwbaar een kwantitatieve uitslag krijgen voor de belangrijkste parasieten bij paarden. De volgende wormeitjes kunnen met de McMaster methode worden gevonden;</p>
<ul class="favth-list-circle">
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/bloedworm-groot-en-klein/">Grote bloedworm</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/bloedworm-groot-en-klein/">Kleine bloedworm</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/spoelworm/">Spoelworm</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/621/">Veulenworm</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/lintworm/">Lintworm</a></li>
<li><a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/aarsworm-aarsmade/">Aarsworm / aarsmade</a></li>
</ul>
<p>In het geval van de lintworm en aarsworm is het wel belangrijk om wat nuancering te geven. Als er eitjes van deze wormsoorten in de mest zitten, dan kun je die dus vinden tijdens het mestonderzoek. Het is echter voor de aarsworm niet gebruikelijk dat deze eitjes in de mest terecht komen, omdat deze hun eitjes niet in de darmen van het paard leggen, maar rondom de anus van het paard. Voor de lintworm is het helemaal een apart verhaal. Deze legt heel onregelmatig eitjes en daardoor is een lintworminfectie met dit type mestonderzoek lastiger aan te tonen. Als er lintwormeitjes in de mest zitten, dan zijn ze met deze methode goed aan te tonen. De lintworm scheidt de eitjes uit in eipakketjes, (geledingen), wat het meeste lijkt op kleine rijstkorreltjes, die met het blote oog waarneembaar zijn. Voor meer informatie over de verschillende wormsoorten kun je terecht op de pagina`s over deze <a href="https://www.hipposupport.nl/kennisbank/" target="_blank" rel="noopener noreferrer">wormsoorten</a>.</p>
<p>Naast deze verschillende soorten wormeitjes, kun je nog veel meer aantreffen in de mest. Denk hierbij aan, pollen, plantaardig materiaal, soms ook een mijtje en natuurlijk zand.</p>
<p>Hieronder wat afbeeldingen van wat je zoals kunt aantreffen tijdens mestonderzoek dat is uitgevoerd met behulp van de flotatietechniek.</p>
<table align="center">
<tbody>
<tr>
<td><img decoding="async" class="alignnone  wp-image-1776" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Veulenwormei.png" alt="" width="122" height="121" /></td>
<td><img decoding="async" class="alignnone wp-image-1792" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormei-larve.png" alt="" width="124" height="121" /></td>
<td><img decoding="async" class="alignnone wp-image-1791" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormeitjes.png" alt="" width="120" height="121" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormeitjes.png 265w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormeitjes-150x150.png 150w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Bloedwormeitjes-100x100.png 100w" sizes="(max-width: 120px) 100vw, 120px" /></td>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1789" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-300x290.jpg" alt="" width="125" height="121" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-300x290.jpg 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-1024x991.jpg 1024w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-768x743.jpg 768w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-1536x1487.jpg 1536w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1-600x581.jpg 600w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/L3-Bloedworm-1.jpg 2000w" sizes="(max-width: 125px) 100vw, 125px" /></td>
</tr>
<tr>
<td> Veulenwormei</td>
<td> Bloedwormei</td>
<td> Bloedwormei</td>
<td> Bloedwormlarve</td>
</tr>
<tr>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1783" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Lintwormei-1.png" alt="" width="119" height="121" /></td>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1809" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Mijt-281x300.png" alt="" width="113" height="121" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Mijt-281x300.png 281w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Mijt-300x321.png 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Mijt.png 334w" sizes="(max-width: 113px) 100vw, 113px" /></td>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1779" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/spoelworm2.png" alt="" width="121" height="121" /></td>
<td><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone wp-image-1808" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Halve-proteineschil-1-300x291.jpg" alt="" width="125" height="121" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Halve-proteineschil-1-300x291.jpg 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Halve-proteineschil-1-600x583.jpg 600w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Halve-proteineschil-1.jpg 661w" sizes="(max-width: 125px) 100vw, 125px" /></td>
</tr>
<tr>
<td> Lintwormei</td>
<td> Mijt</td>
<td> Spoelwormei</td>
<td>Spoelwormei</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p>&nbsp;</p>
<p><span class="favth-label-primary"><strong>Overige methoden</strong><br />
</span>Omdat met de McMaster niet alle soorten parasieten kunnen worden aangetoond, kan het soms nodig zijn een andere methode toe te passen. De meest relevante methoden zijn de Baermann methode, die wordt gebruikt om longwormen te vinden en de (gemodificeerde) Dorsman methode, waarmee gezocht wordt naar leverboteitjes.<br />
Speciaal voor het aantonen van aarswormeitjes, bestaat er nog de zogeheten cellotapetest. Daarmee wordt een afdruk genomen van rond de anus van het paard, op zoek naar de eitjes van de aarsworm. HippoSupport voert al deze aanvullende methoden ook uit in het eigen laboratorium.</p><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/mestonderzoek/wat-is-mestonderzoek/">Wat is mestonderzoek?</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Strookbegrazing</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/preventie/strookbegrazing/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 04 Jun 2021 13:37:53 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Preventie]]></category>
		<category><![CDATA[grazen]]></category>
		<category><![CDATA[mest]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[weide]]></category>
		<category><![CDATA[worminfectie]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=664</guid>

					<description><![CDATA[<p>Naast het regelmatig verweiden kan ook strookbegrazing ingezet worden om de infectiedruk van het weiland zo laag mogelijk te houden. Bij het toepassen van strookbegrazing zorg je ervoor dat de paarden altijd vers gras tot hun beschikking hebben, hiermee voorkom je dat de paarden de weide te kort gaan grazen en gaan grazen dichtbij de plaatsen [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/strookbegrazing/">Strookbegrazing</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div id="fav-maincontent" class="favth-col-lg-9 favth-col-md-9 favth-col-sm-9 favth-col-xs-12">
<div class="item-page">
<div>
<p>Naast het regelmatig verweiden kan ook strookbegrazing ingezet worden om de infectiedruk van het weiland zo laag mogelijk te houden.</p>
<p>Bij het toepassen van strookbegrazing zorg je ervoor dat de paarden altijd vers gras tot hun beschikking hebben, hiermee voorkom je dat de paarden de weide te kort gaan grazen en gaan grazen dichtbij de plaatsen waar wordt gemest. Deze gebieden op de weide vormen het grootste besmettingsrisico op worminfecties.</p>
<p>Daarnaast kun je ervoor zorgen dat andere preventieve maatregelen optimaal effectief kunnen zijn. Op de stroken waar de paarden vanaf komen, kan de mest goed verwijderd worden, en de weide kan daar goed gebloot (uitmaaien) en gesleept worden. Op deze manier zorg je voor de meest ongunstige omstandigheden van mogelijke levensfases van parasieten op je weiland.</p>
<p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-medium wp-image-638" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Strookbegrazing-300x224.jpg" alt="" width="300" height="224" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Strookbegrazing-300x224.jpg 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Strookbegrazing-768x574.jpg 768w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Strookbegrazing-600x448.jpg 600w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/06/Strookbegrazing.jpg 960w" sizes="(max-width: 300px) 100vw, 300px" /></p>
<p>Hoe werkt strookbegrazing precies?<br />
<span class="a">Bij strookbegrazing krijgen paarden niet meteen een complete weide tot hun beschikking voor het grazen, maar slechts een klein stukje, wat afgezet wordt met een verplaatsbare afraste</span><span class="a">ring, vaak door middel van prikpaaltjes en een lijntje schrikdraad. Dit lijntje wordt </span><span class="a">regelmatig een stukje verplaatst, zodat de paarden er een nieu</span><span class="a">we strook (nieuw) lang gras bij krijgen. Zet het lijntje wel op tijd weer verder, om te voorkomen dat paarden bij de toiletten (waar de infectiedruk het hoogste is) moeten grazen en/of het gras met pol en al uit de grond trekken als er geen lang gras meer is (hierdoor kunnen ze teveel zand binnenkrijgen). </span></p>
</div>
</div>
</div>
<div id="fav-sidebar2" class="favth-col-lg-3 favth-col-md-3 favth-col-sm-3 favth-col-xs-12">
<div class="moduletable"></div>
</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/preventie/strookbegrazing/">Strookbegrazing</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Parasieten bij paarden</title>
		<link>https://www.hipposupport.nl/parasieten/parasieten-bij-paarden/</link>
		
		<dc:creator><![CDATA[Richard Verbree]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 15 Mar 2021 14:44:39 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[aarsworm]]></category>
		<category><![CDATA[bloedworm]]></category>
		<category><![CDATA[horzellarve]]></category>
		<category><![CDATA[leverbot]]></category>
		<category><![CDATA[lintworm]]></category>
		<category><![CDATA[longworm]]></category>
		<category><![CDATA[paard]]></category>
		<category><![CDATA[parasieten]]></category>
		<category><![CDATA[spoelworm]]></category>
		<category><![CDATA[veulenworm]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://www.hipposupport.nl/?p=1</guid>

					<description><![CDATA[<p>De lente staat voor de deur; een prachtige periode met overal veulens in de weide. Als paardeneigenaar wil je natuurlijk het beste voor je paard en dat betekent de best mogelijke start van het leven als veulen. Daarom is het ook een belangrijk moment om over het wormmanagement na te denken, want vanaf de allereerste [&#8230;]</p>
<p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/parasieten-bij-paarden/">Parasieten bij paarden</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div data-elementor-type="wp-post" data-elementor-id="1" class="elementor elementor-1">
						<section class="elementor-section elementor-top-section elementor-element elementor-element-197d1c5a elementor-section-boxed elementor-section-height-default elementor-section-height-default" data-id="197d1c5a" data-element_type="section" data-e-type="section">
						<div class="elementor-container elementor-column-gap-default">
					<div class="elementor-column elementor-col-100 elementor-top-column elementor-element elementor-element-4a32cec4" data-id="4a32cec4" data-element_type="column" data-e-type="column">
			<div class="elementor-widget-wrap elementor-element-populated">
						<div class="elementor-element elementor-element-589d2a29 elementor-widget elementor-widget-text-editor" data-id="589d2a29" data-element_type="widget" data-e-type="widget" data-widget_type="text-editor.default">
				<div class="elementor-widget-container">
									<p>De lente staat voor de deur; een prachtige periode met overal veulens in de weide. Als paardeneigenaar wil je natuurlijk het beste voor je paard en dat betekent de best mogelijke start van het leven als veulen. Daarom is het ook een belangrijk moment om over het wormmanagement na te denken, want vanaf de allereerste moedermelk loopt een veulen kans op worminfecties. Dat klinkt misschien wat negatief, maar dat hoeft helemaal niet. Als paardeneigenaar kun je je hier prima op voorbereiden zodat je op het juiste moment in kunt grijpen, mocht dat nodig zijn. Dat vraagt het nodige inzicht als het gaat om welke parasieten een paard kan hebben, welke risico’s er zijn en welke preventieve maatregelen je kunt nemen om een worminfectie bij je paard zoveel mogelijk te voorkomen. Daarover kun je alles lezen in dit artikel. Verwacht je dit jaar een veulen? Bespreek dan vóóraf met je dierenarts wat het beste is qua ontworming van merrie en/of veulen.</p><p>Wanneer veulens geboren worden, hebben zij nog maar nauwelijks weerstand tegen de verschillende parasieten en deze zullen zij gedurende hun leven op moeten bouwen. Naarmate paarden ouder worden, neemt de weerstand toe en worden paarden minder gevoelig voor parasieten, vaak totdat er gezondheidsproblemen ontstaan en/of wanneer paarden ouder worden waardoor hun eigen weerstand afneemt. In sommige situaties bouwen paarden die weerstand al in een paar maanden op, maar voor andere situaties  krijgen paarden pas weerstand als ze veel ouder zijn. Hoe snel dit gaat, hangt af van de parasiet en voor een belangrijk deel van het individuele paard en de omstandigheden. Daarnaast kan een ondersteuning van de eigen weerstand door middel van geschikte supplementen een belangrijk verschil maken.</p><p><a href="https://www.hipposupport.nl/grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot/"><img loading="lazy" decoding="async" class="aligncenter wp-image-273 size-large" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1024x664.png" alt="" width="1024" height="664" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1024x664.png 1024w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-300x195.png 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-600x389.png 600w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-768x498.png 768w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot-1536x996.png 1536w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Grafiek-wormsoorten-en-weerstand-inclusief-longworm-en-leverbot.png 1701w" sizes="(max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a></p><p>Voor alle parasieten geldt dat hun levenscyclus in principe wel vergelijkbare fasen kent, maar er kunnen uitzonderingen en afwijkingen zijn, zoals bijvoorbeeld het gebruik van een tussengastheer en de ontwikkeling van larven binnen of buiten het paard. In het onderstaande overzicht de basale levenscyclus.</p><p><a href="https://www.hipposupport.nl/levenscyclus-parasieten/"><img loading="lazy" decoding="async" class="aligncenter wp-image-274 size-large" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-873x1024.png" alt="" width="873" height="1024" srcset="https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-873x1024.png 873w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-300x352.png 300w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-600x704.png 600w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-256x300.png 256w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-768x901.png 768w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-1309x1536.png 1309w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten-1745x2048.png 1745w, https://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/03/Levenscyclus-parasieten.png 1990w" sizes="(max-width: 873px) 100vw, 873px" /></a></p><p>Tijdens hun leven kunnen paarden verschillende parasitaire infecties oplopen. In veel gevallen gaat het niet om hele schadelijke wormsoorten en er zijn wormsoorten die alleen onder bepaalde omstandigheden relevant zijn. Sommige parasieten laten zich maar moeilijk bestrijden en in sommige gevallen kan het lastig zijn om vast te stellen of je paard een dergelijke infectie heeft. Van de meest voorkomende parasieten is een infectie gelukkig goed vast te stellen. In dit artikel worden de relevante wormen besproken, hoe je ze kunt bestrijden en vooral hoe je vast kunt stellen of je paard er last van heeft. Op de website <a href="https://www.hipposupport.nl/">paardenmestonderzoek </a>kun je nog veel meer informatie vinden over alle wormsoorten en wormmanagement.</p><p><img loading="lazy" decoding="async" class="alignnone size-medium wp-image-1794" src="http://www.hipposupport.nl/wp-content/uploads/2021/07/Wormsoorten-en-locaties-in-het-paard-zonder-levenscyclus-300x294.png" alt="" width="300" height="294" /></p><p><strong>Veulenworm<br /></strong>Het risico om een parasitaire infectie op te lopen, is al vanaf de allereerste uren na de geboorte van een veulen aanwezig. Vaak is de moeder drager van volwassen veulenwormen die in ruste in de buikwand zitten. De merrie heeft hier geen last van en deze infectie is ook niet aan te tonen omdat er geen eitjes gelegd worden. Kort voor de geboorte wordt de veulenworm actief en gaan de wormen eitjes leggen. De larven die daaruit komen, trekken naar het uier van de merrie. Zo krijgt het veulen al via de moedermelk de eerste worminfectie binnen. Na ongeveer 10 dagen zijn de larven die het veulen binnen heeft gekregen volwassen en leggen deze eitjes die met de mest mee naar buiten komen. De larven die uit deze eitjes komen, kunnen bij het veulen via de huid weer binnendringen, of worden opgegeten, en het veulen zo opnieuw infecteren.</p><p>Om veulenworm infecties zoveel mogelijk te bestrijden, is het van belang om ruim voor de geboorte van het veulen met je dierenarts het wormmanagement van de merrie en het veulen te bespreken. De dierenarts kan aanraden de merrie 1 á 2 weken voor de bevalling te ontwormen, maar kan ook adviseren het veulen met een dag of 10 te ontwormen. Daarnaast is een goede stalhygiëne natuurlijk essentieel om herinfectie zoveel mogelijk te voorkomen. Schep daarom iedere dag alle mest en natte plekken uit de kraamstal. Over het algemeen bouwen veulens binnen een maand of 6 voldoende weerstand op tegen de veulenworm, zodat ze er daarna geen last meer van hebben.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Veulenworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Direct vanaf de eerste moedermelk, tot het veulen ongeveer 6 maanden is</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Ernstige problemen worden in de praktijk niet vaak gezien</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">Gewichtsverlies, diarree, sufheid en verminderde eetlust, tot minder vaak voorkomende koorts, luchtwegproblemen en huidproblemen (lokale huidontstekingen)</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Wormmanagement, Stalhygiëne ter preventie</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf 10 dagen nadat het veulen is geïnfecteerd kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Bloedworm<br /></strong>In de volksmond wordt vaak gesproken over bloedworm of rode bloedworm. Feitelijk gaat het echter om 2 soorten; de grote bloedworm en de kleine bloedworm, waarbij ook weer sprake is van verschillende subsoorten. De grote bloedworm komt in Nederland (en omringende landen) eigenlijk niet meer voor, dus in de praktijk gaat het eigenlijk altijd om diverse subsoorten van de kleine bloedworm. Bloedworminfecties zijn de meest voorkomende worminfecties bij paarden. Als er een worminfectie wordt gevonden, is het in meer dan 95% van de gevallen een bloedworminfectie. Paarden lopen het grootste risico op een bloedworminfectie tijdens het grazen, maar recent wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het ook mogelijk is om een bloedworminfectie op te lopen in de stal. In de praktijk duurt het tot paarden een jaar of 7 / 8 oud zijn om voldoende weerstand op te bouwen tegen bloedworminfecties, er zijn echter paarden die hun leven lang gevoelig blijven voor bloedworminfecties. Ook kunnen tijdelijk verlaagde weerstand door stress of ziekte de gevoeligheid om een bloedworminfectie op te lopen het hele leven aanwezig blijven. Het is niet altijd nodig om te ontwormen tegen bloedworm. Hierbij wordt gekeken naar de ernst van een worminfectie, uitgedrukt in Eitjes per Gram (EPG). Met behulp van mestonderzoek kan deze EPG worden bepaald en kan in overleg met de dierenarts worden besloten of het nodig is om te ontwormen en zo ja, waarmee.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Kleine bloedworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Grootste risico op ernstige besmettingen tot +/- 3 jaar. Bij paarden tot +/-8 jaar nog regelmatig gevoeligheid en bij verminderde weerstand bestaat een verhoogd infectierisico</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Bij verwaarloosde infecties groot risico; des te ernstiger de symptomen, hoe slechter de prognose. Tot 50% van de paarden met een ernstige larvale cyathostominose kan hieraan komen te overlijden, ondanks een eventuele behandeling.</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">verminderde eetlust, vermagering, doffe vacht, uitdroging, koorts, waterige diarree, koliekverschijnselen</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Preventieve maatregelen, goede eigen weerstand en goed wormmanagement door middel van onder andere regelmatig mestonderzoek</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf minimaal 6 weken nadat een infectie is opgelopen kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Spoelworm<br /></strong>De spoelworm is een zeer schadelijke parasiet die vooral voor problemen kan zorgen bij jonge dieren tot ongeveer 3 jaar. Nadat het paard een infectieus eitje binnenkrijgt tijdens het grazen (of op stal), komt er een larve uit die een trektocht maakt door het lichaam van het paard en waarbij deze via de lever in de longen terecht komt. Het paard hoest de larve op en slikt deze door, waardoor hij in het spijsverteringskanaal terecht komt waar in de dunne darm de eitjes gelegd worden. De meest gegeven wormkuren zijn niet effectief tegen spoelworm, waardoor een zeer groot risico ontstaat wanneer niet regelmatig mestonderzoek wordt uitgevoerd. Ieder jaar zijn er weer berichten over veulens die overlijden aan koliek als gevolg van een spoelworminfectie. Vaak blijkt dan dat de veulens wel zijn ontwormd, maar met een middel dat niet effectief is tegen spoelworm. Met behulp van mestonderzoek kan bepaald worden of er sprake is van een spoelworminfectie en als dat zo is, kan in overleg met de dierenarts worden bepaald welke wormkuur gegeven dient te worden.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Spoelworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">Grootste risico op besmettingen tot +/- 3 jaar en daarna bij verminderde weerstand/ziekte</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Bij niet tijdig onderkennen kunnen ernstige gezondheidsproblemen ontstaan en kunnen paarden overlijden</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">longontsteking, hoesten, uitvloeiing uit de neus, versnelde ademhaling, verminderde eetlust, diarree, lusteloosheid, vermagering en lusteloosheid. In ernstige gevallen ook verstopping / koliek</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Preventieve maatregelen, stalhygiëne, goede eigen weerstand en goed wormmanagement en weidemanagement bij jonge dieren</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">Ja, vanaf minimaal 10 weken nadat een infectie is opgelopen kunnen er wormeitjes worden waargenomen in de mest</td></tr></tbody></table><p><strong><br />Lintworm<br /></strong>Lintworm infecties komen relatief weinig voor. Dit komt met name doordat veel paardeneigenaren jaarlijks ontwormen met een middel dat ook tegen lintworm werkt. Doordat de lintworm een relatief trage levenscyclus (van ongeveer een jaar heeft), blijkt in de praktijk dat deze jaarlijkse ontworming voldoende is om grote problemen te voorkomen. De lintworm komt hoofdzakelijk voor op oude vervilte weides en maakt gebruik van een zogenaamde tussengastheer, de mosmijt, die op deze weides te vinden is. De lintworm scheidt zijn eitjes uit in eipakketjes; de lintwormsegmenten (geledingen). Deze eipakketjes kun je met het blote oog in de mest zien en ze lijken het meeste op rijstkorreltjes. Lintwormeitjes kunnen met behulp van mestonderzoek gevonden worden. De lintwormeitjes worden echter onregelmatig uitgescheiden, dus als er geen lintwormeitjes worden gevonden in de mest wil dit niet zeggen dat er geen lintwormbesmetting is.</p><table width="600"><tbody><tr><td width="173"><strong>Parasiet</strong></td><td width="427"><strong>Lintworm</strong></td></tr><tr><td width="173">Infectierisico</td><td width="427">altijd aanwezig, vooral op oudere vervilte weides</td></tr><tr><td width="173">Ernst</td><td width="427">Ernstige problemen worden in de praktijk niet vaak gezien</td></tr><tr><td width="173">Ziektebeeld</td><td width="427">Koliekverschijnselen, regelmatig terugkerende koliek</td></tr><tr><td width="173">Bestrijding</td><td width="427">Wormmanagement en bij terugkerende problemen, weide diep omploegen en opnieuw inzaaien</td></tr><tr><td width="173">Aantoonbaar met mestonderzoek</td><td width="427">De lintworm scheidt onregelmatig eitjes uit, waardoor deze niet altijd in de mest zitten. Als er eitjes in de mest zitten, zijn deze te vinden met standaard mestonderzoek</td></tr></tbody></table><p>Naast de hiervoor genoemde parasieten, zijn er ook nog enkele andere parasieten waar paarden mee te maken zouden kunnen krijgen “onder de juiste omstandigheden.”</p><p><strong>Aarsworm<br /></strong>Zoals de naam al zegt; deze parasiet kun je aantreffen bij de anus van het paard. De volwassen wormen bevinden zich in de endeldarm, om precies te zijn. Wanneer het paard in rust is of slaapt, komt de aarsworm naar buiten en legt eitjes rondom de anus. De eitjes komen dus niet met de mest mee naar buiten en kunnen daarom (in principe) niet met standaard mestonderzoek worden gevonden. Aarsworminfecties zijn relatief onschuldig; ze veroorzaken voornamelijk jeuk bij de staart. Paarden kunnen hier van gaan schuren, waardoor wondjes kunnen ontstaan. Er is veel resistentie bekend, wat de bestrijding van een aarsworminfectie lastig maakt. Het helpt om de anus van het paard dagelijks goed schoon te maken, zodat er geen nieuwe aarswormeitjes kunnen verspreiden die voor herinfectie kunnen zorgen.</p><p><strong>Leverbot<br /></strong>Het paard is geen geschikte gastheer voor leverbotten, en in gezonde paarden maken leverbotten eigenlijk geen kans hun levenscyclus te voltooien. Het risico op leverbotinfecties bij paarden ontstaat eigenlijk alleen onder de volgende omstandigheden;</p><ul><li>Er komen andere grazers op de paardenweide die wel natuurlijke gastheren van de leverbot zijn, zoals schapen of runderen;</li><li>De weide heeft blijvend natte plaatsen zoals sloten en greppels, waar de leverbotslak (tussengastheer) kan overleven;</li><li>Het paard heeft een verminderde weerstand</li></ul><p>Een leverbotinfectie kan niet worden aangetoond met behulp van standaard mestonderzoek. Hiervoor moet aanvullend mestonderzoek worden gedaan. Dit onderzoek is voornamelijk aan te raden als er klinische tekenen zijn en wanneer aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan.</p><p><strong>Longworm<br /></strong>Net als bij de leverbot is het paard geen geschikte gastheer voor longwormen. Ezels zijn dit wel en bij paarden ontstaat het risico op een longworminfectie als er contact is met ezels. Van de levenscyclus van de longworm bij paarden is helaas niet zoveel bekend. De larven komen in de longen terecht, waardoor paarden een hardnekkig hoest ontwikkelen. Een longworminfectie kan niet worden aangetoond met standaard mestonderzoek. Hiervoor is aanvullend onderzoek vereist. Wanneer er sprake is geweest van contact met ezels en het paard blijft hoesten, dan kan dit onderzoek zinvol zijn.</p><p><strong>Horzellarve<br /></strong>De horzellarve is een aparte in het rijtje met parasieten, omdat het hierbij gaat om eitjes die in de nazomer en het najaar door de horzel gelegd worden op de benen, flanken en manen van het paard. Paarden likken deze op bij zichzelf, of bij een weidemaatje tijdens het groomen en krijgen zo de larfjes in hun mond. Na enkele weken trekken de larfjes naar het spijsverteringskanaal, waar ze zich in de maag vastzetten. Na 8 tot 11 maanden komen ze met de mest mee naar buiten. De larven zijn gemakkelijk te herkennen in de mest. De larven boren zich in de grond en na enkele keren verpoppen, komen de horzels eruit en is de cyclus weer rond. Een infectie met de horzellarve is met mestonderzoek niet aan te tonen. Dat hoeft natuurlijk ook niet, want de eitjes zijn met het blote oog zichtbaar op benen, flanken en manen. Heeft een paard, of het weidemaatje, deze eitjes gehad in het najaar? Dan is het verstandig dit te bespreken met je dierenarts.</p><p><strong>Preventieve maatregelen<br /></strong>Natuurlijk kan het af en toe nodig zijn om te ontwormen, maar als het even kan, dan voorkomen we graag zoveel mogelijk een worminfectie. Er zijn verschillende preventieve maatregelen die hierbij kunnen helpen, zoals mest ruimen uit de weide, goed weidebeheer of op de juiste momenten de weides slepen en/of bloten. Op de website van Paard en mestonderzoek kun je hier alles over lezen: <a href="https://www.hipposupport.nl/preventie">Preventieve maatregelen</a>.</p><p><strong>Eigen weerstand<br /></strong>Een vaak onderschat onderdeel van de preventie tegen worminfecties, is de eigen weerstand van het paard. Paarden bouwen weerstand op tegen parasitaire infecties naarmate ze ouder worden. In de praktijk blijkt dat paarden met een verminderde weerstand gevoeliger zijn voor worminfecties. Ze lopen daardoor makkelijker een worminfectie op en deze krijgt meer kans zich sneller te manifesteren. Je kunt je paard daarom een steuntje in de rug te geven door te zorgen dat de eigen weerstand op peil is en blijft en door de darmen minder aantrekkelijk te maken voor parasieten. Bij situaties waarbij je kunt voorzien dat de weerstand omlaag zou kunnen gaan, zou je preventief wat vitaminen kunnen toedienen. Je kunt denken aan stress van een verhuizing, een medische behandeling, ziekte, maar bijvoorbeeld ook na het toedienen van een wormkuur. Er zijn verschillende supplementen beschikbaar die hier aan bij kunnen dragen. Welk supplement ook de voorkeur heeft; controleer altijd of het voldoende effectief is door regelmatig mestonderzoek te doen. Daarmee voorkom je schijnveiligheid en ben je er op tijd bij om het wormmanagement van je paard eventueel bij te stellen.</p><p><strong>Mestonderzoek<br /></strong>In de afgelopen jaren is mestonderzoek steeds meer de standaard geworden als het gaat om wormmanagement. Wanneer regelmatig mestonderzoek wordt gedaan, neemt de effectiviteit van het wormmanagement toe. Daarnaast levert mestonderzoek een belangrijke bijdrage als het gaat om;</p><p>Bij standaard mestonderzoek wordt de mest onderzocht op de aanwezigheid van wormeitjes. Wanneer er eitjes gevonden worden betekent dit dat er volwassen ei-leggende wormen aanwezig zijn. Wanneer er geen wormeitjes worden gevonden, kan daarom niet gesteld worden dat er geen worminfectie is. Er kunnen parasieten aanwezig zijn in het paardenlichaam die nog niet volwassen zijn en nog geen eitjes leggen. Dat is een van de belangrijkste redenen dat 1 of 2 keer per jaar mestonderzoek doen onvoldoende is. Een andere belangrijke reden is dat paarden natuurlijk opnieuw een infectie op kunnen lopen.</p><p><strong>Aanvullend (mest)onderzoek<br /></strong>De meest relevante parasieten bij paarden kunnen met behulp van standaard mestonderzoek betrouwbaar worden aangetoond. Voor parasieten zoals leverbot, longworm en aarsworm is dat niet mogelijk en zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan. Er zijn gespecialiseerde laboratoria zoals <a href="https://www.hipposupport.nl/">HippoSupport</a> die dergelijk onderzoek uitvoeren in opdracht van particulieren, stalhouders en gespecialiseerde paardenartsen.</p><p><strong>Individuele benadering<br /></strong>Ieder paard is uniek, dat zal geen paardeneigenaar ontkennen. Ook op het gebied van gevoeligheid en eigen weerstand van paarden is het belangrijk om het paard individueel te benaderen. Als het ene paard in de kudde een zware infectie heeft kan het heel goed zijn dat andere paarden nergens last van hebben. Mestonderzoek vormt een ideaal hulpmiddel om de gevoeligheid voor worminfecties per paard te bekijken door het jaar/de jaren heen. Door iedere twee maanden mestonderzoek te doen kan je eventuele lichte infecties in de gaten houden en ingrijpen wanneer het paard deze met zijn eigen weerstand niet onder controle kan houden. Slechts 1 a 2 keer per jaar mestonderzoek doen geeft hier helaas geen inzicht in. Heb je beter inzicht in de gevoeligheid van jouw paard voor worminfecties dan kan de frequentie van mestonderzoek omlaag naar de momenten waarop er meer risico is, bijvoorbeeld wanneer het paard op de weide staat, bij stress en of verminderde weerstand.</p><p><a href="https://test.hipposupport.nl">HippoSupport www.paardenmestonderzoek.com</a></p>								</div>
				</div>
					</div>
		</div>
					</div>
		</section>
				</div><p>The post <a href="https://www.hipposupport.nl/parasieten/parasieten-bij-paarden/">Parasieten bij paarden</a> first appeared on <a href="https://www.hipposupport.nl">De Mestonderzoekshop</a>.</p>]]></content:encoded>
					
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
