Let op: dit artikel is geen behandel- of ontwormadvies voor een individueel paard. Het heeft uitsluitend tot doel inzichtelijk te maken welke wormmiddelen beschikbaar zijn, tegen welke parasieten ze worden gebruikt en hoe het momenteel staat met de werkzaamheid en resistentieontwikkeling.
Welke behandeling in een concrete situatie passend is, hangt onder andere af van de aangetroffen parasiet, de leeftijd van het paard, de mate van besmetting, eerdere behandelingen en de werkzaamheid van middelen op het betreffende bedrijf. Bespreek een behandeling daarom altijd met je dierenarts.
Niet ieder wormmiddel werkt tegen iedere wormsoort.
Bovendien betekent het feit dat een middel oorspronkelijk tegen een bepaalde worm werkt niet automatisch dat het dat vandaag nog overal even goed doet. Door resistentie kan de werkzaamheid sterk afnemen.
Daarom is het belangrijk om niet alleen naar de merknaam van een wormkuur te kijken, maar ook naar:
- welke werkzame stof erin zit;
- welke parasiet je wilt behandelen;
- of tegen die combinatie resistentie bekend is.
Equest Pramox werkt niet ‘tegen alles’
Equest Pramox wordt in de praktijk nog regelmatig gezien als een soort alles-in-één wormkuur. Dat beeld klopt niet.
Equest Pramox bevat twee werkzame stoffen:
- moxidectine
- praziquantel
Daardoor werkt het tegen verschillende soorten wormen én lintworm, maar niet tegen iedere parasiet en ook niet altijd even betrouwbaar.
Bij spoelworm is bijvoorbeeld veel resistentie tegen moxidectine aangetoond. Dat Equest Pramox een breed middel is, betekent dus niet dat het daarmee ook een goede keuze is tegen spoelworm.
Ook tegen bijvoorbeeld leverbot werkt Equest Pramox niet.
De vraag moet daarom nooit zijn:
“Welk middel pakt zo veel mogelijk?”
maar:
“Welke parasiet wil ik behandelen en welk middel werkt daar nog voldoende tegen?”
Kijk naar de werkzame stof
De meeste paardeneigenaren kennen vooral de merknamen van wormmiddelen.
Dat is logisch. Je kent bijvoorbeeld Equest of Equest Pramox, maar misschien niet direct de werkzame stof die erin zit.
Toch is juist die werkzame stof belangrijk voor de werking.
Voor paarden worden vooral middelen gebruikt met:
- fenbendazol
- pyrantel
- ivermectine
- moxidectine
- praziquantel
Sommige producten combineren twee werkzame stoffen. Zo wordt praziquantel gecombineerd met ivermectine of moxidectine om ook lintworm te behandelen.
Verschillende merknamen kunnen dus gewoon dezelfde werkzame stof bevatten.
Bloedworm
Bij bloedworm worden tegenwoordig vooral ivermectine en moxidectine gebruikt.
Tegen volwassen kleine bloedworm werken deze middelen over het algemeen nog goed. Toch is inmiddels ook tegen ivermectine en moxidectine resistentie aangetoond.
Bij oudere middelen zoals fenbendazol en pyrantel komt resistentie tegen kleine bloedworm veel voor. Daardoor is de werkzaamheid op veel bedrijven beperkt.
Bij de ingekapselde larven van kleine bloedworm ligt het anders. Moxidectine is een van de middelen die juist tegen deze larvale stadia wordt gebruikt.
Ook hierbij geldt echter dat een middel niet automatisch overal even goed werkt.
Lees ook dit artikel: Equest en Equest Pramox: hoe zit het met resistentie?
Spoelworm
Bij spoelworm (Parascaris) is de resistentiesituatie heel anders dan bij bloedworm.
Ivermectine en moxidectine werden vroeger veel tegen spoelworm gebruikt. Inmiddels is op veel plaatsen resistentie tegen deze middelen aangetoond.
Daarom worden ivermectine en moxidectine in de praktijk niet meer als betrouwbare middelen tegen spoelworm beschouwd.
Pyrantel en fenbendazol zijn doorgaans beter werkzaam, al is ook tegen deze middelen resistentie bekend.
Juist bij bedrijven met veulens en jonge paarden is het daarom belangrijk om te controleren of het gebruikte middel daadwerkelijk voldoende werkt.
Lees ook dit artikel: Spoelwormeitjes aangetroffen: wat nu?
Lintworm
Tegen lintworm wordt vooral praziquantel gebruikt.
Daarom zit praziquantel bijvoorbeeld in combinatieproducten als Equest Pramox en verschillende ivermectine-praziquantelproducten.
Ook pyrantel kan tegen lintworm werken, maar alleen in een daarvoor bedoelde hogere dosering.
Praziquantel werkt over het algemeen nog goed, al zijn er inmiddels ook signalen dat de werkzaamheid niet overal vanzelfsprekend blijft.
Een extra moeilijkheid bij lintworm is dat een standaard mestonderzoek een infectie gemakkelijk kan missen. Een negatieve uitslag sluit lintworm dus niet uit.
Lees ook dit artikel: Lintwormeitjes aangetroffen: wat nu?
Aarsworm
Aarsworm kan behoorlijk hardnekkig zijn.
Van verschillende wormmiddelen is bekend dat de werkzaamheid tegen aarsworm kan tegenvallen.
Daar komt bij dat behandeling alleen niet voldoende is. De vrouwelijke aarsworm legt haar eitjes rond de anus. Het paard gaat daardoor vaak schuren en kan de eitjes vervolgens over stalwanden, hekwerken, voerbakken en andere oppervlakken verspreiden.
Hygiëne is bij aarsworm daarom een belangrijk onderdeel van de aanpak.
Veulenworm
Veulenworm (Strongyloides westeri) speelt vooral bij jonge veulens.
Er zijn wormmiddelen die tegen veulenworm werken, waaronder ivermectine.
Maar juist bij deze parasiet is het belangrijk om verder te kijken dan alleen behandelen. Veulenworm kan zich namelijk buiten het paard in warm en vochtig strooisel verder vermenigvuldigen. Daardoor kan de infectiedruk in een kraamstal snel oplopen.
Een wormmiddel kan een besmet veulen behandelen, maar voorkomt niet dat een vervuilde stalomgeving opnieuw voor besmetting zorgt.
Lees ook dit artikel: Stalhygiëne en worminfecties: wat kun je preventief doen?
Paardenhorzel
De paardenhorzel is eigenlijk geen worm maar een vlieg. De larven brengen wel een deel van hun ontwikkeling in het paard door en worden daarom vaak meegenomen in wormmanagement.
Ivermectine en moxidectine werken tegen horzellarven.
Zie je in zomer of najaar de typische gele horzeleitjes op de haren van het paard, dan weet je bovendien al dat het paard aan paardenhorzels is blootgesteld.
Dat kan meewegen bij de beslissing om later in het jaar gericht tegen horzellarven te behandelen.
Longworm
Longworm speelt bij paarden vooral een rol wanneer zij samen met ezels worden gehouden of op weiden lopen waar besmette ezels grazen.
Verschillende wormmiddelen kunnen tegen longworm werkzaam zijn.
Longworm is met een normaal McMaster-mestonderzoek niet goed te onderzoeken. Wanneer longworm wordt vermoed, is daarvoor een andere onderzoeksmethode nodig.
Leverbot
Leverbot laat heel duidelijk zien waarom geen enkel paardenwormmiddel simpelweg ‘alles pakt’.
De gebruikelijke wormmiddelen voor paarden zijn niet bedoeld voor de behandeling van leverbot.
Wanneer leverbot wordt aangetoond of sterk wordt vermoed, is daarvoor een specifieke behandeling nodig. Bij paarden moet dat met de dierenarts worden besproken.
Overzicht: welke middelen werken tegen welke parasieten?
In het onderstaande schema zie je in één oogopslag hoe de belangrijkste wormmiddelen zich tot de verschillende parasieten verhouden.
| Parasiet | Fenbendazol | Pyrantel | Ivermectine | Moxidectine | Moxidectine + praziquantel |
Ivermectine + praziquantel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Bekende merknamen |
Panacur Equiworm F |
Equiworm P Hippotwin Banminth Strongid P |
Eqvalan Bimectin Eraquell Noromectin Equimectin |
Equest1 | Equest Pramox2 |
Equimax Eqvalan Duo Furexel combi |
| Aarsworm | + | + | +/- | +/- | +/- | +/- |
|
Bloedworm (volwassen wormen) |
+/- | - | + | + | + | + |
|
Bloedworm (larven) |
+/-3 | - | +/- | + | + | +/- |
| Horzellarven | - | - | + | + | + | + |
| Lintworm | - | +4 | - | - | + | + |
| Longworm | + | - | + | - | - | + |
| Spoelworm | + | + | - | - | - | - |
| Veulenworm | + | - | + | +1 | +2 | + |
| Leverbot | - | - | - | - | - | - |
1 Equest: niet toedienen aan veulens jonger dan 4 maanden.
2 Equest Pramox: niet toedienen aan veulens jonger dan 6,5 maanden.
3 Fenbendazol kan bij gevoelige kleine bloedwormen werkzaam zijn. Voor ingekapselde larven bestaat een vijfdaagse behandeling, maar door veel voorkomende resistentie is de werkzaamheid niet overal betrouwbaar.
4 Pyrantel is tegen lintworm alleen werkzaam in de daarvoor voorgeschreven hogere dosering.
Een breed wormmiddel is niet automatisch beter
Het klinkt logisch: als je toch ontwormt, kun je misschien maar beter een middel gebruiken dat tegen zo veel mogelijk wormsoorten werkt.
Maar vanuit resistentie is dat juist niet altijd verstandig.
Wanneer je een middel gebruikt tegen een parasiet die helemaal niet behandeld hoefde te worden, stel je die wormpopulatie onnodig bloot aan het middel. Daarmee vergroot je de selectiedruk.
Een combinatie van moxidectine en praziquantel kan bijvoorbeeld heel zinvol zijn wanneer er een reden is om zowel bepaalde stadia van bloedworm als lintworm te behandelen.
Maar dat maakt zo’n combinatie niet automatisch de beste jaarlijkse ‘najaarskuur’ voor ieder paard.
Lees ook dit artikel: Najaarskuur: waarom toch ontwormen als mestonderzoek geen aanleiding geeft?
Werkt een middel bij jouw paarden nog?
Een wormmiddel kan volgens de bijsluiter tegen een bepaalde parasiet werken, terwijl de werkzaamheid op een bepaald bedrijf inmiddels sterk is afgenomen.
Dat is resistentie in de praktijk.
Voor wormsoorten waarbij de ei-uitscheiding daarvoor geschikt is, kun je de werking controleren met een Faecal Egg Count Reduction Test (FECRT) of WormEi Reductie Test (WERT).
Daarbij vergelijk je het aantal gevonden wormeitjes vóór en na behandeling.
Zo kun je controleren of het gebruikte wormmiddel daadwerkelijk heeft gedaan wat je ervan verwachtte.
Lees ook dit artikel: Resistentie tegen wormmiddelen: hoe ontstaat het en wat kun je doen?
Eerst bepalen wat je wilt behandelen
De belangrijkste boodschap van dit artikel is dus niet:
“Bij worm X moet je middel Y gebruiken.”
Maar:
“Bepaal eerst welke parasiet je wilt behandelen en kijk daarna welk middel daarvoor geschikt én nog voldoende werkzaam is.”
Mestonderzoek, aanvullende diagnostiek, de leeftijd en voorgeschiedenis van het paard en kennis over resistentie op het bedrijf helpen om een behandeling zo gericht mogelijk te kiezen.
Daarmee vergroot je niet alleen de kans dat een behandeling daadwerkelijk werkt, maar voorkom je ook onnodig gebruik van ontwormmiddelen.
Wetenschappelijke onderbouwing
KNMvD. Leidraad Paard en Parasieten. 2024.
American Association of Equine Practitioners. Internal Parasite Control Guidelines. 2024.
Rendle D, et al. Equine parasite control: BEVA primary care clinical guidelines. Equine Veterinary Journal. 2024.
Lees ook dit artikel: Wat betekent een EPG-waarde bij mestonderzoek?
Lees ook dit artikel: Resistentie tegen wormmiddelen: hoe ontstaat het en wat kun je doen?
