Wie zelf mestonderzoek gaat doen, heeft vaak een heel praktische vraag: als uit mijn onderzoek blijkt dat behandeling nodig is, kan ik dan met mijn eigen uitslag bij de dierenarts terecht voor een wormmiddel?
Het antwoord is: ja, dat kan én mag.
Wormonderzoek hoeft niet door een dierenarts te worden uitgevoerd. Ook een paardenhouder of andere derde mag het mestonderzoek uitvoeren. De dierenarts mag de uitslag daarvan gebruiken bij het opstellen van zijn wormbestrijdingsadvies.
Deze werkwijze sluit aan op de veterinaire tuchtrechtspraak over het voorschrijven van ontwormmiddelen voor paarden. Het Veterinair Beroepscollege heeft in 2011 vastgelegd welke informatie een dierenarts nodig heeft om verantwoord over de inzet van een wormmiddel te beslissen. Daarbij worden onder andere de omstandigheden waaronder de paarden worden gehouden, hun leeftijd en de wormbelasting genoemd. Het College vermeldt expliciet dat die wormbelasting aan de hand van fecesonderzoek kan worden nagegaan.
De KNMvD heeft vervolgens in 2016 expliciet verduidelijkt dat wormonderzoek door anderen dan dierenartsen mag worden uitgevoerd en dat de dierenarts de uitslag van dat onderzoek mag meewegen in zijn wormbestrijdingsadvies. De verantwoordelijkheid voor het advies en het voorschrijven van het wormmiddel blijft bij de dierenarts.
Bespreek iedere uitslag met je dierenarts
Ons advies is om iedere uitslag van het mestonderzoek met je dierenarts te bespreken, ook wanneer de uitslag op zichzelf geen aanleiding geeft om te behandelen.
Mestonderzoek vormt de basis van gericht wormmanagement, maar kan niet iedere parasiet of ieder ontwikkelingsstadium aantonen. Daarnaast kunnen er andere factoren zijn die in de situatie van jouw paard aanleiding geven tot aanvullend onderzoek of behandeling.
Welke factoren daarbij relevant zijn, is aan de dierenarts om te beoordelen. Denk bijvoorbeeld aan leeftijd, eerdere uitslagen en behandelingen, de omstandigheden waaronder het paard wordt gehouden, eventuele gezondheidsklachten en andere informatie uit de voorgeschiedenis.
De route is dus niet automatisch:
mestonderzoek → uitslag → wormmiddel
maar:
mestonderzoek → uitslag bespreken met dierenarts → dierenarts beoordeelt het totaalbeeld → zo nodig wormbestrijdingsadvies en wormmiddel
De dierenarts moet zelf een zorgvuldige beoordeling maken
Dat de dierenarts jouw eigen onderzoeksuitslag mag gebruiken, betekent niet dat hij iedere uitslag automatisch in een recept moet omzetten.
De dierenarts blijft verantwoordelijk voor het voorschrijven van het wormmiddel.
De huidige Europese regelgeving bepaalt daarom dat een diergeneeskundig voorschrift alleen mag worden afgegeven na een klinisch onderzoek of “een andere behoorlijke beoordeling van de gezondheidstoestand” van het dier of de groep door een dierenarts. Dat staat in artikel 105 lid 3 van Verordening (EU) 2019/6.
Ook de Nederlandse regels stellen eisen aan de informatie waarover de dierenarts beschikt. Een dierenarts die de medische zorg op zich neemt moet ten minste de omstandigheden kennen waaronder het dier of de groep dieren wordt gehouden en beschikken over de medicatiehistorie.
Dit sluit aan bij de eerdere tuchtrechtspraak over ontwormmiddelen. Daarin werd al benadrukt dat een dierenarts bij het voorschrijven selectief en restrictief moet handelen, relevante omstandigheden moet kennen, een passend behandelplan moet kunnen opstellen en zijn bevindingen controleerbaar moet vastleggen.
De dierenarts moet dus kunnen onderbouwen waarom hij in jouw situatie een wormmiddel heeft voorgeschreven.
Heb je een certificaat nodig als je zelf mestonderzoek doet?
Nee. Er bestaat geen wettelijk verplichte certificering voor een paardenhouder die zelf mestonderzoek uitvoert voordat een dierenarts de uitslag daarvan mag gebruiken.
De toepasselijke regelgeving stelt geen cursuscertificaat als voorwaarde voor degene die het mestonderzoek uitvoert.
Uit de praktijk weten we wel dat sommige dierenartsen vragen of iemand een cursus mestonderzoek heeft gevolgd of een certificaat kan laten zien. Dat kan dus voorkomen, maar het is iets anders dan een wettelijke verplichting.
De dierenarts mag uiteraard wel beoordelen of hij een aangeleverde uitslag voldoende betrouwbaar vindt om bij zijn eigen beoordeling te gebruiken.
Zorg daarom dat je onderzoek controleerbaar is
Dat heeft ook een praktische consequentie wanneer je zelf mestonderzoek doet.
De dierenarts blijft verantwoordelijk voor het voorschrift. Het is daarom begrijpelijk dat hij wil weten waarop een aangeleverde uitslag is gebaseerd.
Zorg dat je duidelijk kunt aangeven:
- van welk paard en van welke datum het monster is;
- welke onderzoeksmethode je hebt gebruikt;
- welke McMaster-telkamer je gebruikt;
- welke hoeveelheid mest en flotatievloeistof bij jouw methode horen;
- welke detectiegrens bij de gebruikte methode hoort;
- welke wormeitjes je hebt aangetroffen;
- welke telling je hebt gedaan en hoe daaruit het EPG is berekend;
- en, waar relevant, welke eerdere uitslagen het paard had.
Werk dus volgens een vaste methode en leg je uitslagen goed vast. Daarmee kan de dierenarts veel beter beoordelen welke informatie je aanlevert dan wanneer je alleen doorgeeft dat je bijvoorbeeld “een bepaald EPG” hebt gevonden.
Ook de huidige KNMvD Leidraad Paard en Parasieten bevat een volledig uitgewerkt McMaster-protocol. Daarin worden onder andere monstergrootte, flotatievloeistof, telkamer, werkwijze en berekening vastgelegd. Het belang van een vaste en reproduceerbare methode is dus ook binnen de veterinaire richtlijn duidelijk terug te zien.
Heb je een cursuscertificaat en vraagt je dierenarts daarnaar, dan kun je dat natuurlijk laten zien. Maar voor het mogen gebruiken van jouw onderzoeksuitslag bestaat geen wettelijke certificeringsplicht.
Zelf mestonderzoek en de dierenarts vullen elkaar aan
Zelf mestonderzoek doen betekent niet dat je zelf wormmiddelen gaat voorschrijven. Je verzamelt informatie over de ei-uitscheiding van je paard en gebruikt die informatie binnen het wormmanagement.
Wanneer de uitslag aanleiding geeft om behandeling te overwegen, mag je dierenarts jouw onderzoeksuitslag gebruiken. Hij hoeft het mestonderzoek niet opnieuw uit te voeren alleen omdat jij het zelf hebt gedaan.
De dierenarts beoordeelt vervolgens de uitslag samen met andere relevante informatie, stelt het wormbestrijdingsadvies op en schrijft zo nodig het passende wormmiddel voor.
En ook wanneer de uitslag van het mestonderzoek op zichzelf géén aanleiding geeft om te behandelen, adviseren wij om de uitslag te bespreken. Er kunnen andere relevante factoren zijn die aanleiding geven tot aanvullend onderzoek of een andere aanpak.
Zelf mestonderzoek en veterinaire begeleiding zijn daarmee geen alternatieven voor elkaar. Goed uitgevoerd mestonderzoek levert juist de informatie waarmee je samen met je dierenarts gericht kunt handelen.
Juridische achtergrond
Voor wie de juridische basis zelf wil nalezen:
- Veterinair Beroepscollege, 13 september 2011, ECLI:NL:TDIVBC:2011:12 en 2011:13 — over de verantwoordelijkheid van de dierenarts bij het voorschrijven van ontwormmiddelen en het gebruik van fecesonderzoek om wormbelasting vast te stellen.
- KNMvD, 2016 — verduidelijking dat wormonderzoek door anderen dan dierenartsen mag worden uitgevoerd en dat de dierenarts deze uitslag mag meewegen in zijn advies. De oorspronkelijke webpagina is inmiddels niet meer beschikbaar.
- Verordening (EU) 2019/6, artikel 105 lid 3 — voorschrift na klinisch onderzoek of andere behoorlijke beoordeling door een dierenarts.
- Regeling diergeneeskundigen, artikel 5.5 — de voorschrijvende dierenarts moet onder andere de omstandigheden waaronder het dier wordt gehouden kennen en over de medicatiehistorie beschikken.
