Waarom doe je mestonderzoek?

Mestonderzoek geeft je informatie over de uitscheiding van bepaalde wormeitjes en larven door je paard. Daarmee is het een belangrijk hulpmiddel om wormmanagement niet alleen op een vast schema of op aannames te baseren, maar op informatie over wat er daadwerkelijk wordt aangetroffen.

Het doel is daarbij niet om ieder paard voortdurend volledig vrij van wormen te houden. Het gaat erom parasitaire infecties verantwoord te beheersen, ziekte te helpen voorkomen en ontwormmiddelen zo gericht mogelijk te gebruiken.

Niet ieder paard scheidt evenveel wormeitjes uit

Paarden verschillen sterk in de hoeveelheid wormeitjes die ze uitscheiden. Binnen een groep is vaak een relatief klein deel van de volwassen paarden verantwoordelijk voor een groot deel van de besmetting van de weide.

Door regelmatig mestonderzoek uit te voeren, kun je leren hoe een individueel paard zich over langere tijd gedraagt. Sommige volwassen paarden blijken doorgaans weinig eitjes uit te scheiden, terwijl andere paarden herhaaldelijk hogere waarden laten zien.

Dat is relevante informatie voor het wormmanagement van zowel het individuele paard als de groep waarin het leeft.

Gerichter omgaan met ontwormen

Vroeger was het gebruikelijk om paarden volgens een vast schema meerdere keren per jaar te ontwormen. Dat wordt tegenwoordig niet meer gezien als een goede standaardaanpak voor volwassen paarden.

Onnodig gebruik van ontwormmiddelen verhoogt de selectiedruk op wormpopulaties en draagt daarmee bij aan de ontwikkeling van resistentie. Resistentie betekent dat wormen minder gevoelig of ongevoelig worden voor een middel dat eerder wel werkzaam was.

Mestonderzoek helpt om bij bepaalde wormsoorten onderscheid te maken tussen paarden die weinig en paarden die veel eitjes uitscheiden. Die informatie kan worden meegenomen bij de beslissing of behandeling nodig is.

Mestonderzoek vervangt daarbij niet alle andere vormen van parasietencontrole. Niet iedere relevante parasiet of ontwikkelingsfase is betrouwbaar met een standaard wormeitelling aantoonbaar.

Minder behandelen is niet hetzelfde als nooit behandelen

Gericht wormmanagement betekent niet: zo min mogelijk ontwormen tegen elke prijs.

Het betekent dat je probeert niet onnodig te behandelen, maar wel te behandelen wanneer daar een goede reden voor is.

Daarbij spelen meer factoren mee dan alleen de uitslag van één mestonderzoek, bijvoorbeeld:

  • de leeftijd van het paard;
  • eerdere uitslagen;
  • de parasiet waarop wordt onderzocht;
  • het seizoen;
  • de leef- en weideomstandigheden;
  • eerdere behandelingen;
  • het besmettingsrisico binnen de groep;
  • eventuele ziekteverschijnselen.

Bij jonge paarden gelden bovendien andere aandachtspunten dan bij volwassen paarden.

Inzicht krijgen in de ei-uitscheiding van je paard

Een enkele mestuitslag is een momentopname. Herhaald onderzoek levert veel meer informatie op.

Door uitslagen over langere tijd te bewaren en te vergelijken, kun je bijvoorbeeld zien:

  • of een paard doorgaans weinig of juist veel strongyliden-eitjes uitscheidt;
  • of de ei-uitscheiding in de loop van het seizoen verandert;
  • of een eerder lage uitscheiding duidelijk toeneemt;
  • hoe individuele paarden binnen dezelfde groep van elkaar verschillen.

Daarmee bouw je een historie op die helpt om toekomstige uitslagen beter in context te plaatsen.

Een EPG-waarde is daarbij nadrukkelijk geen directe maat voor het aantal wormen in het paard of voor de ernst van eventuele ziekte. De waarde geeft aan hoeveel eitjes met de gebruikte methode in het onderzochte mestmonster zijn aangetoond.

Lees ook het artikel: Wat betekent een EPG-waarde? →

De besmetting van de weide beperken

Wormeitjes die met de mest worden uitgescheiden kunnen op de weide terechtkomen. Bij strongyliden ontwikkelen zich daar onder geschikte omstandigheden infectieuze larven die later tijdens het grazen weer door paarden kunnen worden opgenomen.

Paarden die veel eitjes uitscheiden leveren daardoor een grotere bijdrage aan de besmetting van de leefomgeving dan paarden die weinig eitjes uitscheiden.

Mestonderzoek geeft daarom niet alleen informatie over het individuele paard, maar kan ook helpen bij het beoordelen en sturen van het wormmanagement van een hele groep.

Daarbij blijft goed weidemanagement belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan mest verwijderen, een passende bezettingsgraad en andere maatregelen die de blootstelling aan infectieuze larven kunnen verminderen.

Controleren of een ontwormmiddel nog werkt

Mestonderzoek kan ook worden gebruikt om de werkzaamheid van een ontwormmiddel te beoordelen.

Daarvoor wordt een fecal egg count reduction test (FECRT) uitgevoerd: een wormeitelling vóór de behandeling wordt volgens een vast protocol vergeleken met een telling na de behandeling.

Zo kan worden onderzocht hoeveel de ei-uitscheiding na behandeling is afgenomen. Dit is belangrijk omdat resistentie tegen verschillende ontwormmiddelen voorkomt en de werkzaamheid per paardenpopulatie kan verschillen.

Een betrouwbare resistentietest vraagt wel om een geschikte onderzoeksmethode, correcte timing en een zorgvuldige interpretatie.

Mestonderzoek geeft informatie, geen volledige zekerheid

Een belangrijk onderdeel van verantwoord gebruik van mestonderzoek is weten wat het onderzoek niet vertelt.

Een standaard wormeitelling kan bijvoorbeeld geen ingekapselde larven van kleine bloedworm aantonen. Lintwormeitjes worden onregelmatig uitgescheiden en aarsworm wordt beter met een andere onderzoeksmethode onderzocht.

Ook betekent een negatieve wormeitelling niet automatisch dat een paard geen parasieten heeft.

Mestonderzoek is daarom geen losstaande garantie dat alles in orde is, maar één van de hulpmiddelen binnen goed wormmanagement.

Zelf grip krijgen op wormmanagement

Wanneer je zelf mestonderzoek uitvoert, kun je op momenten die voor jouw paarden relevant zijn onderzoek doen en de uitslagen door de tijd heen volgen.

Dat geeft inzicht, maar vraagt ook om een betrouwbare werkwijze. Een kleine fout bij monstername, afwegen, mengen, vullen, microscopisch beoordelen of tellen kan invloed hebben op de uitslag.

Daarom combineren we bij De Mestonderzoekshop materialen, kennis, instructie en cursussen. Zo kun je niet alleen zelf een telling uitvoeren, maar ook beter begrijpen wat je hebt onderzocht en wat de uitslag wel en niet betekent.