Ontwormmiddelen zijn bedoeld om wormen in het paard te bestrijden. Maar hun werking stopt niet altijd zodra het middel het paard weer verlaat. Na een behandeling kunnen resten van het ontwormmiddel via de mest op de weide terechtkomen.
Dat is een extra reden om niet vaker te ontwormen dan nodig is. Niet alleen vanwege het risico op resistentie, maar ook omdat ontwormmiddelen invloed kunnen hebben op het leven in en rond de mest, de bodem en uiteindelijk de grasmat.
Mest zit vol leven
Een mesthoop op de weide is veel meer dan alleen afval. Mestkevers, vliegenlarven, wormen en allerlei kleinere organismen leven in en rond de mest en helpen deze af te breken.
Dat is belangrijk. Door mest af te breken en te verplaatsen:
- verdwijnt de mest sneller uit de weide;
- komen voedingsstoffen weer beschikbaar voor bodem en planten;
- blijft minder lang een plek liggen waar paarden niet graag grazen;
- en wordt de mest steeds verder opgenomen in het natuurlijke kringloopproces van de weide.
Ook voor de ontwikkeling en verspreiding van wormeitjes en larven is wat er in de mest gebeurt van belang. Mestorganismen kunnen de mest uit elkaar halen, verplaatsen en deels in de bodem brengen. Daarmee veranderen ook de omstandigheden waarin wormeitjes en larven zich verder kunnen ontwikkelen. Hoe groot dat effect precies is, verschilt per situatie, maar een actief mestleven is dus onderdeel van het natuurlijke systeem op de weide.
Ontwormmiddelen kunnen dat systeem verstoren
Na een behandeling komen resten van sommige ontwormmiddelen via de mest naar buiten. Die resten kunnen ook invloed hebben op organismen waarvoor het middel helemaal niet bedoeld is.
Vooral bij sommige veelgebruikte werkzame stoffen is aangetoond dat mestkevers en andere mestbewonende organismen hierdoor kunnen worden geremd of gedood. Niet ieder ontwormmiddel heeft daarbij hetzelfde effect en ook de duur en sterkte van het effect verschillen.
Als minder mestorganismen actief zijn, kan mest langzamer worden afgebroken. Mest blijft dan langer op het land liggen en voedingsstoffen komen minder snel weer beschikbaar voor bodem en planten.
Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar op een paardenweide kan het zich opstapelen. Iedere mestplek die langer blijft liggen, is immers ook een plek waar paarden minder graag grazen en waar de natuurlijke verwerking van mest trager verloopt.
Ook de grasmat zelf kan worden beïnvloed
De invloed van ontwormmiddelen beperkt zich niet per definitie tot het mestleven.
In onderzoek bij schapen die met moxidectine waren behandeld, werd gekeken naar zaden die via de mest weer op het land terechtkwamen. Uit mest van behandelde dieren kwamen duidelijk minder zaailingen op dan uit mest van onbehandelde dieren.
Dat betekent niet dat iedere ontwormbehandeling bij een paard direct schade aan de grasmat veroorzaakt. Het onderzoek werd bij schapen uitgevoerd en betrof één werkzame stof. Wel laat het zien dat een ontwormmiddel na behandeling nog effecten kan hebben buiten het dier zelf.
De gevolgen van ontwormen kunnen dus verder reiken dan alleen de wormen die we willen bestrijden.
Ontwormen wanneer het nodig is
Dit betekent natuurlijk niet dat een paard dat behandeling nodig heeft niet ontwormd moet worden. Wel is het opnieuw een argument tegen routinematig behandelen zonder te weten of daar aanleiding voor is.
Mestonderzoek vormt de basis van gericht wormmanagement. Door regelmatig mestonderzoek te doen, kan worden bepaald of de uitslag aanleiding geeft tot behandeling. Zo voorkom je dat paarden onnodig een ontwormmiddel krijgen.
Er kunnen situaties zijn waarin andere relevante factoren reden geven voor aanvullend onderzoek of voor behandeling, ook wanneer gewoon mestonderzoek daar niet rechtstreeks aanleiding toe geeft. Maar ook dan hoort daar een inhoudelijke reden voor te zijn.
Gericht ontwormen betekent dus niet: zo weinig mogelijk ontwormen.
Het betekent: onderzoeken, beoordelen en alleen behandelen wanneer daar een goede aanleiding voor is.
Daarmee beperk je niet alleen de selectiedruk richting resistentie, maar ook de hoeveelheid ontwormmiddel die onnodig via de mest in de weide terechtkomt.
En daar profiteert uiteindelijk de hele weide van.
Wetenschappelijke achtergrond
Voor wie verder wil lezen, hieronder enkele onderzoeken waarop de informatie in dit artikel mede is gebaseerd.
Haseler et al. (2024) – Environmental impacts of equine parasiticide treatment: The UK perspective
Equine Veterinary Education, 36, 381–392.
Een recente overzichtsstudie specifiek gericht op de gevolgen van parasietenmiddelen bij paarden voor onder andere mestkevers, andere mestorganismen en het milieu.
DOI: 10.1111/eve.13944
Herd, Stinner & Purrington (1993) – Dung dispersal and grazing area following treatment of horses with a single dose of ivermectin
Veterinary Parasitology, 48, 229–240.
Onderzoek bij paarden waarin na behandeling met ivermectine een tragere afbraak en verspreiding van mest werd gevonden.
DOI: 10.1016/0304-4017(93)90158-J
Eichberg et al. (2016) – The Anthelmintic Ingredient Moxidectin Negatively Affects Seed Germination of Three Temperate Grassland Species
PLOS ONE, 11, e0166366.
Onderzoek naar de invloed van moxidectine op de kieming van verschillende plantensoorten van graslanden.
DOI: 10.1371/journal.pone.0166366
Dose-dependent in vivo effects of formulated moxidectin on seedling emergence of temperate grassland species (2023)
Science of the Total Environment, 905, 167152.
Vervolgonderzoek bij schapen waarbij onder andere gewoon struisgras (Agrostis capillaris) werd onderzocht. Ook na uitscheiding via de mest werden effecten op het opkomen van planten gevonden, waarbij het effect afhankelijk was van de hoeveelheid moxidectine in de mest.
DOI: 10.1016/j.scitotenv.2023.167152
Forbes & Scholtz (2024) – The impact of dung beetles on the free-living stages of ruminant parasites in faeces and their role as biological control agents in grazing livestock
Veterinary Parasitology, 110267.
Overzicht van wat bekend is over de invloed van mestkevers op wormeitjes en larven. De auteurs laten zien dat mestkevers deze ontwikkeling kunnen beïnvloeden, maar dat het effect sterk afhangt van onder andere keversoort, begraafdiepte en weersomstandigheden.
DOI: 10.1016/j.vetpar.2024.110267
