Bij paarden komen drie soorten lintworm voor. Daarvan is Anoplocephala perfoliata veruit de belangrijkste en in de praktijk de enige die echt relevant is binnen het wormmanagement van paarden.
De andere twee soorten, Anoplocephala magna en Anoplocephaloides mamillana, worden veel minder vaak gezien.
Lintworminfecties komen minder vaak voor dan bijvoorbeeld bloedworminfecties en veroorzaken meestal geen problemen. Veel paarden hebben helemaal geen lintworm of slechts een beperkte infectie.
Pas wanneer grotere aantallen lintwormen aanwezig zijn, neemt de kans op irritatie en beschadiging van de darm en op bepaalde vormen van koliek toe.
Lintworm vraagt wel om een iets andere benadering dan veel andere wormsoorten. Dat komt vooral door de bijzondere levenscyclus en doordat lintwormeitjes onregelmatig met de mest worden uitgescheiden.
Hoe raakt een paard besmet?
Lintworm heeft voor zijn levenscyclus een tussengastheer nodig: kleine mijten die in en op de bodem en tussen het gras leven. In de volksmond worden die meestal mosmijt of grasmijt genoemd.
Lintwormeitjes komen met de mest op de weide terecht en worden door deze mijten opgenomen. In de mijt ontwikkelt zich vervolgens het stadium dat voor het paard infectieus is.
Het paard raakt besmet wanneer het tijdens het grazen zo’n besmette mosmijt of grasmijt opeet.
Daarna ontwikkelt de lintworm zich in het paard tot een volwassen worm. Anoplocephala perfoliata bevindt zich vooral rond de overgang van de dunne darm naar de blinde darm.
Mosmijten en grasmijten komen algemeen voor
Er wordt nog regelmatig gedacht dat lintworm vooral voorkomt op oude, vervilte of met mos begroeide weiden.
Dat is te eenvoudig.
De mijten die als tussengastheer dienen komen algemeen voor in grasland en bodem. Een paard hoeft dus niet op een slecht onderhouden of sterk bemoste weide te staan om een lintworminfectie op te lopen.
Paarden van verschillende leeftijden kunnen lintworm krijgen
Anders dan bij bijvoorbeeld spoelworm verdwijnt het risico op lintworm niet grotendeels wanneer een paard volwassen wordt.
Paarden van verschillende leeftijden kunnen besmet raken zolang ze tijdens het grazen besmette mosmijten of grasmijten opnemen.
Dat betekent overigens niet dat ieder paard lintworm heeft of dat iedere infectie behandeld moet worden. De meeste infecties zijn beperkt en veroorzaken geen duidelijke problemen.
Welke problemen kan lintworm veroorzaken?
Een paard met enkele lintwormen zal daar meestal niets van merken.
Wanneer grotere aantallen aanwezig zijn, kunnen de wormen irritatie en beschadiging veroorzaken op de plaats waar ze zich aan de darmwand hechten.
Een zwaardere lintworminfectie wordt onder andere in verband gebracht met:
- terugkerende koliek;
- verstoring van de darmbeweging;
- problemen rond de overgang van de dunne darm naar de blinde darm;
- verstopping;
- in ernstige gevallen een darminstulping.
Het gaat dus vooral om zwaardere infecties. De aanwezigheid van één of enkele lintwormen is iets anders dan een grote wormlast.
Waarom kun je lintworm gemakkelijk missen met mestonderzoek?
Lintwormeitjes worden niet voortdurend en gelijkmatig met de mest uitgescheiden.
Daardoor kan in het ene mestmonster wel een eitje worden gevonden en in een ander monster van hetzelfde paard niets.
Dat betekent:
vind je lintwormeitjes, dan weet je dat het paard lintworm heeft.
Maar:
vind je geen lintwormeitjes, dan kun je lintworm daarmee niet volledig uitsluiten.
Dat is een beperking van standaard mestonderzoek bij lintworm, maar op zichzelf geen reden tot ongerustheid.
Lees ook dit artikel: Wat betekent het als je geen wormeitjes vindt?
Moet je lintworm altijd apart onderzoeken?
Nee.
Dat lintworm niet betrouwbaar met standaard mestonderzoek kan worden uitgesloten, betekent niet dat ieder paard aanvullend op lintworm onderzocht moet worden.
Veel paarden worden bijvoorbeeld in het najaar al behandeld met een wormmiddel dat ook tegen lintworm werkt. In dat geval wordt lintworm binnen het normale wormmanagement al meegenomen.
Heeft een paard geen klachten en wordt het verder regelmatig gevolgd binnen een goed wormmanagement, dan is er meestal geen reden om alleen vanwege de beperkte gevoeligheid van mestonderzoek extra zekerheid over lintworm te willen krijgen.
Aanvullend onderzoek wordt vooral interessant wanneer daar een concrete aanleiding voor is. Bijvoorbeeld:
- terugkerende of onverklaarde darmproblemen;
- een specifieke verdenking op lintworm;
- wanneer je bewust niet standaard tegen lintworm behandelt en eerst meer informatie wilt.
Welke test kan dan aanvullende informatie geven?
Een mogelijkheid is de EquiSal Lintwormtest.
Dit is een speekseltest die antistoffen tegen lintworm meet. Je bent daarmee niet afhankelijk van het toevallig aantreffen van lintwormeitjes in een mestmonster.
Maar ook deze test geeft geen absolute zekerheid over de aanwezigheid van levende lintwormen op dat moment.
Omdat het een antistoffentest is, kan de uitslag ook nog verhoogd zijn nadat een infectie al behandeld is. De test geeft dus aanvullende informatie over een recente of mogelijk nog aanwezige infectie, maar is geen directe telling van de lintwormen in het paard.
Dat maakt de test vooral zinvol wanneer er een reden is om lintworm verder te onderzoeken, niet als standaard extra onderzoek bij ieder paard.
Lintwormeitjes gevonden: wat betekent dat?
Wanneer bij mestonderzoek lintwormeitjes worden gevonden, is de infectie aangetoond.
Bij lintworm gebruiken we de hoogte van de EPG niet zoals bij bloedworm. Het aantal gevonden eitjes zegt onvoldoende over het werkelijke aantal lintwormen in het paard.
Een enkele aangetroffen lintwormei betekent dus niet automatisch dat er een zware infectie aanwezig is.
Bespreek een positieve uitslag met de dierenarts en bepaal vervolgens of en hoe behandeling passend is.
Lees ook dit artikel: Lintwormeitjes aangetroffen: wat nu?
Welke wormmiddelen werken tegen lintworm?
Tegen lintworm wordt vooral praziquantel gebruikt.
Praziquantel zit onder andere in combinatieproducten waarin het wordt gecombineerd met ivermectine of moxidectine.
Ook pyrantel kan tegen lintworm werkzaam zijn, maar daarvoor is een hogere dosering nodig dan wanneer pyrantel tegen bepaalde rondwormen wordt gebruikt.
Dat een combinatieproduct ook tegen lintworm werkt, betekent niet automatisch dat zo’n breed middel voor ieder paard de beste keuze is.
Lees ook dit artikel: Welke wormmiddelen werken tegen welke wormen?
Moet ieder paard jaarlijks tegen lintworm worden behandeld?
In de praktijk wordt lintworm bij veel paarden al meegenomen in een gebruikelijke najaarsbehandeling met een middel dat praziquantel bevat.
Wanneer dat onderdeel is van het wormmanagement, hoeft het feit dat lintworm met standaard mestonderzoek gemakkelijk kan worden gemist op zichzelf geen reden te zijn om aanvullend te testen.
Praziquantel wordt bovendien doorgaans veel minder vaak ingezet dan middelen die gedurende het jaar meerdere keren tegen bijvoorbeeld bloedworm kunnen worden gebruikt. De selectiedruk is daardoor beperkter.
Dat betekent niet dat resistentie onmogelijk is. Ook bij lintworm zijn inmiddels aanwijzingen voor verminderde werkzaamheid beschreven. Het blijft daarom verstandig om wormmiddelen alleen te gebruiken wanneer daar een goede reden voor is.
Geef je juist geen standaard najaarsbehandeling tegen lintworm, dan kun je bij een concrete aanleiding aanvullende diagnostiek gebruiken voordat je besluit te behandelen.
Weidemanagement en lintworm
Omdat lintworm voor zijn levenscyclus afhankelijk is van mosmijten of grasmijten, kun je deze parasiet niet op dezelfde manier beheersen als bloedworm.
Regelmatig mest verwijderen helpt om de hoeveelheid lintwormeitjes die op de weide terechtkomt te beperken, maar de mijten zelf horen bij het normale bodemleven.
Je kunt een weiland daarom niet eenvoudig lintwormvrij maken door te maaien, slepen, opnieuw in te zaaien of op een andere manier het grasland te bewerken.
Lintwormmanagement draait daardoor vooral om:
- weten dat standaard mestonderzoek lintworm kan missen;
- daar niet automatisch ongerust van worden;
- lintworm meenemen in het wormmanagement wanneer daar aanleiding voor is;
- aanvullend onderzoek gebruiken wanneer er een concrete reden is om meer informatie te willen;
- gericht behandelen met een middel dat tegen lintworm werkzaam is.
Lintworm is daarmee een parasiet om rekening mee te houden, maar niet eentje die zonder verdere aanleiding een centrale plaats in het wormmanagement van ieder paard hoeft in te nemen.
Lees ook dit artikel: Welke parasieten kun je met mestonderzoek aantonen?
Lees ook dit artikel: Najaarskuur: waarom toch ontwormen als mestonderzoek geen aanleiding geeft?
