In de paardenwereld wordt vaak gezegd:
“Geef de najaarskuur na de eerste nachtvorst.”
Maar waarom eigenlijk? En wat wordt er precies bedoeld met die eerste nachtvorst? Moet het één nacht -1 °C zijn, moet het lokaal stevig vriezen of moet er landelijk nachtvorst zijn geweest?
De oorsprong van deze vuistregel ligt vooral bij de paardenhorzel.
De eerste nachtvorst heeft vooral met de paardenhorzel te maken
De volwassen paardenhorzel is actief tijdens de warmere maanden. De vlieg legt haar kenmerkende gele eitjes op de haren van paarden, vooral op de benen, flanken en manen.
Paarden krijgen de eitjes of jonge larven binnen tijdens likken en poetsen. De larven ontwikkelen zich vervolgens verder in het paard en verblijven gedurende de winter onder andere in de maag.
Wanneer je tijdens het vliegseizoen behandelt, kunnen daarna opnieuw horzeleitjes worden afgezet en kan het paard opnieuw larven opnemen.
Daarom is het praktisch om te wachten totdat het vliegseizoen daadwerkelijk voorbij is.
Koud najaarsweer en nachtvorst zorgen ervoor dat de volwassen paardenhorzels verdwijnen. Daarna vindt in principe geen nieuwe besmetting meer plaats.
Daar komt de bekende regel vandaan:
behandel na de eerste nachtvorst.
Maar wat is dan ‘de eerste nachtvorst’?
Daar bestaat geen exacte temperatuur voor.
Het is niet zo dat alle paardenhorzels bij -1 °C onmiddellijk verdwijnen en dat je bij -0,5 °C nog moet wachten. Ook één kort moment van vorst aan de grond hoeft niet te betekenen dat het vliegseizoen definitief voorbij is.
De eerste nachtvorst is daarom vooral een praktische vuistregel, geen harde biologische grens.
Waar je eigenlijk op wilt wachten is het moment waarop:
- het duidelijk kouder is geworden;
- er lokaal nachtvorst is geweest;
- je geen paardenhorzels meer ziet vliegen;
- er geen nieuwe gele eitjes meer op de paarden verschijnen.
Dan kun je ervan uitgaan dat het vliegseizoen ten einde is.
Het gaat om de omstandigheden bij jouw paarden
Of het ergens anders in Nederland al heeft gevroren is niet belangrijk.
Een nacht met vorst in Groningen zegt weinig over paarden die in Zeeland staan. Zelfs binnen één regio kunnen temperatuur en omstandigheden verschillen.
Kijk daarom vooral naar de lokale situatie.
De vraag is niet:
“Heeft het KNMI de eerste landelijke nachtvorst gemeld?”
maar:
“Is het horzelseizoen bij mijn paarden daadwerkelijk voorbij?”
Je hoeft niet op een magisch getal te wachten
Je hoeft dus ook niet te wachten totdat het bijvoorbeeld lokaal -5 °C is geweest.
De temperatuur zelf is niet het doel. Het doel is voorkomen dat je behandelt terwijl volwassen paardenhorzels nog actief zijn en het paard daarna opnieuw besmet kan raken.
Is het al langere tijd koud, zie je geen horzels meer en verschijnen er geen nieuwe eitjes meer, dan is dat veel relevanter dan één exact getal op de thermometer.
Zie je horzeleitjes? Dan weet je dat er blootstelling is geweest
Een voordeel van de paardenhorzel is dat blootstelling vaak gewoon zichtbaar is.
Zie je in de zomer of het najaar de typische gele eitjes op het paard, dan weet je dat paardenhorzels actief zijn geweest.
Probeer zoveel mogelijk eitjes te verwijderen, maar realiseer je dat het paard waarschijnlijk al eitjes of larven heeft kunnen opnemen.
Daarom kan zichtbare blootstelling aan paardenhorzels een goede reden zijn om deze parasiet mee te nemen in de najaarsbehandeling.
Lees ook dit artikel: Paardenhorzel: gele eitjes op de vacht en larven in het paard
Betekent ‘najaarskuur’ automatisch Equest Pramox?
Nee.
Dit is een belangrijk misverstand.
De term najaarskuur zegt iets over het moment waarop je behandelt, maar niet welk middel je automatisch moet gebruiken.
De juiste vraag blijft:
Waarvoor wil je behandelen?
Bijvoorbeeld:
- wil je alleen horzellarven behandelen;
- wil je ook lintworm meenemen;
- is er aanleiding om rekening te houden met ingekapselde kleine bloedwormlarven;
- of spelen meerdere risico’s tegelijkertijd?
Pas daarna kies je in overleg met je dierenarts een middel dat daarbij past.
Wanneer alleen paardenhorzel de reden voor behandeling is, hoeft daarvoor bijvoorbeeld niet automatisch een breed combinatieproduct te worden gebruikt.
En hoe zit het met lintworm?
Lintworm wordt in de praktijk vaak eveneens meegenomen in de najaarsbehandeling.
Dat heeft echter niet met de eerste nachtvorst zelf te maken.
Lintworm wordt via mosmijten of grasmijten op de weide overgebracht. De bekende timing na de eerste nachtvorst is dus vooral afkomstig van de levenscyclus van de paardenhorzel.
Wanneer je in het najaar ook tegen lintworm wilt behandelen, moet het gekozen middel uiteraard wel een werkzame stof bevatten die tegen lintworm werkt.
En de ingekapselde bloedwormlarven?
Ook ingekapselde larven van kleine bloedworm worden vaak in één adem genoemd met de najaarskuur.
Maar ook daarvoor geldt dat de eerste nachtvorst geen magisch behandelmoment is.
Het verblijf in de darmwand en het inkapselen van larven is een normaal onderdeel van de levenscyclus van kleine bloedworm en gebeurt niet alleen in de winter. De winter heeft dus geen exclusieve relatie met ingekapselde larven.
Of er aanleiding is om tegen ingekapselde bloedwormlarven te behandelen hangt af van het totale wormmanagement, de leeftijd en historie van het paard, omstandigheden op het bedrijf en het ingeschatte risico.
De nachtvorstregel komt dus niet voort uit de bloedworm, maar vooral uit de paardenhorzel.
Waarom wordt er dan vaak één brede najaarskuur gegeven?
In de praktijk worden verschillende overwegingen vaak samengevoegd.
Aan het einde van het weideseizoen kan bijvoorbeeld tegelijkertijd sprake zijn van:
- blootstelling aan paardenhorzels;
- een reden om lintworm mee te nemen;
- een reden om tegen bepaalde stadia van kleine bloedworm te behandelen.
Dan kan een breder middel logisch zijn.
Maar dat betekent niet dat ieder paard ieder najaar hetzelfde brede middel nodig heeft.
Lees ook dit artikel: Najaarskuur: waarom toch ontwormen als mestonderzoek geen aanleiding geeft?
Wat is dus het juiste moment?
Wanneer paardenhorzel de reden is om de behandeling in het najaar te plannen, kun je de bekende regel ‘na de eerste nachtvorst’ beter zo interpreteren:
wacht totdat het horzelseizoen lokaal daadwerkelijk voorbij is.
Kijk daarbij naar het weer én naar wat je rond de paarden ziet.
Geen horzels meer, geen nieuwe eitjes en inmiddels duidelijk koud najaarsweer? Dan is dat een logisch moment om een eventuele behandeling tegen horzellarven uit te voeren.
Kort samengevat
De bekende regel om de najaarskuur na de eerste nachtvorst te geven komt vooral door de paardenhorzel.
De eerste nachtvorst is daarbij geen exacte temperatuurgrens. Het is een praktische aanwijzing dat het vliegseizoen ten einde loopt en het paard na behandeling niet opnieuw door volwassen paardenhorzels wordt besmet.
De belangrijkste vragen zijn daarom:
- Zijn de paardenhorzels lokaal verdwenen?
- Worden er geen nieuwe eitjes meer afgezet?
- Waarvoor wil je het paard daadwerkelijk behandelen?
- Welk middel past bij die parasiet of combinatie van parasieten?
Een najaarskuur is dus geen automatisch recept voor één bepaald wormmiddel.
Lees ook dit artikel: Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?
Lees ook dit artikel: Equest en Equest Pramox: hoe zit het met resistentie?
