Bij wormmanagement denken we vaak als eerste aan de weide. Toch kan ook de stal een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van parasieten.
Dat geldt zeker bij veulens en jonge paarden. Veulenworm, spoelworm en onder de juiste omstandigheden ook bloedworm kunnen zich in of via de stalomgeving verspreiden.
De belangrijkste maatregelen zijn:
- dagelijks mest en natte plekken verwijderen;
- voorkomen dat vochtig en vervuild strooisel lang blijft liggen;
- een gewone strostal regelmatig volledig leeghalen;
- extra aandacht besteden aan kraamstallen en stallen met jonge paarden;
- grondig schoonmaken voordat je aan ontsmetten denkt.
Mest en natte plekken dagelijks verwijderen
De belangrijkste maatregel is eenvoudig: zorg dat mest en nat strooisel niet onnodig lang in de stal blijven liggen.
Volwassen wormen leggen hun eitjes in het maagdarmkanaal. Deze eitjes komen met de mest naar buiten en zo in het strooisel terecht. Onder geschikte omstandigheden kunnen sommige parasieten zich daar verder ontwikkelen.
Verwijder daarom dagelijks de mestballen en natte of sterk vervuilde plekken. Daarmee verwijder je een groot deel van het besmettingsmateriaal voordat parasieten de kans krijgen zich verder te ontwikkelen.
Aarsworm vormt hierop een uitzondering: de vrouwelijke worm legt haar eitjes voornamelijk rond de anus en niet in de darm.
Niet alleen een potstal verdient aandacht
Een potstal heeft al snel de naam ongunstig te zijn vanuit wormmanagement. Maar het type stalsysteem vertelt niet het hele verhaal.
Veel belangrijker zijn mest, vocht en de tijd dat vervuild strooisel blijft liggen.
Onderzoek naar kleine bloedworm liet zien dat op vochtig stro al binnen korte tijd infectieuze larven konden ontstaan. Op droog stro werden geen infectieuze larven gevonden. Opvallend genoeg verliep de ontwikkeling in diep strooisel van een potstal langzamer dan op gewoon vochtig stro.[1]
Een gewone strostal waarin alleen schoon stro wordt bijgestrooid, maar mest en natte plekken blijven liggen, kan daardoor juist snel een gunstige omgeving voor wormlarven worden.
Praktisch:
- verwijder dagelijks mest en natte plekken;
- haal een gewone strostal minimaal eenmaal per week volledig leeg;
- maak de bodem schoon en laat deze waar mogelijk goed drogen voordat je opnieuw opstrooit;
- houd ook een potstal zo droog mogelijk en verwijder zichtbaar vervuilde plekken.
De belangrijkste boodschap is dus niet ‘pas op met een potstal’, maar:
voorkom dat mest en vocht langdurig in het strooisel blijven zitten.
Bij veulens is stalhygiëne extra belangrijk
Bij jonge veulens speelt veulenworm (Strongyloides westeri) een bijzondere rol.
De eerste besmetting vindt meestal plaats via de moedermelk. Daarna kan de situatie in de stal snel veranderen. Een besmet veulen gaat eitjes uitscheiden en veulenworm kan zich vervolgens buiten het paard in het strooisel verder ontwikkelen en vermenigvuldigen.
Daardoor kan de hoeveelheid infectieuze larven in een warme, vochtige en vervuilde stal snel toenemen.
Die larven kunnen een veulen vervolgens opnieuw besmetten, onder andere door via de huid binnen te dringen. Juist jonge veulens liggen veel op de bodem en komen daardoor intensief met het strooisel in contact.
Een schone en vooral droge kraamstal is daarom een belangrijk onderdeel van de preventie:
- verwijder mest dagelijks;
- haal nat stro direct weg;
- zorg voor voldoende schoon en droog strooisel;
- laat besmet stro niet langdurig liggen.
Spoelworm bij jonge paarden
Bij veulens en jonge paarden speelt daarnaast spoelworm (Parascaris) een belangrijke rol.
Spoelwormeitjes zijn bijzonder sterk en kunnen zeer lang in de omgeving overleven. Wanneer een stal, paddock of andere omgeving eenmaal zwaar besmet raakt, is die besmetting moeilijk weer kwijt te raken.
Daarom is het juist op bedrijven waar regelmatig veulens en jonge paarden worden gehouden belangrijk om te voorkomen dat spoelwormeitjes zich jarenlang in de omgeving ophopen.
Ook hier geldt: voorkomen dat besmet materiaal zich opbouwt is veel gemakkelijker dan een eenmaal zwaar besmette omgeving weer schoon krijgen.
Ook bloedworm kan zich in stro ontwikkelen
Bloedworm associëren we vooral met de weide, maar de ontwikkeling hoeft niet uitsluitend daar plaats te vinden.
Bloedwormeitjes komen met de mest in het strooisel terecht. Onder geschikte omstandigheden kunnen ze daar uitkomen en zich verder ontwikkelen tot infectieuze larven.
Vooral vochtig stro waarin mest blijft liggen biedt daarvoor gunstige omstandigheden.
Dat is nog een reden om een gewone strostal niet alleen regelmatig bij te strooien, maar mest en natte plekken dagelijks te verwijderen en de stal regelmatig helemaal leeg te halen.
Moet je de stal ontsmetten?
Ontsmetten heeft pas zin nadat de stal goed is schoongemaakt.
Verwijder eerst alle mest, strooisel en ander organisch materiaal. Maak bodem, hoeken en randen goed schoon en laat de stal waar mogelijk drogen.
Een ontsmettingsmiddel is geen vervanging voor deze basismaatregelen.
Dat geldt extra bij spoelworm: de eitjes zijn zeer resistent en veel gewone ontsmettingsmiddelen zijn daar onvoldoende tegen werkzaam. Bij een specifieke besmetting moet dus gericht worden gekeken welke reinigings- of ontsmettingsmethode daarvoor geschikt is.
Wat is het belangrijkst?
Goede stalhygiëne hoeft niet ingewikkeld te zijn:
- Verwijder dagelijks mest en nat strooisel.
- Houd de stal zo droog mogelijk.
- Haal een gewone strostal regelmatig, bij voorkeur minimaal wekelijks, volledig leeg.
- Besteed extra aandacht aan kraamstallen en stallen met veulens en jonge paarden.
- Maak eerst grondig schoon voordat je aan ontsmetten denkt.
Vooral bij veulens kan een vervuilde, vochtige stal de infectiedruk snel laten oplopen. Goede stalhygiëne is daarom niet alleen prettig voor het stalklimaat, maar ook een praktisch onderdeel van verantwoord wormmanagement.
Wetenschappelijke onderbouwing
[1] McGirr EC, Burden FA, Gordon L, Denwood MJ, Love S. Equine Cyathostominae can develop to infective third-stage larvae on straw bedding. Parasites & Vectors. 2016;9:478. DOI: 10.1186/s13071-016-1757-1.
Lees ook dit artikel: Weidemanagement en worminfecties: wat kun je preventief doen?
Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?
